Kiezen en Delen

Bent u rijk en hoog opgeleid, dan gaat uw kind met een hoge waarschijnlijkheid (44%) naar het VWO. Bent u arm en laag opgeleid, dan is die kans 13% en zit uw kind waarschijnlijk (70%) op het VMBO. De laatste jaren is er steeds meer aandacht voor de tweedeling tussen hoog en laag opgeleiden. Een nieuwe studie onderzoekt hoe die tweedeling van ouder op kind wordt doorgegeven via de ontwikkeling van karaktereigenschappen.

De studie, gedaan door Duitse onderzoekers, kijkt naar de relatie tussen de sociaal-economische-status (SES) van de ouders en de karaktereigenschappen en intelligentie van hun kinderen. Aan het onderzoek deden een kleine 800 Duitse gezinnen uit het Roergebied mee met kinderen tussen de zeven en negen jaar.

De onderzoekers maten de karaktereigenschappen van de kinderen met behulp van verschillende experimenten. In de experimenten konden de kinderen sterren verdienen, die ze konden omwisselen voor speelgoed: hoe meer sterren, hoe mooier het speelgoed.

De onderzoekers maten onder andere het rechtvaardigheidsgevoel van kinderen door ze sterren te laten verdelen tussen zichzelf en een ander kind. De bereidheid om risico te nemen testten ze door kinderen te laten kiezen tussen een zeker aantal van drie sterren, of het werpen van een munt met aan een kant nul sterren en aan de andere kant zeven sterren. Om hun geduld te testen moesten de kinderen daarnaast kiezen tussen een aantal muntjes nu, of het dubbele aantal munten een week later. Tenslotte deden alle kinderen verschillende soorten intelligentietesten.

De ouders deden mee aan vergelijkbare experimenten en intelligentietesten en rapporteerden daarnaast hun SES (bestaande uit inkomen en opleidingsniveau) en uitgebreide details over hun opvoedingsstijl, de hoeveelheid tijd die ze met hun kinderen doorbrachten en het soort activiteiten dat ze met hun kinderen deden.

Uit deze gegevens blijkt een sterke relatie tussen het opleidingsniveau van de ouders en de karaktereigenschappen van het kind. Kinderen van hoger opgeleiden zijn geduldiger, minder geneigd tot risico nemen en hebben een hoger IQ.

Een deel van dit verband kan worden verklaard uit de opvoeding en de condities waarin het kind verkeert. Kinderen van hoogopgeleide ouders hebben meer tijd met een ‘hoge interactiewaarde’, zoals bijvoorbeeld voorlezen, terwijl kinderen van lager opgeleiden veel tijd met ‘lage interactiewaarde’ hebben, zoals winkelen of samen films kijken. Ook beginnen kinderen van rijke ouders al met een voorsprong: ze hebben een hoger geboortegewicht en minder broertjes en zusjes, waardoor ze meer aandacht krijgen van de ouders

Ook als met deze variabelen rekening wordt gehouden, is er nog altijd directe invloed van de SES van de ouders. Een extra jaar onderwijs van de ouders betekent gemiddeld een extra IQ punt voor het kind, en 4 jaar extra onderwijs van de ouders, dus bijvoorbeeld een universiteitsdiploma, heeft hetzelfde effect op het geduld van een kind als een extra jaar leeftijd. Daarnaast zijn er sterke correlaties tussen de risicobereidheid en het IQ van de moeder en diezelfde eigenschappen van het kind.

Hoewel deze resultaten misschien niet zo verrassend zijn, werpen ze een nieuw licht op de manier waarop de tweedeling tussen opleidingsniveaus in stand wordt gehouden, en dus al bij jonge kinderen duidelijk zichtbaar is. De Amerikaanse econoom James Heckman pleit daarom al jaren voor actief overheidsbeleid rond leerachterstanden bij zeer jonge kinderen. Gezien het feit dat opleidingsgroepen zich nauwelijks vermengen, lijkt dit een van de weinige wapens in de strijd tegen een nieuw soort klassenmaatschappij.