Kiezen en Delen

Op de skipistes in Zuid-Tirol waar ik deze dagen doorbreng spreekt ongeveer de helft van de bevolking Italiaans en de andere helft Duits. Ik spreek beide talen vrij goed en maak er een sport van om te raden welke taal obers en liftpersoneel spreken, om in de juiste taal een gesprekje te beginnen. Ik heb het idee dat een goede gok een vriendelijker service oplevert, een idee dat volgens experimentele data niet helemaal op verbeelding berust.

Zuid-Tirol was tot de eerste wereldoorlog een deel van Oostenrijk Hongarije, maar werd daarna officieel ingelijfd door Italië. Dat begon vervolgens een Italianiseringscampagne, door Italiaans als enige officiële taal toe te staan, Duitstalige scholen te sluiten en Italianen uit andere gebieden naar de regio te verplaatsen. Als tegenreactie werden er in de jaren 60 heuse terroristische aanslagen gepleegd door een Tiroler bevrijdingsfront. De spanningen werden pas opgelost toen de regio een autonome status kreeg met gelijke rechten voor beide taalgroepen.

Een recent, nog ongepubliceerd paper laat echter zien dat de animositeit 50 jaar later nog niet uit de lucht is. De auteurs doen een experiment op scholen in Merano, waarin de kinderen moeten besluiten hoeveel muntjes ze willen inzetten op de samenwerking met een ander kind. Hoe meer muntjes je inzet, hoe meer de ander erop vooruit gaat. Samen zijn de kinderen het beste af als ze beide het maximum aan munten inzetten op samenwerking, maar individueel levert het meer op om de ander uit te buiten en niets in te zetten. Een echt “Prisoners dilemma” dus, waarbij de verdiende munten werden omgezet in speelgoed en snoep.

De onderzoekers wilden weten wat er zou gebeuren als de kinderen informatie hadden over de taalgroep van het andere kind. Dat varieerden ze door op een subtiele manier de naam van de school van het andere kind te vermelden. Aangezien scholen bijna geheel gesegregeerd zijn, is de school een nagenoeg perfecte indicator van de taalgroep.

Uit de resultaten blijkt dat kinderen minder samenwerken met kinderen uit de andere taalgroep. Ook verwachten ze minder samenwerking van de ander als die een andere taal spreekt, maar dat verklaart slechts een deel van het verschil inzet. Het taaleffect is klein voor jonge kinderen van 7 á 8 jaar, maar groeit met de leeftijd: 11 jarigen, de hoogste geteste leeftijd, sturen gemiddeld ongeveer 12% meer muntjes naar een kind van een andere school als ze op die school dezelfde taal spreken. Het feit dat deze vorm van discriminatie zich ontwikkelt met de leeftijd duidt erop dat ze ontstaat door invloeden die ze oppikken uit de sociale omgeving.

Zelfs op de flanken van de idyllische dolomieten is dus niet alles wat het lijkt. Tegelijkertijd zijn terroristische aanslagen lang verleden tijd, en krijg ik mijn Knödel in Brühe (of toch Canederli in Brodo?) ook van een verkeerd aangesproken ober. Het glas is meer dan halfvol.