einsteins-achtertuin-e1407170649408

Er zijn twee vakgebieden waarvoor ik geen kennisreceptoren lijk te hebben: geschiedenis en kosmologie. Nou wacht; economie strijdt ook om die eer. Wat ik er ook over lees: niets blijft hangen. Lang hield dat mijn desinteresse in stand. Maar nu ik volwassen en wijs ben, doe ik af en toe een poging om die vicieuze cirkel te doorbreken. Toen ik las dat een jonge vrouw zonder duidelijke bèta-aanleg, een boek over theoretische natuurkunde had geschreven, kreeg ik hoop dat dit mijn kennishiaat over het heelal kon opvullen. We zouden immers ongeveer op hetzelfde begripsniveau starten (hoewel ik trouwens best een duidelijke bèta-aanleg heb).

Na zes bladzijden komt er in ‘In Einsteins achtertuin’ van Amanda Gefter bij een bord rijst een filosofisch woordenspel voorbij met de begrippen ‘iets’ en ‘niets’, en de conclusie dat deze niet elkaars tegenovergestelde zijn, maar ‘gewoon’ verschillende patronen van hetzelfde. Die denkoefening bleek een goede warming-up voor alle abstracte gedachte-experimenten die je te wachten staan.

Naar aanleiding van een gesprek met haar vader toen ze vijftien was (bij dat bordje rijst), over hoe ‘niets’ te definiëren, besluit Amanda Gefter dat ze, samen met haar vader, het mysterie van het universum wil oplossen. Ze doet alsof ze wetenschapsjournalist is en bluft zich naar natuurkundecongressen. Gefter blijkt erg goed te zijn in haar nieuwe, verzonnen carrière. Hierdoor komt ze in contact met allerlei Nobelprijswinnaars en andere slimmeriken, die haar van ideeën en antwoorden voorzien in haar queeste naar De Werkelijkheid.

De relativiteitstheorie, lichtkegels, de snaartheorie – met zes extra opgevouwen dimensies -, waarnemingshorizonnen, imaginaire tijd, D-branen en quark-gluonplasma: het komt allemaal voorbij. Oh ja, en hoe waarnemingen die nu worden gedaan, het verleden kunnen bepalen. Als je daar enthousiast van wordt, dan is dit boek voor jou geschreven.

Ze beschrijft haar eigen denkstappen in heldere taal, wat vaak ook fungeert als welkome samenvatting. Je kunt meevoelen in haar enthousiasme als ze weer een nieuw inzicht heeft opgedaan, en tot welke nieuwe vragen dat zonder uitzondering leidt. Die bespreekt ze met haar vader; waardoor ze samen weer tot nieuwe ontdekkingen en vragen komen.

Beschrijvingen van haar woonsituatie, haar familie en haar hond houden de informatiedichtheid draaglijk. Even iets concreets is soms een verademing. Om je een idee te geven van de mate van abstractie in grote delen van het boek: iemands theorie doet ze af als de ‘enige reddingsboei die ons drijvend kon houden in een zee van existentiële crisis en contradictie’. Een paar zinnen later probeert ze je te laten geloven dat de Londense straten, of de ‘zogeheten wereld’, niet van werkelijke dingen is gemaakt, maar van wiskunde. Dan weet je dat. Nog een voorbeeld: ‘Natuurlijk, dacht ik. Een gewone, uitdijende, platte ruimte is precies het soort ruimte dat je nodig hebt voor een invariante S-matrix, om de snaartheorie zinvol te maken.’

Ze verwoordt het leuk. Ze verweeft persoonlijke anekdotes in haar uitleg en maakt theorieën iets concreter met aardse vergelijkingen. Dat doet ze behendig. Erg goed zelfs, denk ik. Toch had ik niet het gevoel er helemaal lekker in te komen; het lukte me niet helemaal met haar mee te denken. Laat staan haar enthousiasme te voelen. Op gezette tijden leken de 4.5 cm aan papier me symbolisch voor de oneindigheid van het heelal. Daar wil ik Gefter niet de schuld van geven. Ik concludeer dat mijn matige interesse in deze materie van chronische aard is. Alle dappere pogingen ten spijt: 509 goedgeschreven bladzijden konden dat niet veranderen.

Er komen zoveel letterlijk onvoorstelbare fenomenen voorbij, dat ik er een beetje opstandig van word. Ik voel een soort onmacht als het gaat over kwantumfysica, of het ontstaan van iets uit niets. Dat is net als het zetten van te sterke kamillethee: ik zie het gewoon niet gebeuren. Dat gevoel heeft Gefter niet kunnen wegnemen.

Als jij bij voorbaat al meer geïnteresseerd bent in dit vakgebied dan ik, denk ik toch dat dit een fascinerende en enthousiasmerende ontdekkingstocht voor je kan zijn. Het is een goed geschreven, indrukwekkend boek.

Bovendien is het een goed voorbeeld van het gegeven dat als je écht gedreven bent, er heel veel mogelijk blijkt, ook op eerder ongebaande paden. Ook mooi.