One Health

Deze week in de Volkskrant: Ebola crisis niet onder controle. De weken ervoor: de eerste gevallen van het Coronavirus MERS in Nederland geconstateerd. Ook dit jaar in het nieuws: de nieuwe influenza variant H7N9 waarvan maar liefst een derde van de geïnfecteerden komt te overlijden. Al deze infectieziekten hebben één ding gemeen: ze zijn allemaal van dier naar mens overgedragen. Wetenschappelijk onderzoek vindt echter nog vaak plaats in gescheiden silo’s: humaan en veterinair.

Zoönose is het officiële woord voor een infectie die ontstaat als een ziekte van een dier op de mens wordt overgedragen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren middels direct contact (bijvoorbeeld vogelgriep), via de voedselketen (Salmonella) of via zogenaamde vectoren (ziekte van Lyme via teken of het door muggen verspreide Malaria). Soms vindt er enkel overdracht plaats zonder verdere verspreiding (Rabies) en soms vindt er overdracht plaats maar wordt de ziekte onder de menselijke populatie verder verspreid (Ebola, MERS, SARS). Om deze infectieziekten te bestrijden hebben we niet alleen baat bij een detectiesysteem maar ook bij goede medicijnen. En omdat deze ziektes door dieren op de mens worden overgedragen, is kennis vereist van zowel mensen als dieren.

De humane en veterinaire onderzoekswereld zijn echter vaak nog compleet gescheiden, zeker als het gaat om productontwikkeling. Terwijl beide vakgebieden vaak dezelfde technieken,  modellen en apparatuur gebruiken, werken zij in de uitvoering van onderzoek en productontwikkeling (b.v. diagnostiek / vaccins)  nog langs elkaar heen.  Dat deze twee sectoren officieel gescheiden zijn is logisch, daar er twee volledig andere businessmodellen aan ten grondslag liggen. Veterinaire innovatie staat vaak in dienst van de bio-industrie en de belangrijkste drijfveer is daar om de kosten zo laag mogelijk te houden terwijl op de humane markt de kwaliteit van het product leidend is. De prijs die volgt is wat de markt er voor wil betalen. Ook de regelgeving is verschillend: klinische studies zijn voor pony’s nu eenmaal eenvoudiger dan voor peuters.

Een gevolg van deze verschillen is dat in de veterinaire wereld innovatie er veel sneller kan plaats vinden, technieken worden heel snel opgepakt en getest omdat er dus minder barrières zijn. De grote veterinaire pharmareuzen lanceren snel een veelvoud aan producten als de humane tak. En passant kan men zo ook veel sneller interveniëren (zie recente uitbraken van Blauwtong en Schmallenberg) en zo het probleem bij de bron aanpakken.

Deze verschillen moeten echter worden overbrugd om infectieziekten het hoofd te kunnen bieden. Op het moment dat deze gescheiden werelden bij elkaar komen, kan de humane wereld profiteren van de voordelen die het veterinaire onderzoek biedt. Bijvoorbeeld in 2010 nam het Amerikaanse MSD Organon en haar veterinaire zusje Intervet over. Eén van de wereldwijde marktleiders in humaan vaccinonderzoek kwam in aanraking met Intervet, een wereldleider in veterinair vaccinonderzoek. Bij MSD hadden ze al jaren grote problemen bij het produceren van een vaccin tegen de humane darmpathogeen C. difficile. Of het veterinaire Intervet niet konden helpen? Toen na de eerste experimenten de resultaten werden rondgemaild vielen de schellen van de Amerikaanse ogen. Een productiesysteem dat binnen de veterinaire onderzoekswereld niet ongewoon is maar binnen het humane veld als ‘exotisch’ kan worden omschreven had hoge opbrengsten gebracht terwijl voorheen het vaccin überhaupt niet geproduceerd kon worden. Door veterinaire ‘collega’s’ te raadplagen en niet slechts ‘humane’ expertise te gebruiken was veel tijd en geld bespaard gebleven.

Beter samenwerken is dus het devies. Helaas is dit is geen nieuwe boodschap. Dat dit nog altijd niet gebeurd komt volgens betrokkenen in Europa doordat financieringsstromen gescheiden zijn en omdat beiden vakgebieden niet letterlijk niet onder één dak zitten. Door de onderzoekers samen te brengen op één locatie en hen samen aan projecten te laten werken, kan eerder en betere kruisbestuiving plaatsvinden. One Health is de wereldwijde term die voor het gezamenlijke beleidsveld wordt gebruikt. Voorbeelden van echte One Health Instituten zijn op de vingers van een hand te tellen. Bij het Jenner Instituut in Oxford zitten humaan en veterinair (Pirbright instituut) naast elkaar en Prof. Ab Osterhaus is in Hannover recent een nieuw instituut begonnen met een dergelijke visie en infrastructuur. In Nederland zal op de Universiteit Utrecht ook een nieuwe, collectieve onderzoeksgroep verrijzen. Echter dit zijn allemaal publieke onderzoeksinstituten. Het is wenselijk dat veel meer landen en de private sector deze samenwerking binnen hun muren doorvoeren.

De humane en veterinaire wereld zijn onlosmakelijk met elkaar vervlochten. Ook de humane en veterinaire wetenschap moeten dus beter met elkaar vervlochten raken.