Nederland in Ideeën 2015: James Kennedy

 

 

Welkom! Dit bericht is onderdeel van de online tentoonstelling Nederland in ideeën, waarin 93 wetenschappers, ondernemers en kunstenaars antwoord geven op één vraag van Paulien Cornelisse:                

‘Welk inzicht uit je vakgebied kan anderen helpen in het dagelijks leven?’

De tentoonstelling is verspreid over 93 websites. Op deze site vind je het antwoord van James Kennedy. Je kunt onderaan dit bericht doorklikken naar het volgende antwoord, of een bezoekje brengen aan de ‘centrale hal’ [link naar nederlandinideeen.nl] van de tentoonstelling.

Sociaal kapitaal vereist voortdurende investering

‘Betrekkelijke betrokkenheid’, dat geeft weer hoe Nederlanders graag omgaan met de rest van de samenleving, volgens een scp-rapport van enkele jaren geleden. Ze willen dat we allemaal een beetje op elkaar letten, maar tegelijkertijd de regie houden en niet als lastig worden beschouwd als ze ergens geen zin in hebben. Het is een precaire balans – gemeenschap zijn en toch ‘jezelf’ willen blijven. Ik vraag me af of deze balans in Nederland toekomstbestendig is. Het lijkt me nodig om blijvend te investeren in de gemeenschappelijke verbanden, want de geschiedenis – mijn vakgebied – leert dat deze verbindingen tussen mensen niet zomaar tot stand komen. De geschiedenis leert, zou je kunnen zeggen, dat tradities van betrokkenheid slechts op lange termijn op gang komen, dat ze niet vanzelf in stand blijven, en dat het in andere landen heel moeilijk te verwezenlijken is. Nederlanders zouden beter moeten beseffen wat ze historisch opgebouwd hebben en hun maatschappelijke verbanden dieper moeten koesteren.

Als historicus van de Nederlandse geschiedenis is het me opgevallen hoe belangrijk de samenlevingsverbanden voor het land zijn geweest en hoe belangrijk het is dat dit sociaal kapitaal niet teloorgaat. Sociaal kapitaal kun je niet zomaar uit de hoge hoed toveren; het duurt decennia – zo niet eeuwen – om het te ontwikkelen. Landen en regio’s waar de civil society niet sterk is, hebben grote moeite om dit van de grond te krijgen. Dat zie je niet alleen in Azië of Afrika, maar ook in Europese landen waar het ontbreekt aan vertrouwen. Daarom zijn maatschappelijke organisaties nogal zwak in landen als Hongarije, waar het communisme wantrouwen heeft gezaaid, of Griekenland, waar het publieke vertrouwen is geschaad door corruptie en wanbeheer. Een kwarteeuw na het einde van het communisme heerst nog steeds de mening dat de staat beschermd moet worden tegen burgerinitiatieven in plaats van andersom.

Nederland heeft daarentegen een lange geschiedenis gehad van burgerinitiatieven, die al zichtbaar waren in de Middeleeuwen. Gilden – en later schutterijen – waren niet uitsluitend in Nederland aanwezig, maar deze en vergelijkbare organisaties drukten in de verstedelijkte gebieden van Nederland een zwaar stempel op maatschappij en politiek. En dat zijn ze in verschillende vormen blijven doen; Nederlanders zijn bovengemiddeld vaak lid van organisaties en geven ook graag tijd en geld aan goede doelen.

Maar soms lijken Nederlanders te denken dat deze traditie wel zal voortduren, omdat ze met de paplepel is ingegoten. Zo dacht ik ook: dé Nederlander is sociaal alert en bewogen. Maar de geschiedenis leert ook dat de Nederlandse civil society het niet altijd gemakkelijk heeft gehad. Nederlanders en hun organisaties moesten in vroegmoderne tijden vaak vechten – soms letterlijk – tegen het stadhuis, dat vaak in handen was van een elitaire bestuurslaag. In de Franse tijd verdwenen de oude stedelijke verenigingen en daarna hadden autocratische heersers als Willem i het grotendeels alleen voor het zeggen. De opkomst van ‘verzuilde’ organisaties was een teken van emancipatie, deels ingegeven door het feit dat vele groepen in Nederland achtergesteld waren. Door deze drang om ook mee te mogen doen, hebben we nu een pluriforme samenleving, gestoeld op samenwerking en vertrouwen.

Nederlanders zijn nog altijd vindingrijk als het gaat om het zoeken naar nieuwe verbanden met elkaar, via sociale media en/of informele netwerken, vaak gericht op het verbeteren van de samenleving. Mensen kiezen gericht wat ze willen doen om te helpen en hebben misschien meer dan ooit een passie om het goede te doen. Wat dat betreft zitten we absoluut niet in een crisis. Maar het idee dat er veel op het spel staat – en dat de kwaliteit van de samenleving afhangt van wat burgers gezamenlijk verkiezen te doen – is wellicht sinds de komst van de verzorgingsstaat minder geworden. Dat blijkt misschien wel uit de houding dat mensen als individu niet al te veel ‘betrokken’ willen zijn. Maar als de geschiedenis iets leert op dit punt, is het dat vrijblijvendheid niet goed samengaat met het opbouwen van sociaal kapitaal.

Dit historisch besef is nu belangrijker dan ooit. Nederland gaat de richting op van de participatiesamenleving, en dat betekent dat lokale Nederlanders hun eigen collectieve zorg moeten organiseren. Dat zal wel heel lastig gaan, en kan betekenen dat de wederzijdse betrokkenheid intensiever zal zijn dan men wil, omdat de overheid gewoon minder over de brug komt. Het is dan goed te weten, al is het misschien een schrale troost, dat Nederland wel tradities heeft van maatschappelijke ondersteuning die nu, in nieuwe vorm, belangrijke diensten kunnen bewijzen.

James Kennedy

Historicus; kennismigrant uit de Verenigde Staten; publicist en observator van de Nederlandse samenleving

Alle antwoorden zijn ook beschikbaar in boekvorm onder de titel Dit wil je weten: Wetenschappers ondernemers en kunstenaars geven adviezen voor het dagelijks leven

Klik hier voor het volgende antwoord

Klik hier voor een bezoekje aan de centrale hal van de expositie

 

Dit stuk heeft geen reacties

Schrijf een reactie

Reageer als eerste!