Nederland in ideeën 2015 – Valerie Frissen

 
Welkom! Dit bericht is onderdeel van de online tentoonstelling Nederland in ideeën, waarin 93 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven op één vraag van Paulien Cornelisse:  

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

De tentoonstelling is verspreid over 93 websites. Op deze site vind je het antwoord van Valerie Frissen. Je kunt onderaan dit bericht doorklikken naar het volgende antwoord, of een bezoekje brengen aan de ‘centrale hal’ [link naar nederlandinideeen.nl] van de tentoonstelling.

 

Technologie kun je temmen

Ik ben een digitale allochtoon. Ik behoor tot de generatie die moest inburgeren in de digitale wereld. En ik herinner me nog levendig met welke ongemakken en ergernissen dat gepaard ging. Digitale technologie riep bij mij en mijn generatiegenoten nogal gemengde gevoelens op. Zo circuleerde indertijd een filmpje van een saaie kantoormeneer die ogenschijnlijk rustig achter zijn pc in een hokje in een kantoortuin zit. Plotsklaps ontsteekt hij in hevige woede en smijt hij zijn toch bepaald niet lichte computer met heroïsche kracht door de kantoortuin. Heel herkenbaar. Wat hebben we die veelbelovende apparaten vaak hartgrondig vervloekt.

Weerstand tegen technologie wordt echter zelden serieus genomen. Toch hebben gebruikers in hun dagelijkse praktijk vaak heel goede redenen om met enige scepsis naar technologische ontwikkelingen te kijken. In de jaren tachtig probeerde de overheid hen bijvoorbeeld met gesubsidieerde pc-privé-projecten over te halen om de afslag naar de ‘digitale snelweg’ vooral niet te missen. Maar met computers kon je destijds niet veel meer dan tekstverwerken. In veel huishoudens stonden die ingewikkelde typemachines dan ook al snel op zolder te verstoffen.

Technologie is vanuit het perspectief van de gebruiker vaak onhandig, ondoordacht en vaak ronduit onbruikbaar. Veel technologie wordt groots en meeslepend aangekondigd, om daarna weer geruisloos van het toneel te verdwijnen. Andere technologie breekt daarentegen vaak op geheel onverwachte wijze door en nestelt zich juist met groot gemak in de alledaagse gebruikspraktijk. Dit wijst op een interessante rol van gebruikers in innovatieprocessen die meer aandacht verdient.

Een begrip uit mijn vakgebied dat mij altijd heel goed geholpen heeft om de complexe verhouding tussen mens en techniek te begrijpen, is het door de Britse mediageleerde Roger Silverstone gemunte begrip ‘domesticatie’. Een begrip dat gewone gebruikers van technologie bovendien troost biedt: troost die schuilt in de gedachte dat je technologie kunt temmen. ‘Technological innovation is not just a matter of engineering,’ zo stelde Silverstone. Technologie is pas succesvol wanneer die gedomesticeerd kan worden.

De techniekgeschiedenis laat daarvan mooie voorbeelden zien. Claude S. Fischer onderzocht in een prachtig boek met de titel America Calling de sociale geschiedenis van de telefoon in de Verenigde Staten. Hij beschrijft daarin hoe de telefoon aan het begin van de twintigste eeuw tegen wil en dank zijn plek vond in het privédomein en het gemeenschapsleven van gewone Amerikanen. Vooral vrouwen droegen daaraan bij, omdat zij in toenemende mate de telefoon – aangeschaft door kleine ondernemers met een zaak aan huis – gingen gebruiken voor zaken die met gezin en gemeenschap te maken hadden. Dit werd aanvankelijk heftig ontmoedigd door de telefoonmaatschappijen, die dit gebruik van de telefoon als oneigenlijk en ongepast zagen. De telefoon was bedoeld voor zakelijk en professioneel gebruik; vrouwen hielden de lijnen maar bezet met hun zinloos geklets en hun geroddel. Pas betrekkelijk laat zagen de telefoonmaatschappijen in dat sociale interactie een interessante markt was, waarmee veel winst te behalen viel.

