Kiezen en Delen

Of iemand te vertrouwen is, staat niet op het voorhoofd geschreven. Toch kunnen we op basis van een momentopname van een gezicht al de betrouwbaarheid van iemand inschatten. Die belangrijke sociale vaardigheid ontwikkelen we als pubers. Pas als er expliciet naar onze mening wordt gevraagd, gaan we fouten maken.

Op een basisschool in België speelden 540 middelbare scholieren een vertrouwensspel. Elke scholier kreeg 4 euro, die hij of zij kon investeren in een onbekende, van wie alleen vijf seconden lang een foto te zien was. Die onbekende persoon kreeg dan van de onderzoekers het drievoudige (12 euro), waarvan hij er ofwel 0 (niet erg aardig), ofwel 4 euro (dan speelde de scholier quitte) of 6 (dan werd de winst dus eerlijk gedeeld) naar de scholier kon terugsturen. Dat wisten de scholieren van tevoren; hun taak was dus om in te schatten of de ontvangers te vertrouwen waren of niet. De ontvangers hadden hun keuzes al eerder gemaakt, dus de onderzoekers wist al of ze betrouwbaar waren of niet.

Er waren evenveel ‘oplichters’ en ‘betrouwbaren’ onder de ontvangers. Uit de geïnvesteerde bedragen blijkt dat 13-jarigen die twee groepen al op basis van de foto uit elkaar kunnen houden, zij het met moeite. Ze sturen oplichters in 42% van de vertrouwensspellen hun 4 euro, en de onbekenden die wel te vertrouwen waren in 48%. De 18-jarigen deden het in het spel aanzienlijk beter: zij stuurden maar 36% van de oplichters iets toe, tegenover 56% van de betrouwbare types. Werd hen daarentegen alleen gevraagd om in te schatten of ze de gezichten betrouwbaar vonden, dan scoorden ze aanzienlijk slechter.

Uit de resultaten kunnen we een leerzame les trekken. Hoewel we met de jaren beter worden, maken we dus een systematische inschattingsfout bij het beoordelen van de betrouwbaarheid van anderen. In ons gedrag, dat gebaseerd is op een snelle intuïtieve inschatting, filteren we netjes de onbetrouwbare sujetten eruit. Maar als we, los van een actie of situatie die om handelen vraagt, proberen te voorspellen wat de ander van plan is, maken we fouten: we projecteren onze eigen neigingen op de ander. Wie zelf betrouwbaar is, overschat de betrouwbaarheid van anderen; wie zelf onbetrouwbaar is, vertrouwt anderen juist te weinig. Snelle, onbewuste reacties zijn dus accurater dan onze weloverwogen inschatting.

Krijg je morgen een verleidelijk aanbod van een onbekende, vraag je dan niet expliciet af of hij te vertrouwen is; ga af op je eerste indruk.