publicspeaker

Het is zomer: de tijd van festivals, maar ook van wetenschappelijke congressen. Op het Lowlands van mijn vakgebied stippel ik mijn route uit, van grote naam naar veelbelovende nieuwkomer, onderweg vrienden tegenkomend en samen de reeds geziene acts besprekend. Boeiende visualisaties werken inspirerend, en de alcohol vloeit rijkelijk. Behalve dat er niet geheadbangd wordt is het verschil tussen een congres en een festival eigenlijk nauwelijks te ontdekken — totdat je achter de schermen kijkt.

Dan heb ik het dus niet over de geluidsinstallaties (ook de wetenschap kan niet zonder), maar de administratieve kant van het verhaal: waar de hoofdact van Lowlands met een flinke duit naar huis gaat, krijgt de publiekstrekker van een congres met een beetje mazzel net de reis vergoed. En niemand die zich hier druk om maakt.

Dat is grotendeels terecht: academici hebben namelijk gewoon een baan, waar ‘spreken in het openbaar’ bij hoort. Enkel een onkostenvergoeding volstaat dus als een congres een professor uitnodigt om te spreken: die krijgt immers salaris van zijn of haar eigen universiteit. De tijd die besteed wordt aan het voorbereiden van, reizen naar, en uiteindelijk uitspreken van de lezing mag onder de gewone werkzaamheden worden gerekend: de professor spreekt niet in zijn of haar eigen tijd.

Maar het neveneffect van deze gewoonte is dat academici het heel normaal vinden om voor een fles wijn en een treinkaartje een spreker te scoren als publiekstrekker van hun congres, ook als het níet om een wetenschapper gaat. Sterker nog, een (niet-academische) spreker die geld vraagt voor de moeite wordt veelal weggehoond. Veel fondsen die wetenschappelijke congressen financieren vertikken het om deze kosten te accepteren; zonder moeite worden eersteklas vliegtickets vergoed, maar een nota voor ‘verdiensten’ van de spreker zelf verdwijnt in de prullenbak.

Ik hoor nog het daverende gelach in mijn oren van een (voor deze column anonieme) professor, toen een door mij uitgenodigde spreker om een vergoeding vroeg. “Voor hem nodigen we zeven anderen uit,” was het commentaar. De freelancer wordt uit de markt geprijsd door de ‘gratis’ professor. En dat is onterecht én zonde, op twee punten.

Allereerst het punt van de freelancer zelf: freelance wiskundige Ionica Smeets schreef vorig jaar een zeer sterke column waarin ze liet zien hoeveel zij als freelancer zou moeten rekenen voor een gig op een congres. Overleg, voorbereiding, reistijd, interactie met de congresdeelnemers, en natuurlijk het praatje zelf — het is allemaal declarabele tijd, stelt ze, die ook voor een freelancer gewoon betaald moet worden. Als de catering in het congrescentrum betaald wordt, waarom dan niet de spreker?

Maar ook de wetenschap zelf verliest. Congressen, seminars en symposia zijn bij uitstek gelegenheid om van gedachten te wisselen, om uit de dagelijkse sleur en details te kruipen en weer even met een helikopterbeeld te bekijken waar we ook al weer als gemeenschap aan werken. Daar zouden juist de niet-academici welkom moeten zijn: de wetenschapsjournalisten, de schrijvers. Natuurlijk niet in drommen, een congres is immers ook maar interessant voor een selecte groep mensen, maar wel als deel van de community. Juist zíj hebben vaak de breedste blik, en kunnen de wetenschappers verder dan hun kleine onderzoeksdomein laten kijken.

Brede interactie binnen die community is uitermate waardevol, en de kosten voor die interactie komt nu alleen uit de zakken van de freelancer, die zonder vergoeding op de planken moet gaan staan. De zaal, de hapjes, de drankjes — die zijn allemaal betaald, en niemand van de deelnemers die afgereisd is van een fatsoenlijke universiteit heeft de deelname uit eigen zak betaald. Het is geen vrijwilligersgelegenheid; er is budget.

Hierbij dus een oproep aan de organisatoren van congressen, symposia, en de beheerders van de potjes geld: vergoedingen voor een goed verhaal van een freelancer zijn niet vies. Nodig de Ionica Smeetsen van deze wereld ook uit voor je academische bijeenkomst, en betaal ze: daar hebben we allemaal baat bij.

 

Plaatje boven: Lecture, door Memekode op Flickr (licentie CC BY-NC-SA 2.0).