Kiezen en Delen

In de serie Kiezen en Delen kijken Joël en Eva elke woensdag met gedragseconomische blik naar alledaagse beslissingen. Deze column verschijnt ook op Sargasso.nl.

Geld weggeven, aan een goed doel of als fooi voor goede service, kan heel bevredigend zijn. Maar je kunt je ook gedwongen voelen. In een pizzeria in New York gaf ik ooit veertig procent fooi – per ongeluk, want ik wist best dat twintig procent daar de norm was. Ik wist alleen niet dat pizzeria’s de norm vaak al bij de rekening optellen.

De hoogte van een fooi wordt grotendeels bepaald door wat iemand denkt dat normaal is. Daarom ziet de bediening van restaurants graag ‘tweetjes’ als gasten. De betalende partij wil geen kleinzielige indruk maken op de ander (zie ook deze aantrekkelijke vrijwilligers en deze opmerkelijke fooiverdeling), wat het personeel ten goede komt.

Bij grotere groepen zien nog meer mensen wat jij bijlegt. Je zou verwachten dat daardoor iedereen meer fooi geeft, maar het tegenovergestelde is waar. Hoe groter de groep, des te minder fooi komt er per persoon op tafel – iedereen verwacht dat de ander zijn verantwoordelijkheid neemt.

Die onlogische neiging om ons te verstoppen achter andermans rug treedt ook op in levensbedreigende situaties. Als er meer toeschouwers zijn, is de kans kleiner dat één van hen een kind uit het water redt: het zogenaamde bystander effect (de kans op hulp is omgekeerd evenredig aan de hoeveelheid potentiële redders) zorgt voor lamlendigheid. Als het echt nodig was, zou iemand anders toch wel iets doen?

Als de verhoudingen omgedraaid zijn – jij moet acht kinderen redden – neemt die lamlendigheid alleen maar toe. Twee onderzoekers vroegen aan de helft van hun deelnemers om een bijdrage voor het redden van een ziek kind, en aan de andere helft om een bijdrage voor acht zieke kinderen. Voor beide situaties was hetzelfde bedrag nodig. Toch doneerden de deelnemers die maar één kind probeerden te redden aanzienlijk meer geld. Sterker nog, al bij het tweede slachtoffer neemt onze emotionele reactie af. Zelfs de reacties in de vorm van spierbewegingen in het gezicht van de participanten werden minder als er twee slachtoffers getoond werden.

Blijkbaar zijn we zo geprogrammeerd dat we het vooral bevredigend vinden om één iemand tegelijk te helpen. We hebben graag het gevoel dat we onmisbaar zijn, dat onze bijdrage het verschil maakt voor een specifiek persoon – het identifiable victim effect.

Sommige instanties spelen daarop in. Give Directly bijvoorbeeld, een Amerikaanse liefdadigheidsinstelling, doneert direct aan specifieke mensen in nood. Per mobiele telefoon krijgen ze een geldbedrag toegestuurd.

Wie daarvoor in aanmerking komt, wordt bepaald door met Google Earth uit te zoeken wie er in Kenia nog een tinnen dak heeft- een teken van armoede. Via zulke mobiele geldzendingen kan ook een vrijgevig individu zelf uitzoeken naar welke persoon hij zijn donatie wil sturen. Zo, met de persoonlijke bevrediging van het redden van een individu, maar strijkstokken omzeilend, zou liefdadigheid wel eens groot kunnen worden.

Restaurants die deze neigingen willen benutten om meer fooi te genereren, kunnen dus twee dingen doen. Ze kunnen grote groepen in paren opsplitsen voor de betaling; of ze zouden, in plaats van een grote fooienpot voor al het personeel, duidelijk kunnen maken aan wie die avond alle fooi gegeven wordt.