L’ADN fait n’importe quoi (DNA doet wat het wil). Met die bewering opende en besloot Terry Vrijenhoek zijn proefschrift. Verslingerd aan DNA is hij, net als aan Frankrijk (“Wat leuk dat er ook Fransen wonen!”).
Terry promoveerde op 1 april 2011 op onderzoek naar de genetische achtergrond van schizofrenie. Met behulp van geavanceerde DNA chips zocht hij naar genetische verschillen tussen patiënten met schizofrenie en gezonde personen. Terry studeerde
Dierwetenschappen. Daar ontwikkelde hij zijn passie voor DNA.
Terry promoveerde niet om professor te worden; daar zijn anderen beter geschikt voor, vindt hij. Met zijn titel op zak probeert hij eerder een brug te vormen tussen ambtenaren – die beslissen over het geld – en wetenschappers – die het inzetten voor onderzoek. Vaak gaan die twee niet gelijk op, zo merkte Terry als redacteur van Science’s Next Wave (tegenwoordig
Science Careers). Zijn collega’s op het kantoor van NWO waar Terry gedetacheerd was, keken heel anders naar wetenschap dan de wetenschappers die hij interviewde.
Waar DNA toe in staat is, weet Terry nu niet alleen door zijn experimenten. Hij kent zijn eigen DNA als geen ander, dankzij de genetische zelftest die hij heeft gedaan. Bovendien is zijn dochter het levende bewijs van wat zijn DNA kan; het doet wat het wil.