richtlijnen

Met hoge koorts, een gevoel van slapheid en een zere keel ga je normaal gesproken niet naar je huisarts. Nu wel – het kan immers Ebola zijn. Niet iedere huisarts stelt echter direct die ene belangrijke vraag: of je onlangs in Afrika bent geweest. Dat is ernstig, maar een familielid maakte het eerder deze week mee. En het is niet heel verwonderlijk. Artsen worden dagelijks overspoeld met richtlijnen en protocollen, en dan niet alleen door gezaghebbende instanties als de Gemeenschappelijke Gezondheidsdiensten (GGD’s), en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), maar ook door bijvoorbeeld vertegenwoordigers van farmaceuten. Dan is het toch voorstelbaar dat een arts bij de uitvoering wel eens een steekje laat vallen?

 

Alert

Het RIVM roept huisartsen sinds deze week op om extra alert te zijn op Ebola. Het instituut doet dat via een bericht naar GGD’s en een landelijk persbericht. Huisartsen moeten bij patiënten met hoge koorts de recente reisgeschiedenis opvragen, en nagaan of ze onlangs in besmette gebieden zijn geweest. Dat staat in alle berichten, en ook in Bijlage 1 van de richtlijn die het RIVM heeft opgesteld. Natuurlijk pikt elke huisarts deze informatie op. Maar er adequaat naar handelen – dus de vraag onmiddellijk stellen, en niet pas in laatste instantie – is niet vanzelfsprekend. Dit is wellicht deels te verklaren vanuit de manier waarop de informatie wordt overgebracht.

 

Beslisboom

Van huisartsen verwachten we dat ze goed geïnformeerd zijn over het Ebola-protocol. Maar eigenlijk verwachten we dat ze ook alle andere richtlijnen paraat hebben. Zoals die voor reflux, waarvoor een vriend met zijn pasgeboren dochter vorige week naar zijn huisarts ging. Reflux bij baby’s is in principe niet ernstig en gaat meestal vanzelf over. Dat staat ook in de Richtlijn Gastro-oesofageale reflux(ziekte) bij kinderen van 0-18 jaar, een boekwerk van ruim 70 pagina’s. “Even aanzien,” was het advies van de huisarts, “het gaat vaak vanzelf over”. “Onbegrijpelijk,” vond de vriend het advies van zijn huisarts, “je kunt toch gewoon testen om te zien wat het is?”. Tja, dat zou kunnen. Maar achteraan in de richtlijn staat ook een mooie beslisboom die aanraadt om allereerst de voeding te verdikken, en eventueel door te verwijzen naar de kinderarts. In plaats van ‘even aanzien’ had de huisarts de wanhopige ouders ook kunnen adviseren om de voeding eerst eens te gaan verdikken. Misschien had hij dat zelfs wel gedaan, als de beslisboom op de eerste bladzijde van de richtlijn had gestaan.

 

Opstellen

Ruim anderhalf jaar geleden werd ik ook uitgenodigd om mee te werken aan het opstellen van een richtlijn. Inmiddels staar ik naar een document van ruim vijftig pagina’s met een keurige inleiding, een heldere verantwoording, duidelijke hoofdstukken. Ik vraag me echter af of de richtlijn ooit gebruikt gaat worden. Net als de reflux-richtlijn is hij opgesteld als een boek, en een arts die zijn werk serieus neemt, zou het boek van A tot Z moeten lezen om juist te kunnen handelen. En of het geschikte vakantielectuur is? Het eerlijke antwoord is ‘nee’.

 

Lijvige richtlijnen zijn eigenlijk niet meer bruikbaar in de huidige gezondheidszorg, waarin veel om tijd en efficiëntie draait. Beleidsmakers kunnen huisartsen best een stukje tegemoet komen. Door duidelijke richtlijnen op te stellen, én door het eenvoudiger te maken om ze toe te passen.