Kiezen en Delen

Nu de Amerikaanse verkiezingen voorbij zijn, analyseren progressieven de oorzaken van het Trump debacle. “Vals nieuws” staat op die lijst hoog genoteerd: gefabriceerd anti-Clinton nieuws dat honderdduizenden keren werd gedeeld op sociale media zou de uitslag hebben beïnvloed. Collectief vielen de Amerikaanse progressieven over Facebookbaas Mark Zuckerberg heen toen die stelde dat het op zijn netwerk allemaal wel meeviel met het aanbod aan vals nieuws. Haastig beloofde hij daarop om het probleem aan te pakken met behulp van factcheckers. Deze aanbod-gerichte aanpak van de vals-nieuws industrie roept vooral vragen op. We zouden er beter aan doen om de vraag naar vals nieuws te ontmoedigen.

De bron van een groot deel (half)verzonnen pro-Trump nieuws was, om een of andere reden, het Macedonische stadje Veles, waar tientallen websites valse “nieuwsberichten” over Hillary Clinton verspreidden, onder andere via Facebook. Het lijkt alsof de propagandisten niet zozeer ideologisch gemotiveerd waren, maar vooral ondernemerschap tentoonspreidden. In eerste instantie was bijvoorbeeld het doel om Bernie Sander’s aanhangers te bereiken met anti-Clinton nieuws. Die pogingen bleken echter minder clicks en advertentie inkomsten op te leveren dan berichten gericht op Trump-aanhangers. Ook de auteur van een (bijzonder vermakelijke) satirische nieuwswebsite, geïnterviewd door de Guardian, zegt dat hij het deed voor het geld en de liefhebberij. Hij was geschokt toen zijn onzinartikelen opeens door Trump zelf werden getweet.

Het is niet eenvoudig deze industrie aan te pakken: dit soort activiteiten vallen gewoon onder de vrijheid van meningsuiting, tenminste zolang het materiaal niet opruiend of belasterend is. Ook voorstellen om vals nieuws op sociale netwerken te bestrijden met factcheckers roepen vooral vragen op. Hoewel het idee misschien aantrekkelijk klinkt, is de enorme hoeveelheid facebook posts onmogelijk te checken. Ook is het de vraag wie de waarheid moet bepalen komt. Ik zou bijvoorbeeld niet graag verantwoordelijk zijn voor factchecks in het conflict tussen Israel en de Palestijnen, voor wie het bijhouden van een Wikipedia pagina al de grootste moeite kost.

We zouden daarom beter onze aandacht op de vraagkant kunnen concentreren. Waarom consumeren en delen mensen zo graag onwaarschijnlijke nieuwsberichten? En waarom lijkt de waarheid daarbij eerder een min- dan een pluspunt? De Macedonische fantasten hadden meer succes met volledige fictie dan met halve waarheden, en de maker van de bovengenoemde satirische nieuwssite ontdekte dat de meeste overdreven berichten het vaakst werden geloofd.

Om die vragen te beantwoorden hebben we onderzoek nodig naar de eigenschappen van de lezers en verspreiders (voor zover het tenminste mensen zijn en geen robots) en de omstandigheden waarin vals nieuws floreert. Recent onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat mensen die onzeker zijn, bijvoorbeeld doordat ze verwarrende feedback op hun prestaties hebben gekregen, meer patronen zien in toevallig gegenereerde pixels. Ook zijn ze eerder geneigd in samenzweringen te geloven. Een belangrijke open vraag is of ook economische onzekerheid kan bijdragen aan de populariteit van samenzweringstheorieën.

Daarnaast kan educatie de weerbaarheid verhogen. Het internet is zo vanzelfsprekend dat we bijna zouden vergeten dat het als massafenomeen nog maar nauwelijks 20 jaar oud is. We moeten simpelweg nog leren hoe we met de stroom informatie om te gaan die door vrienden, kennissen en andere vertrouwelingen over ons wordt uitgestort. Net zoals we op de basisschool moeten leren begrijpend lezen, moet de jeugd leren hoe ze echt en vals nieuws kunnen onderscheiden, en een gezonde scepsis tegenover online nieuws ontwikkelen. Er is bewijs dat onderwijs en analytisch denken geloof in samenzweringstheorieën tegengaan. Het creëren van weerbare burgers is de beste lange-termijn strategie om te zorgen dat we niet aan onze eigen onzin ten onder gaan.

 

Met dank aan Stefania Milan voor input.