Leren-zitten-en-lopen-geeft-de-taalontwikkeling-een-boost

Ora Oudgenoeg-Paz van de Universiteit Utrecht ontdekte dat motorische mijlpalen zoals leren zitten en leren lopen invloed hebben op de taalontwikkeling van een kind. “Kinderen die vroeg zelfstandig kunnen zitten hebben als tweejarige een grotere woordenschat dan hun leeftijdsgenootjes die pas later zelfstandig kunnen zitten”, zegt Oudgenoeg-Paz. “En nadat kinderen hebben leren lopen, groeit hun woordenschat opeens sneller. Verder kennen tweejarige kinderen die tijdens het spelen veel kruipen of lopen een jaar later meer voorzetsels (‘achter’, ‘tussen’) en werkwoorden die beweging uitdrukken (‘duwen’, ‘klimmen’) dan kinderen die dat minder doen. Het onderzoek laat zien dat de motorische ontwikkeling van kinderen een belangrijke voorspeller is van hun taalontwikkeling.

Als een kind leert zitten en een tijdje later leert lopen, dan gaat er een wereld voor hem open. Hij kan niet alleen meer zien, maar ook meer doen. Zodra hij zijn handen niet meer nodig heeft om op te steunen, kan hij die gebruiken om allerlei voorwerpen beet te pakken. Zo leert een kind dat een bal rond is en een boek rechthoekig, dat sommige legoblokjes geel zijn en andere rood, en dat een loopauto zwaarder is dan een knuffel. Zodra een kind gaat lopen, kan hij zich vrij bewegen tussen allerlei voorwerpen. Hij kan zich verstoppen achter de bank, onder de tafel en in de kast. En hij kan zijn pop op de stoel zetten of naast de televisie.

“Als een kind kan lopen, zijn er meer onderwerpen om over te praten”, zegt Oudgenoeg-Paz. “Ieder voorwerp dat een kind tegenkomt, is een mogelijk gespreksonderwerp.” Daarnaast verandert het soort taal dat een kind te horen krijgt. De nieuwe bewegingsvrijheid brengt namelijk ook gevaren met zich mee, dus ouders gaan meer verbieden. Een kind dat in de keuken loopt te rommelen, zal van zijn vader of moeder horen dat hij niet aan de flessen in het keukenkastje mag zitten. En een kind dat zijn boterham in de cd-speler probeert te duwen, zal vermanend worden toegesproken. Als een kind gaat lopen, leert het dus niet alleen nieuwe woorden, maar ook nieuwe zinsconstructies.

De resultaten van het onderzoek laten zien dat het voor de taalontwikkeling belangrijk is dat kinderen thuis en op de peuterspeelzaal genoeg ruimte krijgen om te bewegen en verschillende soorten ruimtes te verkennen. Het is daarom beter om kinderen niet te veel in de box of de kinderstoel te zetten. Oudgenoeg-Paz benadrukt dat het voor de taalontwikkeling vooral van belang is wat een kind doet met zijn nieuwe bewegingsvrijheid. “Het gaat erom dat een kind aan het verkennen slaat. Daarvoor is het niet noodzakelijk dat het kan lopen, maar natuurlijk wel makkelijker. Een kind dat niet kan lopen door een beperking, zal op andere manieren gestimuleerd moeten worden om de wereld te ontdekken.”

Bron: Oudgenoeg-Paz., O. (2014). Walk this way, Talk this way. Motor skills, spatial exploration, and the development of spatial cognition and language. Universiteit Utrecht.