Nederland in Ideeën 2015: Karen de Bok

Welkom! Dit bericht is onderdeel van de online tentoonstelling Nederland in ideeën, waarin 93 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven op één vraag van Paulien Cornelisse:

                 

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

        

De tentoonstelling is verspreid over 93 websites. Op deze site vind je het antwoord van Karen de Bok. Je kunt onderaan dit bericht doorklikken naar het volgende antwoord, of een bezoekje brengen aan de ‘centrale hal’ [link naar nederlandinideeen.nl] van de tentoonstelling.

 

Punt uit

Als je, zoals ik, veel naar de radio luistert, komt natuurlijk altijd het moment dat je hem moet uitzetten. Niets simpeler dan dat: druk op de knop en weg is het geluid. Maar dat kan ik niet zomaar.

De radio staat aan en ik sta op het punt het huis te verlaten, of wil de auto uitstappen, of besluit te gaan slapen – en dan is daar dat moment. Maar wacht even, eerst moet er een mooi ‘punt’ worden gevonden. De spreker moet klaar zijn met zijn of haar zin, muziek mag pas onderbroken als de melodie het toelaat. Wachtend op het uitpunt zit ik met mijn hand bij de knop, ook al moet ik dringend de deur uit, is de auto al geparkeerd of is het tijd voor de nachtrust. Pff… net op tijd. Nog net geen ademhaling gehoord voor de nieuwe zin. Ja, gelukkig, de muziek staat het toe. Uit!

Noem het beroepsdeformatie. Maar gek genoeg geeft deze tic mij nog steeds veel voldoening. Ik doe nu eenmaal graag zelf de montage.

Wanneer het begonnen is, weet ik niet meer. Maar dat het verband houdt met mijn jeugd en mijn vroegere radiowerk is zeker.

Ik kom uit een journalistengezin. Elke dag vijf kranten, met mijn moeder luisteren naar radioprogramma’s, en altijd discussie aan tafel. Mijn vader liep alle partijcongressen af als politiek redacteur. En ik wilde mee. Dertien jaar en óp naar het congres van de PvdA. Aldaar stevige aanvaringen tussen politici, door-elkaar-heen-gepraat, verhit gedoe, maar dan opeens: eendracht! De congresgangers stonden en masse op en zongen de Internationale. Ik werd meegesleept en ging ook staan. Maar mijn vader duwde me zacht weer terug op mijn stoel. ‘Luister maar, niet meedoen.’

Jaren voordat ik begon in de journalistiek was dat de eerste les: leer luisteren.

Wil ik de mens graag laten uitspreken? Ja. Maar praten mensen te veel en te omslachtig? Ja.

Al gauw bedacht ik bij de voorbereiding van interviews niet alleen vragen maar fantaseerde ik alvast wat iemand ging antwoorden. Liefst waren dat de antwoorden die ik wilde horen. Vaak kreeg ik van mijn eindredacteur te horen: ‘De vragen waren weer beter dan de antwoorden.’ Dat was natuurlijk maar half strelend: álles moest goed zijn! De vragen én de antwoorden. Dus begon ik in mijn hoofd te monteren en te knippen tijdens het gesprek. Ah, dacht ik dan, dit is een goed stukje, mooi, de rest kan eruit, maar wacht eens, daar zit nog een mooie zin, die plak ik eraan vast.

Ik ging steeds scherper luisteren. Maar het bleef lastig om de antwoorden niet te snel in te vullen. Nog steeds overkomt het me dat ik denk te weten wat iemand gaat zeggen; dan onderbreek ik de ander en maak diens zinnen af. Ongeduldige shortcuts naar de essentie. Een doorgeschoten essentialist ben ik geworden.

Tegenwoordig mag ik lekker veel vergaderen. Gelegenheid te over dus om te monteren, al doe ik dat in het hoofd om niet onuitstaanbaar te worden. Ja, daar hoor ik het punt komen. Alles daarna kan eruit. Maakt het betoog alleen maar zwakker. Nog even je stem laten horen, ook al voegt het niets toe.

Wat zou mijn humeur opknappen als ik hoogstpersoonlijk stevig kon knippen in die tijdrovende vergaderingen!

Geïnterviewden mogen zich gelukkig prijzen dat hun woorden meestal worden gemonteerd. Maar net als vergadertijgers hebben ze dat liever niet. Wordt mijn verhaal in de montage niet verdraaid? Kom ik goed over? Gezeur. Want na het snijwerk klinkt het slachtoffer helderder dan hij is. Wordt er chocolade gemaakt van een emmer suiker en cacao.

In de vpro-serie Op weg naar het Noorden zei een Noorse socioloog dat in zijn land de immigranten het werk doen, omdat de Noren het te druk hebben met vergaderen en mailen. Ben je als een Noor gevangen in een web van overbodige woorden? Dan is mijn beroepsdeformatie aan te bevelen. Het helpt je door de dag. Hup, het mes in huiveringwekkend jargon. Weg met ‘Zoals we gedeeld hebben’, ‘Die problemen hebben we al aan de voorkant benoemd’ en ‘Mag ik dit even tegen je aan houden?’ Probeer je betoog te monteren voor je het uitspreekt. Lukt dat niet? Gebruik dan de aan- en uitknop bij praatgrage anderen. Een leuk tijdverdrijf tijdens saaie bijeenkomsten: monteer!

 

Karen de Bok

Hoofdredacteur vpro Televisie; voormalig eindredacteur Zomergasten; voormalig journalist bij NOS Journaal, Radio Rijnmond en vpro Radio en Televisie

 

Alle antwoorden zijn ook beschikbaar in boekvorm onder de titel Dit wil je weten: Wetenschappers ondernemers en kunstenaars geven adviezen voor het dagelijks leven

Klik hier voor het volgende antwoord

Klik hier voor een bezoekje aan de centrale hal van de expositie

 

Dit stuk heeft geen reacties

Schrijf een reactie

Reageer als eerste!