Baby

Kinderen die net geboren zijn, zijn in staat om alle klanken van de wereld te onderscheiden. Dit geeft ze de mogelijkheid om welke taal dan ook te leren. Ze horen het verschil tussen de Chinese p en ph en tussen de Nederlandse l en r. Die gevoeligheid wordt snel minder. Om hun moedertaal te leren zoomen kinderen in op de klanken die ze in hun omgeving horen met als resultaat dat ze tegen het einde van hun eerste levensjaar alleen nog verschillen horen tussen de klanken van hun moedertaal. Voor Chinese kinderen klinkt de l dan hetzelfde als de r en Nederlandse kinderen horen het verschil tussen de p en de ph niet meer. Onderzoekers van o.a. de Universiteit van Amsterdam en het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen ontdekten dat inzoomen op de klanken van de moedertaal belangrijk is voor de ontwikkeling van de woordenschat. Hoe eerder een kind inzoomt op zijn moedertaal, hoe groter zijn woordenschat op latere leeftijd zal zijn.

In het eerste jaar brengen kinderen de klanken van hun moedertaal in kaart. Van twee klanken die dicht bij elkaar liggen moeten ze leren wat de grens tussen beide is. Waar ligt bijvoorbeeld de grens tussen de e en de ee? Iedereen spreekt de e en de ee anders uit, maar toch weten moedertaalsprekers precies wanneer iemand mes zegt in plaats van mees. Door naar verschillende sprekers te luisteren leren baby’s wat acceptabele versies van de e zijn en waar de grens met de ee ligt. Zodra ze de klanken in kaart gebracht hebben, kunnen baby’s aan hun woordenschat gaan werken. Bij de een gaat dit sneller dan bij de ander. Op tweejarige leeftijd zijn de verschillen tussen kinderen al enorm. Terwijl de een voorzichtig zijn eerste woordjes spreekt, kan de ander al hele verhalen vertellen.

In hun speurtocht naar verbanden tussen de vroege taalperceptie en de ontwikkeling van woordenschat bestudeerden de onderzoekers 18 uiteenlopende studies naar taalverwerking bij baby’s tussen de 6 en 12 maanden. Ze vonden een verband tussen het aantal klanken, woorden en zinnen dat deze kinderen herkenden en hoeveel ze er op tweejarige leeftijd produceerden. Hoe meer baby’s zich in hun eerste jaar dus in hun moedertaal specialiseren, hoe meer woorden ze een jaar later kennen. Belangrijk nieuws want de grootte van de woordenschat is een goede voorspeller van onder meer grammaticale ontwikkeling en leesvaardigheid. Ouders die de woordenschat van hun kind willen stimuleren doen er dus goed aan om vroeg te beginnen. Hoe meer je praat met je baby en hoe meer je voorleest, hoe beter. Meer taalaanbod zal het kind helpen om de klanken van zijn moedertaal snel in kaart te brengen.

Uiteraard is het inzoomen op de moedertaal niet de enige factor die de groei van de woordenschat voorspelt. Ook andere factoren spelen een belangrijke rol, zoals het IQ, het werkgeheugen en hoe goed een kind kan focussen. Al die factoren samen zorgen voor de grote onderlinge verschillen in de taalontwikkeling van kinderen.

Bron: Cristia, A., Seidl, A., Junge, C., Soderstrom, M. en Hagoort, P. (2014). “Predicting Individual Variation in Language From Infant Speech Perception Measures”, Child Development 85: 1330–1345.