Kiezen en Delen

Gisteren kocht ik een pakje gerookte forel met 35% korting – want houdbaar tot 29 december. Vandaag gooide ik de overgebleven helft ervan weg. Dat voelde nogal dom, voor een gedragseconoom. Ik had me laten strikken door de supermarkt om iets te kopen wat ik niet op zou eten. Of nog preciezer, iets te kopen wat ik niet op zou eten op het moment dat ik dat dacht te gaan doen.

Gelukkig staat er in het decembernummer van het Journal of Economic Psychology een analyse van wat er misging. De onderzoekers vroegen zich, net als ik, af of onze inschattingen over wat we in de toekomst willen eten misschien slechter kloppen dan we zelf denken. Dat testten ze door 70 deelnemers (een dwarsdoorsnede uit de bevolking*) drie achtereenvolgende weken langs te laten komen voor een experiment. Ze werden getrakteerd op een broodje gezond en kregen daarna dertien verschillende snacks voor geschoteld: chocoladerepen, chips, nootjes, bananen etc. Daaruit mochten ze twee snacks kiezen. De eerste week werd hen gevraagd ook voor week 2 en 3 alvast twee snacks uit te zoeken. Ze mochten ook een ‘verzekering’ kopen: de mogelijkheid om hun keuze later te veranderen. De weken daarop mochten ze opnieuw een keuze maken, en tegen betaling hun oorspronkelijke keuze herzien.

De deelnemers waren gemiddeld meer dan 80% zeker dat ze hun keuze de weken erop niet zouden willen veranderen. Dat was ik ook: ik dacht te kunnen profiteren van de 35% korting door zeker te weten dat ik bij de lunch het hele pakje forel zou opeten. Toch kon slechts 45% van de deelnemers goed voorspellen welke snacks ze in de toekomst wilden hebben: 55% koos uiteindelijk toch iets anders. Oftewel, ik ben niet de enige overoptimistische gek (inderdaad overschatten de vrouwen in dit onderzoek vaker dan mannen hun zelfkennis). En, net als ik, wilden ook de deelnemers die dachten zichzelf zo goed te kunnen voorspellen, minder geld betalen om hun keuze te kunnen herzien- in mijn geval was ik niet bereid de volle prijs te betalen om de forel eventueel een dag later te kunnen opeten.

Gelukkig noemen de onderzoekers deze eigenschap niet dom, maar ‘overoptimistisch in het voorspellen van toekomstige voedselvoorkeuren’. Klinkt als een haalbaar goed voornemen voor het komende jaar: neem je eigen voorspellingen niet te serieus.

 

*wat bij dit experiment ook echt nodig was, omdat er geen verschillende condities met elkaar vergeleken werden, zoals in de meeste experimenten waarbij de deelnemers allemaal studenten zijn.