Kiezen en Delen

De afgelopen maand liep ik verkleed als suppoost door het Stedelijk Museum. Als onderdeel van een kunstwerk was het mijn taak om bezoekers te vragen naar hun mening over de markteconomie. Mijn interacties bevestigden dat het publiek heel anders naar de economie kijkt dan mijn collega-economen.

Tino Seghal is een Duitse kunstenaar die “geconstrueerde situaties” ontwerpt, waarbij de bezoeker op een onverwachte en interactieve manier in het kunstwerk betrokken wordt. In het werk “This is Exchange”, bieden als suppoost aangeklede economen de bezoeker een paar Euro aan in ruil voor hun mening over “de markteconomie”. Het idee achter dit immateriële kunstwerk is dat de bezoeker een onverwachte interactie met de suppoost beleeft, waarbij zelfs een negatieve mening over de markteconomie transactiewaarde blijkt te hebben.

Mijn ervaringen na meer dan twintig uur ‘kunstwerk zijn’ en honderden interacties lenen zich niet voor drastische conclusies. Gedeeltelijk ligt dat aan het feit dat “de markteconomie” zo’n breed begrip is dat de discussie alle kanten op kan (en dat ook doet), en gedeeltelijk aan de selectie van bezoekers (kunstliefhebbers, toeristen).

Toch waren er enkele opvallende gemene delers. Ten eerste heeft een groot deel van de mensen geen idee of mening over de economie, en lijkt het te beschouwen als een technocratische zaak waar ze zich liever niet mee bezig houden. Een enigszins zorgbarende houding als je bedenkt dat de economische organisatie van onze samenleving zo ongeveer alle aspecten van ons dagelijks leven beïnvloedt.

Ten tweede had, onder de bezoekers die wél een mening wilde geven, een duidelijke meerderheid negatieve associaties bij de markteconomie. Veel mensen vinden dat de marktwerking is ‘doorgeslagen’, en noemen daarbij vaak de ontwikkelingen in de zorg als voorbeeld. Meer in het algemeen heerst er een meer of minder gearticuleerd wantrouwen tegen het idee dat het winstoogmerk tot goede uitkomsten voor de maatschappij zou kunnen leiden.

Dat staat in contrast met meeste professionele economen, die de markt een centrale rol toedelen in de economische organisatie (hoewel ze ongetwijfeld de moeilijkheden van een zorgmarkt zullen onderkennen). Mijn ervaringen bevestigen daarmee eerder onderzoek naar meningsverschillen tussen economen en het algemene publiek over economisch beleid.

Een studie uit 2013 vergelijkt bijvoorbeeld de mening van de twee groepen over 19 ja/nee stellingen over de Amerikaanse economie. De onderzoekers ontdekten een gemiddeld verschil van wel 37 procentpunten. Opvallend genoeg waren de verschillen het grootst op gebieden waar de economen het meest eens waren, zoals bijvoorbeeld de voordelen van internationale handel.

Zo denkt bijvoorbeeld 76% van het publiek dat een “buy American” beleid tot meer banen zal leiden, tegenover 11% van de economen, en denkt 0% van de economen dat beurskoersen voorspelbaar zijn, tegenover 45% van het publiek. Een studie uit 2014 vond soortgelijke verschillen en laat bovendien zien dat als mensen worden geconfronteerd met een consensus onder economen, ze die mening vaak alleen gebruiken als ondersteuning voor wat ze toch al dachten.

De grote verschillen in opinie tussen professionals en leken en de desinteresse bij een deel van het publiek wijzen op een gebrek aan begrip en kennisuitwisseling. Dat is een probleem in een complexe maatschappij waar economisch beleid iedereen raakt. Beide groepen zouden dus iets kunnen opsteken van een intensievere interactie dan een babbeltje als onderdeel van een kunstproject. In het buitenland wordt het fenomeen economiefestival steeds populairder. Een Nederlandse versie is welkom.