magnifying-glass-1020142_960_720

Toen ik zo’n 10 jaar geleden het wetenschappelijke wereldje betrad ontdekte ik al snel veel ongeschreven regels. Langzaamaan leerde ik “hoe het hoorde” in de wereld van statistiek, peer-review en impact factors en ging er grotendeels in mee. Steeds vaker wordt deze gang van zaken als ouderwets gezien en niet meer getolereerd, er is een ommekeer gaande. Veel, vooral jonge wetenschappers zetten zich af aan het huidige systeem waardoor de normen langzaam vervagen. Hieronder een aantal van de meest opvallende veranderingen:

  • Peer-review: het reviewen van artikelen die ingestuurd worden voor publicatie is een belangrijke nevenactiviteit in de wetenschap. Dit gebeurde tot nu toe meestal anoniem, zodat de reviewer in kwestie zijn of haar commentaar niet in hoefde te houden. Jammer genoeg leidt deze anonimiteit steeds meer tot ongepaste opmerkingen, onmogelijke opdrachten (“doe maar een nieuw experiment”) en vriendjespolitiek (“je moet nog dit en dit artikel citeren”). Veel wetenschappers zijn nu dus begonnen met het ondertekenen (en zelfs openbaar publiceren) van hun reviews, omdat open kritiek eerlijker is dan anonieme kritiek en ze het idee hebben dat ze hierdoor betere reviews afleveren. De meningen over het belang van anonimiteit in peer-review verschillen, maar duidelijk is dat hier iets verandert.

 

  • Open science: voor de opkomst van het internet bestond onderzoeksdata uit floppy-disks of eindeloze mappen met papieren. Hiervan belandde uiteindelijk maar een klein deel in het wetenschappelijke artikel, wat peer-review lastiger maakte. Nu we op internet alles kunnen delen pleiten steeds meer wetenschappers om dit ook te doen. Er zijn verschillende servers om data op te zetten, platforms om computercode te delen, en veel wetenschappelijke tijdschriften vereisen nu ook publicatie van onderzoeksgegevens naast een artikel. Daarnaast worden steeds meer wetenschappelijke artikelen open gepubliceerd, wat betekent dat deze artikelen gratis te lezen zijn en dus iedereen erbij kan.

 

  • Statistiek: de p-waarde is een heikel punt in de wetenschap. Ooit is bepaald dat een kans van 5% dat een gemeten effect toeval is, “acceptabel” is om te concluderen dat je hypothese correct is. Deze “p<0.05”is nu uitgegroeid tot zowat de enige voorwaarde om je data te kunnen publiceren en er wordt dus veel mee gerommeld. Sommigen vinden daarom dat deze waarde niet streng genoeg is en moet worden aangescherpt, anderen menen dat dit het structurele probleem niet oplost. Zij zeggen dat we niet afhankelijk moeten zijn van p-waardes en verder moeten kijken, bijvoorbeeld naar verdeling van de data en de sterkte van het effect. Daarnaast is het belangrijk dat een bepaald effect gerepliceerd wordt over tijd door verschillende labs. Een cultuuromslag is nodig, zeggen deze wetenschappers, niet het aanpassen van een nummertje.

 

  • Preregistratie en preprints: een andere recente trend in de wetenschappelijke wereld is die van preregistratie. Dit betekent dat je voordat je een experiment uitvoert, de publicatie van de resultaten alvast vastlegt bij een wetenschappelijk tijdschrift. Deze evalueert de opzet en de geplande analyses en bepaalt of ze de uitkomsten (onafhankelijk van significantie) willen publiceren. Dit heeft als voordeel dat wetenschappers worden beoordeeld op de degelijkheid van het experiment en de analyses en dat er minder “publication bias” ontstaat. Eén van de nadelen is dat wetenschappers minder snel “out of the box” zullen denken en geen exploratieve analyses meer uitvoeren omdat het felbegeerde artikel toch al binnen is. Dit leidt toch minder “vissen” in de data, maar deze werkwijze leidt soms juist ook tot verrassende bevindingen. Daarnaast zetten steeds meer wetenschappers hun artikel op een “preprint server” voordat ze het naar een wetenschappelijk tijdschrift sturen. Zo kan iedereen deze alvast kan lezen voordat hij officieel gepubliceerd wordt (dus na een ellenlange peer-review period). Bovendien heb je dan direct je artikel gratis online staan (zie “open science” hierboven).

 

Bovengenoemde veranderingen zijn nog maar een paar voorbeelden van de mentaliteitsveranderingen die ik bij mijn (voornamelijk jonge) wetenschappelijke collega’s zie. Steeds meer wetenschappers nemen afstand van het afgesloten en hype-gedreven “ivoren toren” wereldje en worden opener. Ze zijn eerlijker zijn over hun initiële hypotheses en bevindingen, delen hun analyses en data openlijk, en bloggen over hun onderzoeksresultaten voor het bredere publiek. Wat mij betreft is dit een goede ontwikkeling, wat stapje voor stapje zal leiden tot een mooie(re) toekomst voor de wetenschap!