Flag_map_of_China_&_Taiwan copy

Rusland deed de afgelopen week aan groot machtsvertoon, maar ondertussen kan China er ook wat van. Daar klonen ze namelijk varkens. Op industriële schaal. Om de wereld van morgen te domineren. En de Chinezen gaan voortvarend te werk.

 

Begin dit jaar deed de Engelse BBC verslag van een tour door de stallen van het Beijing Genomics Institute (BGI) in Shenzhen, een grote stad in het zuiden van China. De verslaggever telde ruim negentig zeugen per stal; allemaal draagsters van acht tot twaalf gekloonde embryo’s. Een heuse varkenskloonfabriek, compleet met laboratorium, operatiekamer, en een batterij laboranten die het klonen handmatig uitvoeren. Want mensen zijn goedkoper en sneller dan machines, in China. De medewerkers doen gemiddeld twee implantaties per dag. Zeventig tot tachtig procent daarvan leveren levensvatbare biggetjes. In totaal is de fabriek goed voor een jaarlijkse productie van 500 varkensklonen.

 

Het is verleidelijk om te ageren tegen klonen op industriële schaal, of überhaupt tegen klonen als reproductietechnologie. En in de huidige tijdgeest is het ook terecht. Maar wie vooruit kijkt, weet dat we eerder hadden moeten reageren als we dit hadden willen voorkomen. Klonen gebeurt namelijk niet alleen in landen waar men het niet zo nauw neemt met morele waarden. Overal ter wereld worden in onderzoekslaboratoria op kleine schaal varkens gekloond, bijvoorbeeld om menselijke ziekten te bestuderen, of om medicijnen te testen. Varkens lijken genetisch sterk op mensen, en daarom zijn ze uitermate geschikt om het effect en de bijwerkingen van medicijnen op te testen. En niet alleen om ‘gewoon’ te testen. Veel van de klonen zijn namelijk ook genetisch gemodificeerd; genen worden veranderd om ziekteprocessen te simuleren en te bestuderen. Van sommige varkens is het groeihormoon verwijderd; andere zijn genetisch zo aangepakt dat ze een hoger risico op het ontwikkelen van Alzheimer hebben. Daar kun je het mee oneens zijn, maar het gebeurt.

 

Wat belangrijker is: de varkenskloonfabriek symboliseert een ontwikkeling die de traditionele morele discussies ver overstijgt.

 

China investeert namelijk stevig in alle sectoren die het land cruciaal acht in de wereld van morgen. Shenzhen wordt langzaamaan het genetisch epicentrum van de wereld. Naast de kloonfabriek heeft BGI ook een gigantische DNA-afleesfabriek, met 156 glimmende apparaten die aan de lopende band DNA sequencen. Ter vergelijking, het grootste sequencing-centrum in Europa – het Wellcome Trust Sanger Institute – heeft 30 van die machines. En BGI heeft ambitieuze plannen met haar wagenpark. Een project dat bekend staat als ‘3M’ springt het meest in het oog; het beoogt om het DNA van een miljoen planten en dieren, een miljoen bacteria en microben, en een miljoen mensen door de afleesmachines te halen. Wederom vallen de westerse genoomprojecten daarbij in het niet; de Britten komen met hun ‘100K Genome Project’ (100.000 mensen) het dichts in de buurt. Overigens is Neerlands’ vlaggenschip – Genoom van Nederland – ook in Shenzhen ‘gedaan’.

 

En het wordt nog interessanter. BGI heeft namelijk ook een ‘Reproductive Health Center’, dat gebruikt maakt van de DNA-fabriek om genetische testen aan artsen aan te bieden. Het centrum test van alles, van erfelijke aandoeningen tot kanker. Zelfs de in Nederland onlangs goedgekeurde non-invasieve prenatale test (NIPT) wordt in China aangeboden. Hoewel Nederlandse ziekenhuizen het DNA van hun patiënten vooralsnog binnen eigen muren houden, wordt er voor wetenschappelijk onderzoek wel eens met een schuin oog naar China gekeken. In Tsjechië hebben ze de knoop een jaar geleden al doorgehakt; daar gaan alle DNA-monsters naar Shenzhen voor analyse.

 

Shenzhen zet dus groot in op DNA. Executive director Wang Jun lichtte de bedrijfsstrategie kort maar duidelijk toe;  BGI leest DNSA af van alles dat goed smaakt, dat bruikbaar is voor de industrie, en dat er lief uitziet. Daarmee is BGI bijna menselijk.