kandel9780231179621

Ik ben best een beetje fan van Eric Kandel (geboren in 1929 and still going strong aan Columbia Universiteit, NYC). Tijdens mijn studie kocht ik vrijwillig een dik en duur studieboek van zijn hand, omdat ik alles wilde weten wat deze Nobelprijswinnaar (2000) over neurowetenschappen te zeggen had. Later las (en recenseerde) ik zijn indrukwekkende levensverhaal in zijn autobiografie. Ik vermoed dat die recensie de reden is dat de uitgeverij me benaderde of ik interesse had om zijn laatste boek “Reductionism in Art and Brain Science – Bridging the Two Cultures“ (nog niet vertaald naar het Nederlands) te lezen. In de aanprijzing stond dat ‘Eric R. Kandel aantoont hoe wetenschap inzicht kan geven in de manier waarop we een kunstwerk ervaren en er betekenis aan proberen te verbinden.’ Dat leek me wel interessant.

Ik wist niet goed wat te verwachten, en het eerste hoofdstuk over het ontstaan van een nieuwe abstracte kunststroming in New York City in de jaren ’40 en ’50 van de vorige eeuw was interessant, maar schepte niet veel duidelijkheid. Eerlijk gezegd moest ik even inkomen.

Kandel stelt dat veel kunstenaars reductionistisch te werk gaan, door elementen uit te lichten om de verbeelding van de kijker te stimuleren op een manier die het geheel niet zou bewerkstellingen. Wetenschappers daarentegen, zegt hij, volgen de reductionistische methode juist om componenten van een complex systeem te kunnen bestuderen. OK, maar ik dacht dat we bruggen zouden slaan?

Natuurlijk ontkom je er niet aan om eerst de neurobiologie van informatieverwerking en het visuele systeem in het bijzonder uit te leggen, voordat je kunt gaan praten over hoe het brein reageert op het zien van een kunstwerk. Ook is het logisch om eerst te bespreken hoe het brein reageert op figuratieve kunst, voordat de emoties die abstracte werken kunnen oproepen worden geanalyseerd. En ja, iemand moest voor het eerst op het idee komen om niet meer uitsluitend figuratieve schilderkunst te maken, maar om beeld te maken dat niet direct iets herkenbaars voorstelt. Dus dat hoofdstuk uit de kunstgeschiedenis is ook relevant als je het wilt hebben over wat abstracte kunst met je doet. In mijn beleving bleven de twee verhaallijnen alleen erg lang parallel lopen, om maar op enkele momenten te kruisen.

De uitleg van hoe de input van je zintuigen wordt verwerkt door je hersenen, was voor mij een relatieve thuiswedstrijd, maar voor iemand met interesse in het brein ongetwijfeld fascinerend. Het is wel redelijk droog opgeschreven, ’t is een theoretische kluif.

Als passieve kunstliefhebber zonder veel kennis over kunst, genoot ik meer van de delen over kunstgeschiedenis. Dit boek leerde me veel over hoe kunstenaars stapsgewijs steeds verder afstapten van de traditie in de schilderkunst van realistische nabootsing van de wereld om hen heen. Joseph W. Turner en Wassily Kandinsky (aan wie het eerste abstracte werk in de Westerse kunst wordt toegeschreven: Murnau with church -1910) bijvoorbeeld experimenteerden met het weglaten van figuratieve elementen en realiseerden zich dat een schilderij dan nog steeds allerlei associaties kan oproepen in het brein van de toeschouwer, door vormen, symbolen en kleurgebruik. Kunstenaars beïnvloedden elkaar uiteraard en hieruit zijn allerlei abstracte kunst-substromingen voortgekomen.

Abstracte kunstenaars spelen –bewust of onbewust- in op het gegeven dat onze hersenen betekenis willen geven aan de informatie die via onze zintuigen binnenkomt. Niet alleen de concrete eigenschappen van een waarneming worden hierbij betrokken, maar ook herinneringen en emoties gelinkt aan een eerdere vergelijkbare waarneming. Interessant, maar dat is niet wereldschokkend als je al een beetje idee hebt van hoe ons brein werkt. Kandel geeft diverse inkijkjes in onderzoek dat tot dit inzicht leidde, maar hij geeft ook aan dat we eigenlijk nog maar heel weinig weten over de biologische basis van onze reactie op kunst. Dat verklaart denk ik mijn wat onbevredigde gevoel tijdens het lezen.

Overigens werd het vleugje teleurstelling voor mij volledig goed gemaakt met de beschrijving van mijn favoriete kunstenaar Chuck Close, die fantastische portretten maakt, met bijzondere verf- en papierpulp-technieken. Hij werd tot een reductionistische benadering gedwongen door zijn prosopagnosie (gezichtsblindheid); specifiek kon hij 3D-aspecten van gezichten moeilijk verwerken. Daarom verdeelde hij foto’s van modellen in kleine vakjes die hij apart decoreerde. Dat wetende vind ik zijn werk nog indrukwekkender.

Ik twijfel of de wetenschappelijke uitleg voldeed aan de geschapen verwachtingen, en daarmee of dit boek wel past in een serie recensies van populairwetenschappelijke boeken. Maar ik heb veel geleerd, dus ik ben tevreden.

‘t Boek is mooi vormgegeven trouwens, met veel afbeeldingen van de besproken kunstwerken, op glad papier.

 

kandel9780231179621


Reductionism in Art and Brain Science
– Bridging the Two Cultures
Eric R. Kandel

Columbia University Press
Publicatiedatum: Augustus 2016
ISBN: 9780231179621
240 Pages