earnewald-eernewoude

Het Fries leent al eeuwen van het Nederlands

Dat gesproken Fries veel interferenties uit het Nederlands bevat, zal genoegzaam bekend zijn. Minder bekend is dat dit proces al eeuwen aan de gang is. Een groot deel van wat nu als goed Fries beschouwd wordt, is het gevolg van Nederlandse invloeden in eerdere eeuwen. Voorbeelden zijn de woorden omke ‘oom’ en fleis ‘vlees’. In 17e -eeuws Fries was dit nog iem en flêsk, maar deze woorden werden verdrongen door de Nederlandse woorden oompje en vlees, die in licht aangepaste vorm werden overgenomen. Zijn zulke Nederlandse interferenties het gevolg van slordigheid bij de Friezen, zoals soms gedacht wordt?

Friese slordigheid?

Nee! Onderzoek naar tweetaligheid laat zien dat in een gezond brein een bepaalde mate van beïnvloeding gewoon een wetmatigheid is. En niet alleen figuurlijk maar zelfs letterlijk: men kan met een formule berekenen hoe sterk de invloed van de ene taal op de andere is. Het kan allemaal nagelezen worden in een artikel dat binnenkort verschijnt in het wetenschappelijke vaktijdschrift Linguistics.

Soort bij soort

In het tweetalige Friese brein worden Nederlandse woorden niet op een heel ander plek bewaard dan Friese woorden. Het zijn geen gescheiden compartimenten. Woorden worden namelijk dichter bij elkaar opgeslagen naarmate ze meer op elkaar lijken, ongeacht tot welke taal ze behoren. Afstand in het brein tussen twee objecten vertaalt zich dus letterlijk naar de mate waarin twee objecten op elkaar lijken. Zo wordt het Friese woord wiis opgeslagen in de buurt van het Nederlandse woord wijs, want beide woorden lijken erg op elkaar. Het Friese woord tsiis daarentegen ligt niet in de buurt van het Nederlandse woord kaas opgeslagen want die twee woorden lijken veel minder op elkaar. Het gaat dus om de mate van vormovereenkomst. Uit metingen en berekeningen bleek: hoe meer de woorden op elkaar lijken, hoe groter de kans dat ze samen zullen vallen. Zo beweegt de zwakkere taal zich naar de sterkere toe.

Hoe vaker hoe sterker

Maar dat is niet het hele verhaal. Twee woorden die op elkaar lijken, trekken elkaar sterker aan naarmate ze vaker voorkomen. Dit kwam aan het licht bij een onderzoek naar Friese woorden die eindigen op een van de twee rivaliserende suffixen -heid en -ens, zoals in aardichheid / aardigens. Zoals uit het voorbeeld blijkt, komen beide suffixen bij hetzelfde woord voor. Maar niet even vaak, en soms komt maar één van beide voor. Nu blijkt het zo te zijn: als er een Nederlands woord is dat op het Friese woord op -heid lijkt, en als het Nederlandse woord vaak voorkomt, dan komt het Friese woord op -heid ook vaker voor. En dat gaat ten koste van -ens. Bijvoorbeeld: het Nederlands kent het veel voorkomende woord aardigheid, en dat lijkt op het Friese aardichheid. Daardoor wint aardichheid het van aardigens.

Waar niets is …

Andersom komt naast een woord als wurgens ‘moeheid’ geen wurchheid voor. Want er is geen Nederlands woord dat genoeg op het Friese wurch lijkt en hetzelfde betekent. Er is dus geen Nederlands woord wurgheid of iets dergelijks. Daarom kan het Friese woord op -ens, wurgens, zich vrijelijk ontwikkelen. De ingrediënten van de verklaring zijn: beïnvloeding (aantrekkingskracht), vormovereenkomst (hoe dicht zijn Nederlands en Fries woord bij elkaar opgeslagen) en frequentie (de mate van gebruik van woorden op -ens en -heid in beide talen). De relatie tussen deze drie lijkt erg op de formule voor de zwaartekracht. Bij deze laatste formule is de aantrekkingskracht tussen twee objecten afhankelijk van de afstand (verschil) en het gewicht (frequentie).

De hardware van het tweetalige brein

Nu zou men kunnen tegenwerpen dat het Friese aardichheid een Nederlands leenwoord is en dat wurgens ‘moeheid’ laat zien dat de vormen op -ens de ‘echte’ Friese vormen zijn. Toch is dat niet zo. Door de hele taalgeschiedenis van het Fries heen zijn vormen op -heid heel gewoon. Het is dus niet zo dat de vormen op -ens de oorspronkelijk Friese zijn. Het patroon dat we gevonden hebben geeft dus wel degelijke inzicht in de hardware van het meertalige brein, waarin vormafstand en frequentie basisbegrippen zijn.

Tegen de zwaartekracht in

Het opdringen van het Nederlands is daarmee een natuurlijk proces. Natuurlijk wil dat niet zeggen dat men niet kan proberen om vaker correct Fries te spreken. Sterker nog, zo’n streven zal succes hebben, want door de mooie Friese vormen vaker te gebruiken, gaat hun frequentie omhoog en zijn ze beter bestand tegen hun Nederlandse rivalen. Maar dan moet je wel een stukje zwaartekracht in je eigen hersenen overwinnen.

Bron

Arjen Versloot & Eric Hoekstra (2016) Attraction between words as a function of frequency and representational distance: Words in the bilingual brain. Linguistics, 54 (6), 1223-1240.