Kiezen en Delen

De uitslag van het Brexit referendum is een klap voor het idee dat mensen stemmen voor hun economisch belang. Naast de eindoverwinning oogstte het Leave kamp ook meer stemmen in gebieden die economisch sterker van de EU afhankelijk zijn. Het waren vooral de ouderen en mensen buiten de grote steden die daarvoor verantwoordelijk waren. In een mooie analyse op zijn blog marginal revolution, verklaart econoom Tyler Cowen deze patronen met behulp van het zogenaamde endowment effect.

Het endowment effect is de neiging om te willen houden wat je bezit, en is één van de paradepaardjes van de gedragseconomie. In een serie experimenten in de jaren ‘80 gaven onderzoekers een deel van de proefpersonen een object (een koffiemok was populair) en vroeg wat ze bereid waren te betalen om het te behouden. Een andere groep werd gevraagd wat ze bereid waren te betalen om dezelfde mok te kopen.

Het bleek dat de betalingsbereidheid van de bezitters ongeveer twee keer zo hoog was als die van de kopers, ook al was hun bezit volledig toevallig toegekend. Als gevolg vonden er op experimentele markten voor koffiemokken veel minder transacties plaats dan je zou verwachten als beide groepen een gelijke waardering voor de mok hadden. Dit effect is voor vele verschillende objecten gerepliceerd.

Cowen’s (impliciete) suggestie is dat het endowment effect ook geldt voor Engelse tradities als thee met melk, fish and chips, koolzuurloos bier en tv-programma’s over tuinieren. Volgens Cowen hebben veel Britten “Leave” geïnterpreteerd als een stem voor het behoud van die tradities, en “Remain” als de verdere ondergraving daarvan.

Het endowment effect verklaart dan de bereidheid van de “bezitters” van de traditie, ouderen en mensen die buiten de grote steden wonen, om zelfs tegen hoge kosten voor behoud te stemmen. Het effect strookt ook met het lage enthousiasme van de “kopers”, de jongeren en stedelingen, die zulke tradities nooit (zo sterk) hebben ervaren.

Deze analyse plakt niet slechts een gedrags-economisch etiket op nostalgische gevoelens; het wijst ook op mogelijke beperkingen van referenda over ingewikkelde, eenmalige beslissingen. Een interessant onderzoeksresultaat is bijvoorbeeld dat handelservaring het endowment effect kan elimineren. In een experiment waar mensen in een proefronde gedwongen werden hun goed te verhandelen, bleken de bezitters daarna meer bereid om afstand te doen van hun object. Ervaring leerde de proefpersonen dat dat laatste niet zo pijnlijk en riskant was als ze hadden gedacht.

Een ander aanknopingspunt is een experiment waarin proefpersonen hun beslissing konden delegeren. Proefpersonen kregen een lotterijlootje en konden geld verdienen door dat met iemand anders te ruilen. Aangezien alle lootjes dezelfde winstkans hadden was ruilen een goed idee. Toch hield een ruime minderheid vast aan hun eigen lot, gevoed door spijtgevoelens als hun originele lot zou winnen. De mogelijkheid om een “gedelegeerde” in te huren om hun lootje te verhandelen bleek zulke gevoelens tegen te gaan, en verhoogde het handelsvolume.

Het is natuurlijk een grote stap om zulke bevindingen uit het laboratorium te extrapoleren naar een complexe wereld waar eeuwenoude tradities op het spel staan. Maar als we dat uit interesse toch doen, dan lijkt een exit van Nederland uit de EU een stuk minder waarschijnlijk wanneer we de beslissing niet aan de kiezer in een referendum overlaten, maar aan professionele politici met ervaring in de relevante afwegingen. Persoonlijk heb ik, als “bezitter” van cosmopolitische waarden en een netwerk met Europese contacten, met die stap weinig moeite.