Kiezen en Delen

Er zijn veel verschillende manieren om een nieuwe vaardigheid te leren. Zelf uitproberen, en in allerlei al gemaakte valkuilen vallen, is er één van. Maar de menselijke hersenen zijn groot geworden met ‘sociaal leren’: afkijken wat anderen in dezelfde situatie doen. Uit een pas gepubliceerd onderzoek blijkt dat het nogal wat uitmaakt hoe we precies afkijken: bij iedereen, of bij de meest succesvolle mensen?

Drie Nederlandse onderzoekers lieten 200 proefpersonen in groepen van vijf een serie spellen spelen, waarmee ze gemiddeld zo’n 70 euro konden verdienen. Een van die spellen was een sociaal dilemma. Daarin kun je ofwel samenwerken, waardoor de groepsverdiensten omhoog gaan; of ‘freeriden’, waardoor je eigen inkomsten stijgen ten koste van de groep. Na iedere ronde konden de spelers kiezen welke informatie ze wilden opvragen: wat hun groepsgenoten gedaan hadden, of wat ze verdiend hadden (en wat ze gedaan hadden om dat te verdienen). Afkijken mocht, maar kostte geld, dus de proefpersonen dachten wel even na voordat ze die informatie opvroegen.

Er bleken duidelijke verschillen te bestaan in hoe mensen het spel leerden. Zo’n 40 procent van de mensen vroeg voornamelijk informatie op over wat hun groepsgenoten deden, zonder dat ze wilden weten hoeveel hun acties hadden opgeleverd (de conformeerders). 20 procent keek systematisch naar wat wat anderen verdienden, en deden de beste daarvan na (de succes-imiteerders). Dat klinkt vergezocht, maar wie weet vragen bankiers ook wel naar elkaars bonus. Welke van die twee leerstrategieën de deelnemers toepasten bleek onveranderlijk. Ook een maand later, toen dezelfde deelnemers werd gevraagd om aan een ander experiment mee te doen, vroegen ze om dezelfde soort informatie als eerst. Maar welke informatie leverde het meeste op?

Om dat te bepalen werden de deelnemers de tweede keer, toen ze een maand later in het laboratorium kwamen, gesorteerd op type. De succes-imiteerders werden in groepjes bij elkaar gezet en de conformeerders in andere groepen. Ze speelden een vergelijkbaar spel als de eerste keer. Beide leertypes behaalden tijdens de eerste ronde hetzelfde samenwerkingsniveau, en verdienden dus evenveel. Maar na de eerste ronde ontstonden er verschillen tussen de groepen. De conformeerders zagen wat de gemiddelde speler had gedaan, en deed dat na: samenwerken. De succes-imiteerders werkten minder goed samen, omdat ze gefocust waren op de hogere verdiensten van de freeriders- en sneden zichzelf daarmee in de vingers, want groepen met te veel freeriders verdienen minder.

Gemiddeld verdienden de conformeerders in dit onderzoek meer geld dan de succes-imiteerders. Dat komt deels door het type spel dat ze speelden en de groepering van de spelers. Maar laat dat nu precies weerspiegelen wat er gebeurt aan de top van een bank: een minderheid die gevoelig is voor verdiensten wordt bij elkaar gezet, speelt een samenwerkingsspel en imiteert het gedrag van veelverdienende sectorgenoten. Op korte termijn loont dat, maar de vraag is hoe lang dat zo blijft.