NathalieKatsonis

Nathalie Katsonis, geboren in Frankrijk, studeerde chemie aan de Université de Pierre et Marie Curie in Parijs waar ze ook promoveerde. Daarna deed zij een postdoc aan de Rijksuniversiteit Groningen, en werkte een aantal jaar bij het Franse onderzoeksinstituut CNRS. Sinds 2013 is ze universitair hoofddocent aan het MESA+ instituut voor nanotechnologie van de Universiteit Twente.

De titel van onze serie is De Jonge Akademie over de knie. Wanneer bent u voor het laatst over de knie gegaan in uw werk?

Eigenlijk gaat het de laatste tijd heel goed, maar ik heb wel moeite moeten doen om een bepaald artikel gepubliceerd te krijgen in een gerenommeerd wetenschappelijk tijdschrift. De reviewers verzochten ons een aantal extra experimenten doen en daarmee onze bevindingen beter te onderbouwen. Dat was erg stressvol, ik werd er behoorlijk nerveus van. Maar het commentaar was wel constructief en het artikel is er op vooruitgegaan, dus ik heb er geen spijt van.

Wat gaat u morgen doen, heeft u er zin in?

Eerst ga ik met een promovendus een presentatie oefenen die hij de dag daarna moet geven. Ik vind het erg belangrijk om presentaties van te voren goed te oefenen. Daarna bespreek ik de scriptie van een van mijn masterstudenten, en gaan we een afstudeerdatum vaststellen. Aan het eind van de middag heb ik dan nog een feestelijke bijeenkomst met alle werknemers van de Universiteit Twente die dit jaar een prijs of een subsidie hebben gekregen (Nathalie Katsonis ontving in 2013 een onderzoekssubsidie van de Stichting Fundamenteel Onderzoek der Materie – LW). Daar kijk ik zeker naar uit, maar eigenlijk kijk ik uit naar elke dag.

Waar gaat uw volgende publicatie over?

Over de mechanische eigenschappen van slimme materialen die zijn gebaseerd op helixstructuren. Ik laat me daarbij inspireren door de natuur, die veel van zulke structuren voortbrengt. Dan denk je misschien al snel aan DNA, maar er zijn veel meer biologische structuren die dezelfde vorm hebben. DNA is een moleculaire helix, het molecuul is opgebouwd als spiraal. Maar celwanden van plantencellen hebben bijvoorbeeld een supramoleculaire helixstructuur. Daarin vormen de moleculen samen een spiraalvorm.

Deze plantencelwanden hebben interessante mechanische eigenschappen, waardoor ze zich kunnen aanpassen aan de omstandigheden. Denk maar aan klimplanten die naar het licht toe groeien. Ik probeer die eigenschappen na te bootsen in synthetische moleculen om daar uiteindelijk slimme materialen van te maken.

Wat zijn de vernieuwende vragen die u stelt, of de methodes die u gebruikt?

Ik concentreer me op het ontwikkelen van slimme materialen die zich aanpassen op veranderingen in de omgeving in plaats van zich tegen die veranderingen te verzetten. Een voorbeeld daarvan zijn slimme ramen die als het warm is de energie van de zon reflecteren, en als het koud is juist energie doorlaten om het gebouw te verwarmen.

De grootste uitdaging daarbij is om materialen te ontwerpen die ingewikkelde bewegingen kunnen maken, aangestuurd door licht. Dit doe ik door eerst in het laboratorium op maat gesneden synthetische moleculen te maken, vervolgens materialen te ontwerpen op basis van deze moleculen en uiteindelijk deze materialen te testen om de mechanische eigenschappen vast te stellen. Dat testen doe ik zowel voor als na de blootstelling aan licht om te kunnen vaststellen hoe deze eigenschappen veranderen.

Uiteindelijk wil ik met deze materialen bewegende delen van allerlei microrobotische systemen ontwerpen die ingewikkelde bewegingen kunnen maken zonder dat ze daarvoor elektrisch bedraad hoeven te zijn. Je kunt daarbij bijvoorbeeld denken aan schakelaars of medische robots.

Waarvan ziet u dat het mensen belemmert, wat moet er veranderen in de wetenschap en heeft u tips?

Eigenlijk heb ik niet zoveel te klagen. Ik ben naar Nederland gekomen omdat het een goede omgeving is voor wetenschap, met prima mogelijkheden en subsidies voor jonge wetenschappers.

En van publicatiedruk heb ik niet zoveel last. De afspraak die bij mijn aanstelling is gemaakt is dat ik 2 tot 4 artikelen per jaar publiceer, dat vind ik heel redelijk. En het is representatief voor het onderzoeksveld. Misschien dat op andere terreinen van de wetenschap de druk veel hoger ligt.

Het is voor mij wel een uitdaging om tegelijkertijd moeder van een zoontje van twee en wetenschappelijk onderzoeker te zijn. De kinderopvangfaciliteiten vind ik niet erg flexibel en duur, het is daardoor best moeilijk voor jonge ouders. Mijn partner is ook onderzoeker en we werken beiden hard en op onregelmatige uren.

U bent nu al bijna professor. Welke bijdrage hoopt u nog te leveren?

Ik hoop eigenlijk vooral te blijven bijdragen wat ik nu al doe. Slimme materialen kunnen een antwoord zijn op de problemen rond energiegebruik. Niet alleen door de aansturing met licht, maar ook door bijvoorbeeld de eigenschappen van slimme ramen die de behoefte aan koeling en verwarming verminderen.

Al sinds het stenen tijdperk draagt de beschikbaarheid van materialen bij aan de ontwikkeling van de mensheid. We zitten nu in het siliciumtijdperk met de ontwikkeling van alsmaar kleinere computerchips. Ik verwacht dat dit tijdperk snel is afgelopen en dat binnenkort het tijdperk van de slimme materialen aanbreekt.

Het is zaterdagmiddag, net na lunchtijd. Waar bent u? Waar denkt u aan?

Ik ga met mijn zoontje naar de kinderboerderij, thee drinken en met de dieren spelen. Misschien praat ik een beetje over mijn werk met mijn partner, maar meestal werk ik niet en breng ik het weekend door met mijn zoontje.