Een ander klassiek voorbeeld is sms, dat aanvankelijk in de markt werd gezet als handigheidje voor zakenmensen. Geheel tegen de verwachting in gingen gewone gebruikers elkaar opeens massaal tekstberichtjes sturen, waardoor het sms’je kon uitgroeien tot de melkkoe van de telecomindustrie.

Terug naar het nu en naar de gedachte dat je technologie kunt temmen. De nieuwste digitale revolutie die op ons afstevent is die van de big data. Big data verwijst naar de ontwikkeling dat volume, snelheid en variëteit van data exponentieel toenemen, nu vrijwel alles wat wij doen een digitale schaduw krijgt. Zeker na alle recente nsa-onthullingen stemt deze trend gebruikers niet onmiddellijk tot grote vreugde. We voelen ons steeds onbehaaglijker en lijken de controle over technologie kwijt te raken.

Maar raken we die controle ook echt kwijt? Wij zijn immers zelf de belangrijkste producenten van data en bovendien – zo is de stelling van dit essay – kunnen we technologie temmen. Waarom zouden we deze ontwikkeling dan niet naar onze hand zetten? Juist nu ons dagelijks leven doordrongen wordt van data, kunnen we bijvoorbeeld realtime-informatie verzamelen over onszelf, die delen met anderen en daarmee ons voordeel doen, zo leert de Quantified Self-beweging ons. ‘Self-tracking’ begint zelfs populair te worden. De fanatiekelingen houden dagelijks bij hoeveel ze bewegen, wat ze eten, wat hun hartslag en bloeddruk is, hoe laat ze naar bed gaan, hoe vaak ze de hond uitlaten of hoeveel luiers ze verwisselen. Hierover fronsen we misschien nu nog de wenkbrauwen, maar als we goed kijken, zien we dat ook meer bescheiden varianten van deze trend al aardig ingeburgerd raken. Apps die hardlopers gepersonaliseerde trainingsadviezen geven, stappentellers, armbandjes die je conditie meten en daarover feedback geven en ‘fitbits’, die je helpen actiever te worden, bewuster te eten, gewicht te verliezen of beter te slapen. De eerste tekenen van een beweging waarin we ons data steeds meer zullen gaan toe-eigenen.

De geschiedenis laat zien dat we geen willoos slachtoffer hoeven te zijn van technologische revoluties, maar dat we zelf vorm kunnen geven aan de toekomst. Het gaat er dus niet zozeer om dat je voor of tegen een technologie bent, maar dat we in staat zijn om een vorm van productief verzet te leveren, waar niet alleen gebruikers maar ook de technologie uiteindelijk beter van wordt. De toekomst ligt bij getemde technologie!

 

Valerie Frissen

Hoogleraar ict en Sociale Verandering, Erasmus Universiteit Rotterdam en Directeur sidn-Fonds

 

Alle antwoorden zijn ook beschikbaar in boekvorm onder de titel Dit wil je weten: Wetenschappers ondernemers en kunstenaars geven adviezen voor het dagelijks leven

 

Klik hier voor het volgende antwoord.

Klik hier voor een bezoekje aan de centrale hal van de expositie.

Dit stuk heeft 1 reactie

Schrijf een reactie

  1. Dat we geen willoos slachtoffer hoeven te zijn van big data wordt onderbouwd met voorbeelden van ‘self tracking’. Het probleem is dat die voorbeelden gezellige “big data” oplevert, die onderdeel worden van de “huge data” die door slechts een paar bedrijven worden ge-exploiteerd. Zo leidt het hardlopen met een polsbandje bijvoorbeeld tot een gezondheidszorg die ook weer door Apple en Google gedomineerd gaan worden. Datamonopolies. Daar is niks getemds aan.