Kiezen en Delen

Er was eens, 10 jaar geleden, een wetenschapper die bij de koffiemachine een geldpotje had staan. Iedereen die een kopje koffie dronk, moest daar een kwartje ingooien. Sommige mensen deden dat trouwhartig, anderen zo nu en dan, maar in totaal verzamelde de wetenschapper nooit genoeg om nieuwe koffie te kopen. Hij had geen zin om naast het potje te gaan zitten, dus hing hij een foto op van twee ogen. De bijdrages schoten omhoog.

Misschien houden mensen van mooie plaatjes, dacht de wetenschapper, en hij hing een foto van een bosje bloemen op. Meteen zakten de bijdrages weer terug naar het oude niveau. De wetenschapper hing de foto met ogen weer op, en hij dronk nog lang en gelukkig koffie.

Dit klinkt als een geloofwaardig sprookje, en het wordt ook met graagte verder verteld. Toch is het een sprookje, blijkt uit twee metastudies die deze week gepubliceerd zijn. Als mensen zich bekeken weten, of voelen, gedragen ze zich aardiger en altruistischer. Dat effect, dacht men, is misschien wel zo diep ingebakken dat zelfs kunstmatige cues, zoals plaatjes van ogen, het teweeg kunnen brengen. De afgelopen jaren zijn er aardig wat studies verschenen die dat aan leken te tonen: mensen gingen door zulke cues vaker hun handen wassen, afval scheiden, ze vulden meer surveys in en vonden zichzelf religieuzer.

Maar werden mensen er ook vrijgeviger van, of hing dat van iets anders af? Eén van de vele experimenten met plaatjes van ogen vond plaats in een supermarkt. Klanten konden hun statiegeldbonnetjes in een boxje voor een goed doel doen. De helft van de tijd stonden er ogen op de box getekend, de andere helft bloemen. In de bakjes met ogen werd meer geld verzameld- maar alleen als er weinig klanten waren.

In een ander experiment ging het nepoog-effect alleen op voor mannen. In weer een ander experiment werkte het alleen bij mensen die niet boos waren, of als de nep-ogen heel kort te zien waren. Maar zonder al die mitsen en maren, kwam in de meta-analyse van 26 studies het effect van zulke cues op hoeveel mensen bijdroegen op 0 uit. Voor de zekerheid hebben de onderzoekers ook gekeken of er niet een effect was op of er überhaupt iets werd bijgedragen; maar ook dat was niet zo.

Weer een aannemelijk resultaat ontkracht. En deze studie heeft consequenties voor hoe we de openbare ruimte inrichten: als kunstmatige cues dat je gezien wordt geen effect hebben, zijn borden met ‘Let op: camera-surveillance’ misschien ook niet zo nuttig. Dat doet het ergste vrezen voor de bordjes met ‘Pas op: DNA-spray’ die in mijn straat hangen.