stanfordpride

Het begint een beetje een cliché te worden: Nederlandse universiteiten willen en moeten steeds meer op Amerikaanse gaan lijken. Het moet allemaal excellenter, internationaler en sneller net als grote voorbeelden als Harvard, Princeton en Stanford. Maar welke delen van het Amerikaanse universiteitssysteem moeten we dan overnemen en welke liever niet?

 Ik heb sinds ongeveer een jaar het privilege om mij in het Amerikaanse hogere onderwijs te begeven. Als postdoctoraal onderzoeker met een onderzoeksbeurs van NWO geniet ik dagelijks op Stanford van de inspirerende en innovatieve omgeving. En ja, ik denk zeker dat Nederlandse universiteiten baat kunnen hebben bij een aantal facetten van dit academische klimaat. Andere dingen kunnen we naar mijn mening juist beter behouden: Amerikanen kunnen zeker ook van ons leren!

 

Verscheidenheid in universiteiten

Amerika heeft een grote verscheidenheid aan universiteiten. Zo heb je de  research universities die grotendeels focussen op onderzoek (zoals Stanford), maar er zijn ook universiteiten die voornamelijk mikken op onderwijs. Deze bieden voornamelijk undergraduate (Bachelor) programma’s aan en minder graduate (Master en PhD) programma’s. Ook op deze universiteiten kan je professor worden, al wegen je lesgeefcapaciteiten een stuk zwaarder dan je onderzoekscapaciteiten. En dan heb je ook nog een hoop universiteiten die zich ergens tussen deze uitersten begeven en universiteiten die alleen bepaalde richtingen onderwijzen, zoals een meer bèta of alfa richting.

Bij ons vallen veel van de laatstgenoemde universiteiten onder het HBO en soms zelfs het MBO. Veel gepromoveerden in Amerika die liever meer lesgeven dan onderzoek doen werken bij deze instanties. Dit zou zo slecht nog niet zijn voor het Nederlandse onderwijs. Waar studenten met een Master-titel kunnen worden aangetrokken voor het basisonderwijs kunnen gepromoveerden ook op HBO-instellingen terecht, iets wat volgens mij nog in beperkte mate gebeurt.

De variëteit in Amerikaanse “universiteiten” is dus immens. Universiteiten proberen zich daardoor met een duidelijk motto en strategie te onderscheiden om passende studenten te vinden. Voor Stanford zijn dit voornamelijk de entrepeneurs, studenten die graag hun intellect praktisch gebruiken om bedrijfjes op te zetten en de wereld te veroveren. Geen wonder dus dat vooral de technische studies op Stanford het bijzonder goed doen. Harvard daarentegen heeft juist een ouderwetsere, kennisgerichte insteek.

 

University pride

Toen ik als Zwollenaar mocht gaan studeren koos ik voor Groningen. Niet voor de prestigieuze naam van de universiteit, maar voor de gezellige stad, de beperkte reisafstand en de specifieke studie die ik daar kon volgen. Nooit had ik erover nagedacht om een universiteit te kiezen voor de naam, alle universiteiten in Nederland waren in mijn optiek even goed. Deze bewuste egalitaire benadering, die ervoor zorgt dat iedere Nederlander goedkoop kan studeren aan subtop-universiteiten, ligt jammer genoeg sinds kort onder vuur. Nederlandse universiteiten zouden meer moeten gaan concurreren met buitenlandse universiteiten in een minder egalitair systeem, om van de subtop naar de top op te klimmen en te kunnen concurreren met universiteiten als Stanford. Ik ben bang dat de nadelen hierbij niet opwegen tegen de voordelen, maar hierover misschien later meer.

Waar Nederlandse universiteiten wel wat van kunnen leren is de “university pride” die in Amerika heerst. Amerikanen laten maar wat graag zien aan welke universiteit ze studeren of hebben gestudeerd, waardoor je overal merchandise-artikelen tegenkomt. Van Groningen heb ik alleen een trui en dat was indertijd jammer genoeg ook zo ongeveer de enige optie. Iets trotser zijn op jouw universiteit kan wat mij betreft best nuttig zijn – voor de universiteit én voor jou – al is het hier wel natuurlijk wel, op z’n Amerikaans, een tikkeltje overdreven. Hoe dan ook, al is studeren in Nederland een recht, we mogen er best wel wat vaker bij stilstaan dat het ook een voorrecht is!