Nederland in ideeën 2015 – Sylvia Fischer

 
Welkom! Dit bericht is onderdeel van de online tentoonstelling Nederland in ideeën, waarin 93 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven op één vraag van Paulien Cornelisse:

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

De tentoonstelling is verspreid over 93 websites. Op deze site vind je het antwoord van Sylvia Fischer. Je kunt onderaan dit bericht doorklikken naar het volgende antwoord, of een bezoekje brengen aan de ‘centrale hal’ [link naar nederlandinideeen.nl] van de tentoonstelling.

 

(Levens)lessen uit genonderzoek

Wat onze genen doen en wat er gebeurt als er foutjes in zitten onderzoeken we met genetisch onderzoek. Dat doen we het liefst in de mens, om uit te zoeken welke genen verantwoordelijk zijn voor erfelijke ziekten, of welke genvarianten mensen meer bevattelijk maken voor bepaalde ziekten. Maar de mens is complex en er kleven vaak grote ethische bezwaren aan onderzoek met mensen.

Gelukkig bestaan er voor veel mensengenen verwante genen in simpele dieren, waardoor we door onderzoek in bijvoorbeeld fruitvliegjes of rondwormpjes vaak ook iets over de mens kunnen leren.

Het voordeel van onderzoek in deze simpele organismen is dat genen veel gemakkelijker te manipuleren zijn, waardoor het mogelijk wordt om de precieze functie ervan op te helderen en daarmee mogelijk ook de oorzaak van een ziekte. Zulk onderzoek kan je op twee manieren doen. Je neemt je favoriete mensengen en onderzoekt het verwante gen in het fruitvliegje door bijvoorbeeld het gen uit te schakelen en simpelweg te kijken wat er gebeurt. Ontwikkelt het vliegje zich normaal? Kan het nog ruiken? Kan het nog vliegen? Maar het kan ook andersom: je gaat op een ‘visexpeditie’! Je begint zonder vooringenomen idee en laat je door de genetica leiden. In dit geval begin je met een wormpje of vliegje dat bijvoorbeeld niet goed kan ruiken. Gebruikmakend van allerlei experimenten kun je bepalen welk gen in de vlieg of worm veranderd is waardoor het reukdefect is ontstaan.

Voor beide strategieën geldt dat het vervolgonderzoek, waarin je meer gedetailleerd het nieuwgevonden gen onderzoekt, enorm in complexiteit toeneemt. Je staat dan voor een belangrijke keuze: moet ik zelf specialist worden in alles wat met dat gen te maken heeft om uiteindelijk te begrijpen hoe alles in elkaar past, of verbreed ik mijn horizon door samenwerking te zoeken met collega’s die al specialist op dit gebied zijn? Dit laatste heeft mijn voorkeur, en gelukkig wordt dit steeds gemakkelijker door de eenvoudige toegang tot informatie en alle mogelijkheden tot communicatie met collega’s waar ook ter wereld.

Zo’n visexpeditie is heel anders dan meer traditioneel onderzoek waar je met heel gerichte experimenten een hypothese toetst. Ondanks dat er soms laatdunkend over de visexpeditie-manier van wetenschap bedrijven wordt gesproken – je begint zonder direct een helder doel voor ogen te hebben – hebben dit soort genetische proeven verscheidene Nobelprijzen opgeleverd. Toch is het niet altijd fijn vissen. Als wetenschapper moet je flexibel zijn, want afhankelijk van welk gen er opgevist wordt, kan je onderzoek van het ene op het andere moment over een heel ander onderwerp gaan. Bovendien brengt het ook risico’s met zich mee, want soms vind je gewoon minder interessante genen, of lukt het helemaal niet iets te vinden. Maar pakt het goed uit, dan is het alsof je een lot uit de loterij wint.

De wormpjes waar ik aan werk komen voort uit zowel visexpedities als meer gericht genonderzoek. Beide hebben mooie resultaten opgeleverd, maar van het vissen naar genen heb ik misschien meer geleerd. Het heeft me geleerd hoe ik om moet gaan met uitdagingen in de wetenschap, maar ook in het dagelijks leven. Zo volg ik dezelfde strategie op mijn werk als ik me snel moet aanpassen aan een nieuw onderzoeksonderwerp, en thuis, bij het aanpakken van iets nieuws, onverwachts of uitdagends. Of je nu specialist op het gebied van weer een nieuw gen moet worden, of probeert uit te zoeken waarom je dochter elke maand koorts heeft en de huisarts weet het niet, of door een overstroming thuis plotseling expert moet worden in waterschade en herstel: er is een overvloed aan informatie te vinden en er zijn allerhande specialisten te raadplegen waardoor je zelf een beetje expert kunt worden, en welingelicht de volgende stap kunt bepalen. Het vissen naar genen is niet alleen belangrijk in genetisch onderzoek, het blijkt ook nog eens een goede leerschool voor levenslessen te zijn.

 

Sylvia Fischer

Wetenschapper aan Harvard Medical School in Boston

 

Alle antwoorden zijn ook beschikbaar in boekvorm onder de titel Dit wil je weten: Wetenschappers ondernemers en kunstenaars geven adviezen voor het dagelijks leven 

 

Klik hier voor het volgende antwoord.

 

Klik hier voor een bezoekje aan de centrale hal van de expositie.

 

 

Dit stuk heeft geen reacties

Schrijf een reactie

Reageer als eerste!