Er is al veel gezegd over Barack Obama’s recente executive order om gedragsonderzoek te benutten in het ontwerpen en implementeren van beleid. Cass Sunstein, Obama’s voormalige beleidsadviseur, gaat in een nieuw paper nog een stap verder, en filosofeert over de oprichting van een “Council of Psychological Advisors” , een tegenhanger van de “Council of Economic Advisors”.

In feite komt het idee niet van Sunstein, maar van de psycholoog Barry Schwartz. Hij argumenteert dat economen al veel te lang het monopolie op beleidsadvies hebben, en geeft terreinen aan waarop (economisch) psychologen een bijdrage kunnen leveren, zoals een slimmer gebruik van financiële prikkels op gebieden met veel intrinsieke motivatie zoals onderwijs en zorg, het vermijden van fouten in pensioen- en verzekeringskeuzes en het benutten van morele motivatie bijvoorbeeld bij het maken van duurzame consumptiekeuzes. Sunstein voegt daar aan toe dat gedragswetenschappelijke inzichten kunnen helpen om economische prikkels effectiever te maken, door ze de juiste plaats te geven in de “keuzeomgeving” van de beslisser, en geeft een aantal voorbeelden van zulke interventies.

In Nederland is er al een beweging gaande die gedragswetenschap een centralere rol toebedeelt in het beleid. Zo heeft o.a. het ministerie van economische zaken in navolging van de Engelse en Amerikaanse regering een “behavioral insights team” aangesteld, dat de opdracht heeft om met experimentele manipulaties beleid effectiever te maken.

Misschien is de tijd dus rijp voor een Sociaal Psychologische Raad (SPR) als tegenhanger van de SER? Niet iedereen zal enthousiast worden van dit idee. Sunstein zelf geeft toe dat veel mensen een ongemakkelijk gevoel hebben over het gebruik van “nudges’’ , die soms als manipulatie worden beoordeeld. Dat is vaak niet terecht, maar vermindert wel de politieke haalbaarheid van een SPR.

Een belangrijker vraag is of de gedragswetenschappen wel echt een centrale rol in het beleid verdienen. De beroemde gedragseconoom George Loewenstein, bepaald geen tegenstander van het vakgebied, schreef in de New York Times over het gevaar dat gedragseconomische en psychologische interventies als symboolpolitiek worden gebruikt en de aandacht afleiden van veel effectievere economische instrumenten.

Als voorbeeld geeft Loewenstein het idee dat obesitas op te lossen zou zijn met een “psychologische” instrumenten als voedingsetiketten in plaats van het afschaffen van subsidies op maisproducten en het belasten van ongezond eten. Een Nederlands voorbeeld zou kunnen zijn dat men de hoge schulden van Nederlandse huishoudens probeert te bestrijden met financiële bijsluiters in plaats van het beperken van de hypotheekrenteaftrek.

Loewenstein’s argument lijkt mij terecht, maar doet op zichzelf niets af aan het nut van gedragspsychologische interventies (die soms juist erg effectief zijn). Daarnaast is het vanuit wetenschappelijk oogpunt wenselijk om te blijven experimenteren met de implementatie van beleid. Dat hoeft niet meteen tot een SPR te leiden, ook al omdat er in Nederland al redelijk veel aandacht voor gedragswetenschappen bestaat in beleidskringen, getuige bijvoorbeeld het boven beschreven initiatief van EZ en dit recente rapport van de WRR. De introductie van een paar (economisch) psychologen onder de kroonleden van de SER of de leden van de WRR zou al een heel mooi begin zijn.