Nederland in Ideeën 2015: Tijn van der Zant

 

 

Welkom! Dit bericht is onderdeel van de online tentoonstelling Nederland in ideeën, waarin 93 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven op één vraag van Paulien Cornelisse:

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

 De tentoonstelling is verspreid over 93 websites. Op deze site vind je het antwoord van Tijn van der Zant. Je kunt onderaan dit bericht doorklikken naar het volgende antwoord, of een bezoekje brengen aan de ‘centrale hal’ [link naar nederlandinideeen.nl] van de tentoonstelling.

Hoe een klap mij inzicht gaf

Vorig jaar heb ik een hersenschudding opgelopen. Nu gebeurt dat wel vaker bij mensen, maar er is een kleine groep die er wat langer last van heeft en waar de klachten wat ernstiger zijn. In die groep kwam ik terecht… Ik was soms wat in de war, of wist niet zo goed meer wat de route was naar de plek waar ik heen wilde. Ook was ik vergeetachtig en had ik moeite met het plannen van mijn dagindeling. Maar hoe naar de hele situatie ook was, gelukkig gaf rust ook verbetering in mijn situatie.

Stel je nu eens voor dat rust géén verbetering geeft. Dat het alleen maar erger wordt. Dat je weet dat het niet allemaal meer zo goed gaat en dat het alleen maar verder achteruit kan gaan. Dat is de situatie waarin honderden miljoenen ouderen wereldwijd zich bevinden.

Het scala aan mentale problemen is groot en het is niet altijd duidelijk wat de problemen zijn. Vaak herkennen mensen de problemen niet. (Daar had ik aanvankelijk ook last van.) Het klinkt misschien raar, maar het kan gebeuren dat het een tijd duurt voordat het doordringt dat je niet meer dezelfde mentale capaciteiten hebt als in het verleden. En daarmee bedoel ik niet dat je een keertje vergeten bent dat waar je sleutels liggen, maar bijvoorbeeld dat je continu spulletjes kwijt bent. Het interessante hieraan is dat mensen in je omgeving zeggen: ‘Ja, maar dat heb ik ook weleens.’ Hierdoor bagatelliseer je je eigen problemen en herkennen de mensen in je omgeving ze ook niet.

Ouderen die achteruitgaan krijgen vaak te maken met meerdere problemen. Bijvoorbeeld: een ouder persoon is een keer gevallen. Er ontstaat angst voor lopen. Misschien moeilijk voor te stellen als je nog lekker elk weekend aan het sporten bent, maar voor vele ouderen is dit een reëel probleem. Doordat er minder gelopen wordt en minder calorieën verbrand, wordt die persoon zwaarder en zal hij of zij nog minder gaan lopen. De zelfredzaamheid van een persoon kan in zo’n situatie snel achteruitgaan. Dit gaat ten koste van het levensgenot en de sociale contacten, waardoor er kans is op depressies en sociale isolatie. Wist u dat in Nederland zo’n 200.000 ouderen (8 procent) minder dan één keer in de maand een sociaal bezoekje krijgen? Wist u dat 1 miljoen ouderen (40 procent) minder dan één keer per week een sociaal bezoekje ontvangen? Voordat u het in de gaten hebt, is uw dierbare vader, moeder, opa of oma aan het verpieteren. Uiteraard laten ze dit niet merken, want ze zijn blij als u langskomt.

Een ander schrijnend geval is het voorbeeld van een echtpaar van in de tachtig dat al vele jaren, meer dan een halve eeuw, bij elkaar is. De ene partner begint te dementeren en de zorglasten komen te liggen bij de fittere partner. Zeker nu er meer nadruk wordt gelegd op mantelzorg komt dit steeds vaker voor. Maar de fittere partner is óók in de tachtig en heeft moeite met het leveren van de zorg die nodig is. De vrienden en kennissen van het echtpaar zijn ook vaak oud of al overleden, dus het sociale vangnet is niet erg sterk. In dit specifieke geval moest de dementerende partner na een half jaar uit huis. De fittere partner kon wat bijkomen en werd weer naar huis gestuurd. Stel je voor dat je na meer dan vijftig jaar samen te zijn geweest uit elkaar gehaald wordt! En dit alles terwijl de dementerende partner niet eens zware problemen had en ze waarschijnlijk nog jaren bij elkaar hadden kunnen blijven. Uiteraard zou er dan wel wat extra ondersteuning moeten komen. De vraag is hoe we die ondersteuning kunnen leveren.

Ik denk dat robots een onderdeel van de oplossing kunnen zijn om mensen een menswaardig bestaan te bieden. Uit onderzoek blijkt dat mensen zich net zo aan robots kunnen hechten als aan een huisdier. Robots hebben een eindeloos geduld. Robots kunnen 24 uur per dag monitoren hoe het gaat met iemand. Tevens kunnen ze beeldbellen makkelijker maken en de zorg in de thuissituatie verbeteren. Ze kunnen ondersteuning bieden bij de dagelijkse taken en de veiligheid in huis vergroten.

Vele onderzoekers en entrepreneurs willen mensen helpen met behulp van robots. Daar ben ik er ook eentje van. Door mijn hersenschudding heb ik een beter inzicht gekregen in de problematiek van de mensen voor wie ik robots ontwikkel. Tevens heb ik een nog groter respect gekregen voor (mantel)zorgers. Ik ga dit inzicht gebruiken om mijn robots begripvoller te maken en op die manier mijn steentje bij te dragen aan onze vergrijzende samenleving. Wat doet u?

Tijn van der Zant

Ontwikkelaar van zorgrobots; oprichter van de internationale RoboCup@Home benchmark; lector Industriële en Zorgrobotica, Windesheim

Alle antwoorden zijn ook beschikbaar in boekvorm onder de titel Dit wil je weten: Wetenschappers ondernemers en kunstenaars geven adviezen voor het dagelijks leven

Klik hier voor het volgende antwoord

Klik hier voor een bezoekje aan de centrale hal van de expositie

 

Dit stuk heeft geen reacties

Schrijf een reactie

Reageer als eerste!