Windmolen - rechtenvrije afbeelding 5

Momenteel zijn er in Nederland meerdere windmolenparken in aanbouw. De onzekere gevolgen van deze technologie moeten we niet wegstoppen: die moeten we goed in het oog houden, stelt Koen Beumer.

Om klimaatverandering tegen te gaan, wil Nederland dat in 2020 veertien procent van de verbruikte energie uit duurzame energie bestaat. Windenergie speelt daarbij een belangrijke rol: “Nederland is vlak en het waait er vaak”, zoals de overheid het kort samenvat.

Windmolens zijn bedoeld om de kwalijke klimatologische gevolgen van andere technologieën in te perken. De afgelopen jaren is echter het vermoeden ontstaan dat windmolenparken zelf ook gevolgen hebben voor het klimaat. Verschillende wetenschappers hebben ontdekt dat bij windmolenparken lokaal de temperatuur kan stijgen en meer regen kan vallen door de wijze waarop ze lagen van warme en koude wind mengen. Onderzoek uit 2010 suggereerde dat windmolenparken zelfs invloed kunnen hebben op het weer vele duizenden kilometers verderop: de windmolen als een enorme vlinder. Windmolenparken, zo werd geconcludeerd, zijn gevaarlijk.

Niet iedereen is het daar mee eens: vorige maand schreef een groep Franse onderzoekers dat het eigenlijk wel meevalt met die klimatologische gevolgen. Volgens hen had de simulatie uit 2010 cruciale informatie over de impact van de luchtverplaatsing uit het model weggelaten. De kielzog van de windmolens kon veel verschil maken, en nam je dat wel mee, dan bleek de impact van windmolenparken in het niet te vallen bij de normale jaarlijkse schommelingen in het klimaat. De gevaren van windmolens zijn beperkt, zo was de conclusie.

Alle simulaties ten spijt, de werkelijkheid is dat we niet met zekerheid weten wat de klimatologische gevolgen van windmolenparken zijn. Experts discussiëren op basis van een beperkt aantal scenario’s en gegevens en zijn het bovendien met elkaar oneens. Ondanks genuanceerde uitspraken in de wetenschappelijke literatuur wordt in de openbare discussie met stelligheid gesproken over de relatie tussen windmolens en klimaatverandering, alsof we nu eens zeker weten dat die relatie positief is, en dan weer zeker weten dat die negatief is. Waar komt dat toch vandaan, die ogenschijnlijke tegenzin om ruimte te laten voor onzekerheid?

De veronderstelling die hieraan ten grondslag ligt, is dat enkel volledige zekerheid de doorslag kan geven in een discussie. Als we niet met volledige zekerheid kunnen stellen dat windmolens geen kwalijke gevolgen hebben voor de temperatuur en de regenval, zo is de gedachte, dan zal het publiek dit onacceptabel vinden. Het publiek zal het vertrouwen in de technologie verliezen en windenergie is dan een verloren zaak.

Deze veronderstelling is echter onjuist. Uit publieksonderzoek bij verschillende technologieën blijkt dat het publiek niet het vertrouwen verliest in nieuwe technologieën wanneer de gevolgen daarvan onzeker zijn, maar dat het juist vertrouwen verliest in regelgevers en bedrijven wanneer er met al te grote zekerheid wordt gesproken over zaken die later onzeker bleken. Openheid schept vertrouwen, valse zekerheid ondermijnt dat.

Het publiek – de kranten-kopende lezer, de stemmende burger, de consument van energie – begrijpt ook wel dat een gebrek aan absolute zekerheid niet gelijk staat aan totale onwetendheid, laat staan aan schadelijkheid. Op basis van bestaand onderzoek kan men weliswaar niet met absolute zekerheid concluderen wat de relatie is tussen windmolens en klimaatverandering, maar de onzekere kennis toont aan dat er indicaties zijn voor het bestaan van bepaalde relaties, en biedt daarmee aanknopingspunten voor verder onderzoek en discussie. Het erkennen van dergelijke onzekerheid getuigd juist van inzicht en zorgvuldigheid.

In plaats van ons te laten gijzelen door de pretentieuze noodzaak van absolute kennis, kan er beter openlijk over onzekerheden worden gesproken. Voor zover we nu weten, is de klimatologische impact van windmolens beperkt. Maar we zullen er goed op blijven letten, en laat het ons vooral weten als u daar meer over weet.