Brain

Afgelopen week verscheen er in de Volkskrant een column van de hand van een psychiater en voormalig rechter waarin zij beargumenteren dat vrije keuze en menselijke autonomie niet bestaan. Zij beroepen zich daarbij op hersenonderzoek dat aantoont ‘dat wat wij doorgaans aanduiden met mentale processen in feite fysische processen in onze hersenen zijn, die een deterministisch verloop hebben’ en geven aan dat dit standpunt wordt onderbouwd door Dick Swaab in zijn boek ‘Wij zijn ons brein’. Neurowetenschapper Dick Swaab houdt in zijn boek een grotere slag om de arm dan de auteurs van bovenstaand stuk, maar beide zijn kenmerkend voor de huidige standaard in gedragsonderzoek.

Het brein is koning. Wil je meetellen als gedragswetenschapper, dan moet er minstens een mooi gekleurd plaatje van een hersenscan tussen je resultaten zitten. Immers, in onze hersenen worden beslissingen gemaakt, emoties geïnitieerd, ontstaat verliefdheid, wordt diepte gezien, gerekend en gemodelleerd. Ook in de media wordt er steeds vaker verwezen naar hersenonderzoek om bepaald gedrag te verklaren. Nog even en we hebben alleen nog maar onze hersenen nodig, want een lichaam van vlees en bloed is maar onhandig; het wordt ziek en rot uiteindelijk weg. Als we onze hersenen gewoon in een potje suikerwater stoppen en de sensorische gebieden stimuleren met elektrische prikkels die normale waarneming nabootsen zijn we van een hoop gezeik af. Of toch niet?

In het essay ‘The blue-collar brain’ wordt het tegenovergestelde beargumenteerd. Het brein is een uitvoerder (een zogenaamde ‘blue collar worker’) in plaats van de planner (‘white collar worker’). Een mooi voorbeeld dat de hersenen misschien wel een andere rol spelen dan we denken is Mike. Mike was een beroemde kip die in de jaren ‘40 van de vorige eeuw zo’n anderhalf jaar Amerika doorreisde, van show naar show. Mike was letterlijk een kip zonder kop, Nadat Mike was onthoofd leefde hij namelijk nog achttien maanden door, liep in het rond en werd gevoed via zijn onthoofde strot door middel van een pipet met voedingsstoffen. Hij kwam zelfs nog flink wat aan. Mike had zijn hersenen dus helemaal niet nodig om verder te leven.

De harde empirische bewijzen zijn er ook. Er blijkt namelijk een wiskundig verband te bestaan tussen het type fluctuaties dat we observeren in hersenactiviteit (gekenmerkt door zeer snelle fluctuaties) en gedrag (een veel langzamer veranderend proces). Dit verband, ‘scaling’ genoemd, houdt in dat de verhouding tussen de amplitude (‘hoe veel verandering’) en frequentie (‘hoe vaak verandert er iets’) van hersenactiviteit precies hetzelfde is als in bijvoorbeeld onze hartslag, armbewegingen, ons loopritme, etc. Deze scaling komt ook voor in andere, niet levende systemen en vanuit de systeemtheorie is bekend dat langzame processen snelle processen begrenzen en niet andersom. Dit suggereert onder andere dat ook onze hersenen snelle en kleine bijsturingen geven aan processen die gekenmerkt worden door grote en langzame veranderingen zoals ons gedrag en bewegingen In andere woorden, het brein staat in dienst van ons lichaam en ons gedrag en niet andersom!

De huidige gedragswetenschappelijke focus op de hersenen als belangrijkste planner en de bewering dat al ons gedrag volledig wordt bepaald door hersenactiviteit gaat te ver. Er zijn genoeg wetenschappelijke studies die wijzen in de richting van een ander, minder dominant beeld van de hersenen. Het vakgebied binnen de gedragswetenschappen dat met behulp van wiskundige theorieën over het gedrag van complexe systemen (zoals onze hersenen maar net zo goed een dubbele slinger) een andere kijk op de organisatie van menselijk gedrag heeft, is nog relatief nieuw en er zijn nog een hoop openstaande vragen. Echter het idee dat alles wat wij doen, van muziek maken tot de liefde bedrijven en van moorden plegen tot wraak nemen, te reduceren is tot de elektrische impulsen van neuronen in de hersenen is achterhaald.