Kiezen en Delen

Tijdens een bezoek aan Geneve vorige maand bewonderde ik het strenge standbeeld van Calvijn, die predikant was in die stad. Het Calvinisme heb ik altijd een raadselachtige stroming gevonden, met name door het idee dat ieder mens vanaf het begin is voorbestemd om wel of niet in de hemel te komen, onafhankelijk van zijn of haar gedrag.

Als atheïst en econoom zie ik religie als een manier om het belang van de groep te stimuleren, met beloningen voor mensen die zich goed gedragen en straffen voor de anderen. Dreigen met de hel of een reïncarnatie als naaktslak maakt van mensen vrome gelovigen en goede buren. Predestinatie haalt die prikkels onderuit, en is in deze opvatting van religie dus totaal onlogisch.

Deze week vond ik echter een prachtige verklaring voor deze paradox door de economen Gilat Levy en Ronny Razin in het Journal of Public Economic Theory . Het bouwt op de voorspelling in de Calvinistische theologie dat mensen die uitverkoren zijn, zich ook als vrome Christenen gedragen. Dat betekent dus dat goed gedrag het doet lijken alsof je uitverkoren bent, zelfs al heeft dat gedrag geen enkele consequentie voor de uitverkiezing zelf. In plaats van God te overtuigen dat je in de hemel mag, is goed gedrag daarmee een manier om jezelf en anderen te overtuigen dat je al een toegangskaartje hebt.

De auteurs dragen geen direct empirisch bewijs aan voor dit psychologisch mechanisme. Toch is dat er wel, in een mooi experiment van de psychologen Quattrone and Tversky. Zij vroegen proefpersonen om na een korte fysieke training hun hand zo lang mogelijk in ijswater houden, een pijnlijke bezigheid. Eén groep kreeg te horen dat de capaciteit om je hand langere tijd in ijswater te houden een diagnostische test was voor een goede hartconditie, de andere groep dat het juist duidde op een slecht hartconditie (geen van beide is waar).

Proefpersonen in de eerste conditie hielden hun hand langer in het ijswater, hoewel dat hun hartconditie niet kon beïnvloeden. Een voor de hand liggende interpretatie is dat mensen door hun acties proberen om zichzelf te overtuigen dat ze een goed hart hadden. Vervang “een sterk hart” door “uitverkoren” en een emmer ijswater door een religieuze bijdrage en het bruggetje is gemaakt.

Of Calvijn een superieur instinct had voor de menselijke psychologie, of dat zijn theologie toevallig tot effectieve instituties leidde zullen we nooit weten. Maar het Calvinisme is een geraffineerd staaltje van wat economen “mechanism design” noemen, het ontwerpen van instituties om mensen tot gewenste gedrag te bewegen.