Kiezen en Delen

Iedereen heeft er last van, hoewel sommigen meer dan anderen: de neiging om het zekere voor het onzekere te nemen en weer hetzelfde gerecht te bestellen, ookal ben je gemiddeld gezien beter af als je zo nu en dan een gokje neemt. Andere mensen zoeken juist extreme risico’s op en beklimmen de K2 of investeren in startups. Die persoonlijkheidsverschillen in risicovoorkeur zijn niet alleen menselijk. Ze liggen diep verankerd in onze hersenen. Zo diep, dat hetzelfde neuronale systeem ook bij vogels (koolmezen en spreeuwen) tot uiting komt in zowel risicozoekers als risicomijders, die bijvoorbeeld te lang op een bekende voederplaats blijven hangen. Hoewel je zou verwachten dat natuurlijke selectie afrekent met individuen die systematisch de verwachte fitnesswinst van zo’n keuze verkeerd inschatten, bestaat die spreiding in persoonlijkheden nog steeds.

Een groep Amerikaanse biologen en computerwetenschappers heeft een verklaring daarvoor geopperd en die met behulp van een simulatiemodel getest. Het resultaat is een zeer toegepast partnerkeuzeadvies voor singles: stop met zoeken naar de ware en kies, lekker risicomijdend, voor een partner die goed genoeg is.

De onderzoekers programmeerden een gesimuleerde omgeving waarin ze, als God tijdens de schepping, verschillende risicopersoonlijkheden aan hun gesimuleerde individuen uitdeelden. Alle individuen maakten in hun leven één belangrijke beslissing: de keuze voor een partner. Sommigen namen genoegen met een ‘goed genoege’ optie – een partner die weinig positieve of negatieve invloed had op hun overlevingskansen – terwijl anderen liever doorzochten naar de perfecte match, met het risico om te eindigen met een erg slechte partner. In de simulatie waren die persoonlijkheden erfelijk, net als bij vogels en mensen. Dat hield in dat de individuen die de beste partners vonden, gemiddeld het meeste nageslacht kregen, dat op hun beurt ongeveer net zo kieskeurig (risicozoekend) of snel tevreden (risicomijdend) was als hun ouders.

Het resultaat was dat in groepen van minder dan 150 individuen, bij benadering de groepsgrootte waarin onze voorouders op de savanne leefden, het voordelig bleek om risico’s uit de weg te gaan bij zulke belangrijke eenmalige beslissingen. De eenmaligheid ervan was daarvoor doorslaggevend. Als beslissingen niet vaak herhaald werden, zoals de keuze voor een partner, overleefden meer risicomijders. Bij dagelijks herhaalde beslissingen, zoals de keuze voor een voederplaats, overleefden de ‘rationeelsten’ in de populatie. De onderzoekers denken dat eenmalige beslissingen bepalend zijn geweest voor hoe onze hersenen met alle risico’s omgaan. En met diezelfde hersenen beslissen we nog steeds hoe we potentiële partners en menukeuzes afwegen: voorzichtiger dan optimaal zou zijn.

Tenminste, gemiddeld gezien. Ook na duizenden generaties bleven er in de simulatie, net als bij spreeuwen en mensen, nog wat lefgozers over.