403 News MH SA.indd

‘s Werelds bekendste man met een slecht geheugen is dood. Alsof hij nog niet genoeg aan de wetenschap had bijgedragen door decennialang aan geheugenonderzoek mee te doen, bestuderen wetenschappers nu de hersenen van Henry Molaison (beter bekend als ‘patiënt H.M’). In Nature Communications van eind januari beschrijven neurowetenschappers wat ze na zijn dood met het brein van ‘patiënt H.M.’ doen.

Henry Molaison onderging in 1953 op 27-jarige leeftijd een hersenoperatie omdat hij ernstige epilepsie had, waarbij een aantal hersenstructuren werd weggehaald. Hierdoor werden de epilepsieaanvallen minder, maar hij kreeg een nieuw probleem dat normaal functioneren in de weg stond: al in het ziekenhuis bleek dat zijn geheugen was aangetast. Hij herkende artsen en verpleging niet, en herinnerde zich niet hoe ze hem verzorgden. Aan zijn intellectuele capaciteiten en persoonlijkheid mankeerde niets. Ook met taal, waarneming, aandacht en werkgeheugen was niets aan de hand. Maar hoewel hij dingen kon onthouden zolang hij ze actief herhaalde, werden deze niet voor de langere termijn opgeslagen. Hij kon een gesprek voeren, maar een paar minuten erna wist hij niet meer dat en waarover hij met iemand had gesproken.

Sommige vormen van leren bleken echter onaangetast: hij kon nog wel specifieke bewegingen leren, alleen wist hij niet dat hij deze had geoefend. Neurowetenschappers konden daaruit afleiden dat dit soort leerprocessen afhankelijk is van hersengebieden buiten de structuren die bij patiënt H.M. waren verwijderd en dat daar geen bewuste geheugenprocessen voor nodig zijn. Het onderzoek met patiënt H.M. heeft veel bijgedragen aan het huidige begrip van verschillende vormen van geheugen, en welke hersenstructuren en neurale circuits daarbij betrokken zijn. De uiteindelijke conclusie over Molaisons situatie was dat hij geen nieuwe bewuste herinneringen kon aanmaken; niet van feitelijke gebeurtenissen, en niet van persoonlijke ervaringen. Hij herinnerde zich wel gebeurtenissen en feiten uit de jaren voor de operatie, maar had geen autobiografische herinneringen uit die tijd.

Het artikel waarin patiënt H.M. voor het eerst werd beschreven is een van de meest geciteerde publicaties in de medische vakliteratuur. Neurowetenschappers kennen patiënt H.M. uit hun studieboeken en ook in populaire boeken over hersenwetenschap komt hij vaak voorbij. Ten tijde van de operatie wist men echter nog niets over de voor geheugen verantwoordelijke hersenstructuren. Molaisons artsen hadden dus geen idee van de gevolgen van de operatie, toen ze hem van zijn epilepsie wilden verlossen. Helaas voor Molaison werd hij het bewijs dat de hippocampale formatie – een hersenstructuur die qua vorm doet denken aan een zeepaardje (hippocampus) – cruciaal is voor geheugen.

De hersenchirurg schetste wat hij tijdens de operatie had willen wegsnijden, maar de precieze uitkomst van de operatie kon destijds nog niet worden vastgelegd. In 2008 stierf Henry Molaison. Zijn hersenen zijn in 2401 plakken van 0.070 mm ‘dik’ gesneden: een proces van 53 uur. Van de plakken zijn digitale beelden gemaakt, waarmee een 3D-beeld van zijn brein is gereconstrueerd. Een deel van de plakken is histologisch verwerkt; een methode waarmee individuele cellen en eiwitten zichtbaar gemaakt kunnen worden.

Het preciezer in kaart brengen van zijn hersenen en de operatieschade levert nieuwe inzichten in geheugenfunctie. De laesie bleek bijvoorbeeld minder uitgebreid dan de chirurg in 1953 had geschetst, en het achterblijven van een stukje van de hippocampus verklaart mogelijk waarom hij bepaalde, vaak herhaalde feiten over beroemde personen uiteindelijk toch onthield, zoals dat Kennedy na zijn operatie president werd. Zo levert Henry Molaison ook na zijn dood nog een belangrijke bijdrage aan de neurowetenschap.

Foto: Brain slice patient H.M. Annese Lab/Univ. California San Diego