Slide1

Om 8.15 staan ze er, en rond 17.45 ook. Met zijn tweeën, keuvelend, de handen warmend aan een beker koffie. Hordes forenzen lopen voorbij, de trap op, het station in. Niemand pakt een foldertje over ‘Wat leert de Bijbel echt?’ In de paar weken dat ik nu regelmatig op station Sloterdijk kom heb ik niemand zien praten met deze Brengers van Het Woord. Hun doorzettingsvermogen fascineert me. Waarom besteden ze zoveel tijd aan verspreiding van hun boodschap (of de hoop daarop)? Wat willen ze de voorbijstromende massa vertellen?

Tim verkende al eerder of religie mogelijk evolutionair voordeel heeft opgeleverd. Ik vroeg me ook af of geloof wat te bieden kan hebben voor een individu. Een rondje Googlen levert mooie beloftes op: de site van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap meldt dat ‘1200 wetenschappelijke studies’ aantonen dat religieuze mensen sneller herstellen na ziekte en minder antidepressiva nodig hebben. Opmerkelijk is de zin: ‘Ook academische wetenschappers houden zich intussen bezig met de verhouding tussen geloof en gezondheid.’ Als academische wetenschappers pas nu geïnteresseerd zijn in deze vraag…. wat voor wetenschappers deden die 1200 studies dan? Ik ben niet geneigd het NIK op haar woord te geloven.
Ze claimt meer wonderlijks: New Yorkse vrouwen met een onvervulde kinderwens voor wie werd gebeden werden twee keer zo vaak zwanger als vrouwen die aan hun lot werden overgelaten. De vrouwen wisten niet dat er voor hen gebeden werd. Ik kan alleen maar hopen dat ongevraagd biddende vrouwen geen effect hebben op vrouwen zonder kinderwens …

Er zijn meer onderzoeken gepubliceerd die meldden dat zieke mensen voor wie gebeden werd er beter aan toe waren dan mensen die op eigen kracht moesten herstellen. Die onderzoeken zijn inmiddels grotendeels vakkundig onderuit gehaald bijvoorbeeld door Hans van Maanen, dus dat ga ik niet herhalen.

En bidden, heb je daar zelf wat aan? Het fysieke aspect van islamitisch bidden lijkt me alvast gezonder dan stil, pepermuntjes-etend. op een kerkbank zitten. Een psycholoog – die ook Christelijke Meditatie aanbiedt als therapie -, vond in haar Master-onderzoek dat mensen die bidden gezonder reageren op stress; ze ‘ervaren minder negatieve gevoelens van stress’. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen, maar vraag me wel af of het uitmaakt of je wensen worden vervuld.

Onderzoekers in Los Angeles waren juist daar ook benieuwd naar: zij onderzochten hoe strenggelovigen omgaan met gebeden die niet worden verhoord. De onderzoekers vroegen meer dan 400 volwassenen van verschillende culturele achtergronden en religies naar hun visie op de situatie van Chris. De online respondenten kregen één van de volgende vier verschillende scenario’s voorgelegd: Chris (46 jaar) kreeg een hartaanval, waarna hij ofwel heel gezond ging leven, ofwel zich religieus ging gedragen. Na negen maanden kreeg Chris ofwel een fataal hartinfarct, of de mededeling van de dokter dat de toekomst er weer positief uitzag. De respondenten moesten aangeven in hoeverre ze Chris of God verantwoordelijk hielden voor het geschetste scenario.

Chris werd vaker verantwoordelijk gehouden voor zijn gedrag als hij bleef leven, dan wanneer hij dood ging — mits hij gezonder was gaan leven. Gelovigen legden de verantwoordelijkheid juist vaker bij God, tenzij Chris zich religieus had gedragen maar toch overleed. Ook God kreeg dus niet de schuld van het overlijden van Chris. Dit staat bekend als de ‘God-serving bias’: vooral als iets goed gaat geven gelovigen God alle credits.

Dezelfde patronen werden gevonden bij het ondervragen van een tweede groep respondenten (~300 studenten). Hen werd ook gevraagd naar hun emoties. Hoewel gelovigen en niet-gelovigen allebei blij waren als Chris na gezond gedrag bleef leven, doken de meest positieve gevoelens op onder gelovigen als Chris na religieus gedrag bleef leven. Het ‘Halleluja-effect’ noemen psychologen dat. Verder waren gelovigen minder boos als hij stierf na religieus gedrag, dan na gezond gedrag. Ongelovigen baalden sowieso van zijn dood, ongeacht hoe hij zijn lot had proberen te keren.
Gelovigen hanteren dus een effectief psychologisch mechanisme om de eigen religieuze overtuigingen in stand te houden, ook al valt de effectiviteit van hun vrome gedrag wat tegen. Flexibele denkers, die gelovigen!

In mijn geval heeft het regelmatig zien van de Jehova’s Getuigen op het station contraproductief gewerkt. Ik ben 35 jaar geleden gedoopt in de hervormde kerk, maar heb nooit enige binding gevoeld met het geloof. Door hen realiseerde ik me nu dat ik ergens nog als kerklid gebrandmerkt sta. Omdat ik niet wil dat ze lobbyen uit mijn naam besloot ik mezelf ook officieel ongelovig te verklaren. De mentale voorbereiding naar aanleiding van de kerkuitschrijfinstructies van GeenStijl bleek onnodig: ik werd door alle betrokkenen aan de telefoon heel vriendelijk een stapje verder geholpen. En nu is het geregeld: ook op papier heb ik niets met de kerk.

Misschien verklaart bovenstaande waarom niemand mijn uitschrijving uit de kerk probeerde te dwarsbomen. Objectief valt er weinig te halen bij het geloof; je moet je er vooral zelf goed bij voelen.