SLXAlgemeen_ElcoVDMeer

Op een zonnige maandag in juni zat de Groningse delegatie van Sciencepalooza te lunchen op de Zernike-campus van de Rijksuniversiteit Groningen. Charlotte, promovendus in de Kunstmatige Intelligentie; Koen, postdoc in de wetenschapsfilosofie en ondergetekende, ooit moleculair bioloog, nu wetenschapscommunicator. Al snel kwam het gesprek natuurlijk op communicerende wetenschappers en de vraag of die er eigenlijk wel veel zijn.

In mijn werk bij Science LinX, het science center van de Bètafaculteit van de RUG, ben ik vaak op zoek naar de communicerende wetenschappers. Science LinX wordt regelmatig bezocht door schoolklassen met docenten, en daarnaast organiseren wij veel activiteiten voor leerlingen en docenten van bovenbouw van havo/vwo, en voor een algemeen publiek. Open dagen, meeloopdagen, voorlichtingsactiviteiten en ondersteuning bij profielwerkstukken voor de leerlingen; docentprofessionalisering, ontwikkeling van lesmateriaal over wetenschappelijke onderwerpen, bedrijfsbezoeken, en nog veel meer voor de docenten. Scholen zijn enthousiast: deze activiteiten bieden vaak meer diepgang dan wat de docenten (en de leerboeken) kunnen bieden. Aan al deze activiteiten werken enthousiaste wetenschappers mee die vol passie vertellen over hun vak, ondersteunen bij schrijven van nieuw lesmateriaal en een goed beeld kunnen geven wat een bèta-studie inhoudt.

De vraag en het aanbod:

Bij Science LinX krijgen we dan ook veel aanvragen: wetenschappers voor gastlezingen op scholen, festivals of andere activiteiten, wetenschappelijke opdrachtgevers voor een profielwerkstuk of onderzoekers die willen bijdragen aan een open dag of festival. En we doen ons best om aan alle aanvragen te voldoen. De wetenschappers die meewerken vinden het zelf meestal wel leuk. Een keer. Misschien nog een keer. Maar als ze meerdere keren per jaar gevraagd worden voor een praatje, het begeleiden van het schrijven van een lesmodule of profielwerkstuk, of een demo tijdens een open dag, slaan ze aan het rekenen. Want, wetenschappers worden beoordeeld op wetenschappelijke output, misschien ook wel op hun onderwijs, maar niet op hun communicatie-activiteiten. En na een aantal verzoeken zegt de wetenschapper ‘nee’, want er is nog genoeg echt werk te doen, en hij/zij vindt dat anderen dit soort klusjes ook wel eens mogen opknappen.

De balans:

Vraag en aanbod blijkt helaas absoluut niet in balans te zijn. Wetenschappers die meewerken aan onze activiteiten belanden in ons collectief geheugen en benaderen we keer op keer weer. En natuurlijk zijn we daarvan op de hoogte. We overleggen regelmatig of we wetenschapper zus-en-zo wel wéér kunnen vragen omdat hij/zij dit jaar al zoveel gedaan heeft. De spoeling van wetenschappers die vaak aan communicatie-activiteiten doen is dun, heel dun.

Dit is niet nieuw, drie jaar geleden beschreef ik hetzelfde probleem al eens een keer. Het enthousiasme van wetenschappers om te communiceren lijkt groter te worden, dat is goed nieuws. Maar zolang de wetenschapper er geen baat bij heeft om te communiceren over zijn of haar onderzoek, zal het meewerken aan dergelijke activiteiten bij één keer blijven, en daarnaast afhankelijk van een handjevol enthousiastelingen die hun steeds schaarser wordende tijd willen blijven steken in een praatje voor een zaal vol scholieren. En zal onze afdeling altijd veel tijd blijven steken in het zoeken naar geschikte mensen voor onze druk bezochte activiteiten.

Zal dit ooit veranderen? Wie heeft de oplossing? Ik hoor het graag!