SCAN0022

In 2012 stierf gemiddeld één persoon per minuut aan malaria, meestal een kind. Toch is er langzaam reden voor optimisme over de bestrijding van malaria, afgaande op hoopgevende nieuwe inzichten beschreven in twee recente Nature artikelen. Het eerste stuk gaat over een eiwit van de malariaparasiet als veelbelovend therapeutisch doelwit. Het andere artikel beschrijft een genetisch kenmerk van resistentie tegen de belangrijkste malariabehandeling, dat zal helpen de verspreiding daarvan te onderzoeken.

Malaria wordt veroorzaakt door een Plasmodium parasiet, die tussen mensen wordt overgedragen door de malariamug. De besmettingsroute bestaat uit meerdere stadia: de mug krijgt bloed met besmettelijke malariaparasieten binnen wanneer zij een besmet persoon bijt. De parasieten vermenigvuldigen zich in de muggendarmen en verplaatsen zich naar de speekselklieren. Als de mug een andere persoon bijt, krijgt deze onrijpe parasieten binnen; hier merkt de gastheer niets van. Na verdere ontwikkeling in de lever komen de nu rijpe parasieten in het bloed. Dit gaat gepaard met de voor malaria typische koortsaanvallen. Een klein deel van de malariaparasieten ontwikkelt zich tot een besmettelijke versie die bij een volgende beet weer een mug besmet.

Deze verschillende stadia bemoeilijken effectieve bestrijding. De huidige middelen werken slechts in bepaalde stadia; ze hebben geen grip op parasieten die onopgemerkt in de lever vertoeven, of op de besmettelijke variant die verantwoordelijk is voor verspreiding. Bovendien blijkt de Plasmodium-parasiet nogal behendig in het resistent worden tegen antimalariamiddelen.

De meest effectieve behandeling is momenteel een combinatietherapie gebaseerd op artemisinine. Dit is de werkzame stof van een Chinese kruidenthee die al 2000 jaar wordt gebruikt bij malaria, zonder dat men begrijpt hoe die werkt. In Zuid-Oost Azië is de malariaparasiet inmiddels resistent geworden voor artemisinine. Dan duurt het langer voordat de parasieten in het bloed zijn opgeruimd en steeds vaker treedt geen volledige genezing op. Resistente parasieten kunnen dus langer muggen besmetten. Resistentie kan zich zo efficiënt verspreiden. Het zou niet de eerste keer zijn dat een resistente Aziatische parasiet ook in Afrika opduikt. Hoe dit kan, is onbekend.

Het geïdentificeerde eiwit dat mogelijk als therapeutisch doelwit kan fungeren is een veelvoorkomend enzym, roepnaam PI(4)K, dat bij allerlei belangrijke cellulaire processen betrokken is. De malariaparasiet is hiervan in iedere levensfase, dus ook de besmettelijke, afhankelijk voor overleving. Nu is het zoeken naar een middel dat PI(4)K remt, zodat de ontwikkeling van de parasiet stopt. Mensen hebben dit enzym ook, dus dit middel moet specifiek PI(4)K in de parasiet remmen en de menselijke variant met rust laten, om bijwerkingen te voorkomen. “Nieuwe klassen antimalariamiddelen zijn hard nodig in het licht van resistentieontwikkeling,” zegt dr. Teun Bousema, malariaonderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen. “Dit is veelbelovend.”

Hij voorziet ook grote gevolgen van de andere Nature-publicatie, waarin een genetische handtekening van artemisinineresistentie wordt beschreven. Onderzoekers ontwikkelden resistente parasieten door deze jarenlang afwisselend wel en niet aan artemisinine bloot te stellen. In het DNA van de resistent geworden parasieten werd een mutatie gevonden die de resistentie verklaarde. Nu bekend is welk gen verantwoordelijk, of ten minste betrokken is bij artemisinineresistentie, kunnen resistentiemechanismen beter worden onderzocht. Bovendien kan resistentie nu geografisch worden gevolgd. “Dat gaat de malariawereld echt veranderen”, voorspelt Bousema. “Het gaat de goede kant op met malariabestrijding, maar artemisinineresistentie kan alle geboekte vooruitgang ongedaan maken. Zonder de moleculaire handtekening te kennen was het onderzoek naar artemisinineresistentie giswerk.”

Als het lukt de verspreiding van artemisinineresistentie te beperken, wordt tijd gekocht voor de ontwikkeling van effectievere antimalariamiddelen, zoals die op basis van PI(4)K-remming.

Foto: Teun Bousema