Nederland in ideeën 2015 – Merlijn Twaalfhoven

 
Welkom! Dit bericht is onderdeel van de online tentoonstelling Nederland in ideeën, waarin 93 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven op één vraag van Paulien Cornelisse:

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

De tentoonstelling is verspreid over 93 websites. Op deze site vind je het antwoord van Merlijn Twaalfhoven. Je kunt onderaan dit bericht doorklikken naar het volgende antwoord, of een bezoekje brengen aan de ‘centrale hal’ [link naar nederlandinideeen.nl] van de tentoonstelling.

 

Hoe een fanfareorkest me wist te redden van professionele perfectie

Ik was 22 jaar, zat in het tweede jaar van het conservatorium en had een grote compositie gemaakt voor koperblazers. Er was al een prachtige plek en een datum voor het concert. Nu de spelers nog. Ik sprak medestudenten met een trombone-, trompet- of hoornkoffer aan, maar niemand had interesse. Ik keek uit naar de dag dat ik niet meer hoefde te bedelen om spelers, maar zelf gebeld zou worden. De dag dat professionals mijn stukken als vanzelfsprekend op de lessenaar hadden staan of in de cd-kast, ergens tussen Tsjaikovski en Vivaldi.

Wat ben ik dankbaar dat het zover niet is gekomen. Ik sta in geen enkele folder van het volgende concertseizoen. En hoogstwaarschijnlijk haalt geen enkele compositie van me de volgende eeuw.

Toen ik destijds aan mijn docent vertelde hoe lastig het was spelers te vinden voor mijn plan, kreeg ik goede raad: ‘Begin klein. Zoek één of twee goede spelers. Geen twintig. Maak iets dat ze vaak willen spelen.’ Met die raad had ik wellicht tot het repertoire kunnen doordringen. In plaats daarvan nam ik de bus naar Aarlanderveen. In het dorpshuis repeteert daar wekelijks het fanfareorkest Door Samenwerking Sterk. Ik vertelde hun over mijn plan. Het zou een experimenteel concert worden in de duinen, met de musici verspreid in groepjes waar het publiek tussendoor kon dwalen. Men aarzelde. Toen ik vertelde dat er goed eten zou zijn van tevoren en genoeg bier na afloop, had ik een orkest. Het werd geen perfecte uitvoering. Wel een onvergetelijke, surrealistische klankgebeurtenis onder de rook van de Hoogovens.

De jaren daarna volgden muziekstukken in schepen, op daken, in parkeergarages, kerken, fabrieken en nachtclubs; met drummers, kinderkoren, violen, dj’s, Sloveense hardrockers, Japanse kotospelers, Palestijnse hiphop, kappers, schoonmakers en masseurs. Publiek kon rondlopen, liggen, soms meezingen, kreeg vaak eten en een enkele keer een blinddoek om. De uitvoeringen liepen niet zelden uit de hand. Er waren meestal over de honderd musici per event. Repeteren deden we vaak in losse flarden en pas tijdens het concert viel alles samen. Of niet. Dan ging het scheef. Het concert nam een onvoorziene wending en ik maakte me enorm veel zorgen. Musici en publiek waren in verwarring maar ook open, verwonderd en alert. Chaos is niet lelijk. Het is wonderbaarlijk en soms zelfs wonderschoon.

De bus naar Aarlanderveen was mijn ontsnapping uit de wurggreep waarin onze klassieke muziektraditie terecht is gekomen. We hebben fenomenale musici in Nederland. Er zijn ontelbare meesterwerken gecomponeerd. Schitterende zalen gebouwd. Opnames klinken smetteloos. De beste muziek ter wereld kun je live op radio, internet en cd beluisteren en bewonderen. Dat is niet meer bijzonder of verbazend, dat is heel gewoon, goedkoop of zelfs gratis geworden. Perfectie is tegenwoordig standaard, maar wist je dat een cd-opname van een klassiek stuk bestaat uit soms wel honderden fragmentjes die apart zijn opgenomen en vervolgens zijn samengevoegd?

We weten dus eigenlijk niet wie er het meest virtuoos is, de violist of de technicus, zoals we ook in films het verschil tussen echte scènes en special effects niet meer kunnen zien.

Soms hoor je musici klagen over een onverschillig publiek, dat is verwend met al die onberispelijke producten. Maar zelf verdwijnen ze direct als het stuk af is door een laf deurtje aan de zijkant van het podium naar de kleedkamer. De fysieke strijd die geleverd wordt om de topprestatie neer te zetten, wordt buiten ons zicht gehouden, afgedekt met uiterlijke onverstoorbaarheid. Net als contact met een winkelier, receptionist, bankier of marktkoopman doorgaans doelgericht, efficiënt maar onpersoonlijk verloopt, zo houden klassieke musici letterlijk afstand tot het publiek.

Ontmoeten is kunst. We zijn er als hedendaagse mens niet goed in. Een ontmoeting slaagt bij de gratie van openheid. Je bent pas open als de situatie niet voorspelbaar is, als je alert moet zijn op onverwachte dingen. Toen ik met de amateurs van Door Samenwerking Sterk werkte, bleek hoe weinig het spelen van perfecte noten te maken heeft met het raken van het publiek. Toen ik in een opgefokt zigeunergetto een concert organiseerde, bleek hoe ongeschikt het podium van een concertzaal is om schoonheid, passie en ontroering te delen. Toen ik de Turken en Grieken op Cyprus vanaf hun daken met elkaar liet spelen, bleek achter welke muur ons gevoel normaal zit opgesloten.

In klassieke muziek ontmoeten verbeelding en emotie elkaar in een spel dat je losrukt uit je patronen van denken en doen. Een perfecte uitvoering van een perfect muziekstuk slaagt er echter vaak in om dat te voorkomen.

 

Merlijn Twaalfhoven

Componist van muziek voor alle zintuigen; organisator van multidisciplinaire muziekevenementen; winnaar unesco award voor werk in het Midden-Oosten.

 

Alle antwoorden zijn ook beschikbaar in boekvorm onder de titel Dit wil je weten: Wetenschappers ondernemers en kunstenaars geven adviezen voor het dagelijks leven

 

Klik hier voor het volgende antwoord.

 

Klik hier voor een bezoekje aan de centrale hal van de expositie.

 

Dit stuk heeft geen reacties

Schrijf een reactie

Reageer als eerste!