Kiezen en Delen

Donald Trump heeft ondertussen de meeste bevolkingsgroepen wel op een of andere manier beledigd. Moslims, Mexicanen, vrouwen, alle beledigingen zijn keurig zijn bijgehouden op deze website. Desondanks, of wellicht dankzij die beledigingen wint Trump de ene voorverkiezing na de andere. Waarom is neerkijken op minderheden zo’n populaire bezigheid?

Psychologen dragen vaak een evolutionaire verklaring aan: Aan de tienduizenden jaren waarin we rondscharrelden in kleine groepen van jagers en verzamelaars hebben we een ingebakken voorkeur voor onze eigen clan overgehouden.

Er is echter ook een directe economische motivatie om op anderen neer te kijken. Geld verdienen ten koste van iemand anders is ethisch een stuk makkelijker te verantwoorden om als je geen hoge pet van iemand op hebt. Een slavendrijver komt het goed uit als hij zijn slaven als vee beschouwt, rijken die de armen als lui zien stemmen met een beter geweten voor belastingverlaging, bankiers die denken dat hun klanten sukkels zijn smeren ze met meer liefde waardeloze investeringen aan en conservatieve gelovigen die hun vrouw als minderwaardig beschouwen komen zonder gewetensschade onder de afwas uit.

Hard bewijs voor het belang van dit soort mechanismen komt van een artikel in de American Economic Review eind vorig jaar, getiteld “Conveniently Upset: Avoiding Altruism by Distorting Beliefs about Others’ Altruism”. In een experiment koppelden zij twee proefpersonen aan elkaar die allebei 10 fiches verdiend hadden door een stom taakje te doen.

Beide spelers moesten tegelijkertijd kiezen of ze de ander wilden bedriegen. De eerste proefpersoon kon kiezen fiches van de ander te stelen. Tegelijkertijd kon de andere proefpersoon 10 dollar verdienen door de wisselkoers van de fiches af te waarderen, waardoor de al dan niet gestolen fiches van de eerste speler minder waard werden.

Hoeveel geld zou u geld stelen als u de eerste speler was? Dat hangt er waarschijnlijk vanaf of u denkt dat de tweede speler je fiches zal afwaarderen. Als dat zo is lijkt het legitiem om zoveel mogelijk te stelen. Deze relatie tussen de overtuiging van de eerste speler en haar steelgedrag bleek inderdaad te bestaan.

Veel opvallender is echter dat dit geloof in de slechte intenties van de ander afhing van de economische winst die te behalen viel door slecht gedrag. Als de onderzoekers het maximale aantal dat kon worden gestolen verhoogden van 2 tot 8 fiches, bleek de overtuiging dat de ander hem zou bedriegen toe te nemen van 47% to 87%. Deze overtuiging was sterk genoeg dat mensen er geld op in durfden te zetten, en leidde tot 25 procent meer gestolen fiches (waarbij de onderzoekers controleerden voor het feit dat er nu meer te stelen viel).

In een vervolgexperiment laten de auteurs zien dat dit effect niet optreedt als de keuze van het aantal te stelen fiches door een computer toevallig werd bepaald. Geloof in de slechtheid van de ander dient hier dus duidelijk ter legitimatie van het eigen slechte gedrag.

Dit sterke staaltje cognitieve dissonantie vertelt ons dat geloof in de slechte intenties van anderen tot slecht gedrag leidt. Dat is op zichzelf al een goed argument om ons tegen de Trumpen van deze wereld teweer te stellen. Maar het laat ook zien dat economische motieven een vraag naar laatdunkendheid creëren. Een link naar ons huidige vluchtelingendebat is daarbij niet moeilijk te zien. Hoe hoger we de testosteronspiegel van een vluchteling inschatten, hoe minder geld we hoeven uitgeven om hem te helpen.