bitcoin

Onlangs konden leden van zorgverzekeraar Anderzorg bij een actie een bitcoin winnen. De bitcoin is een digitale valuta, onafhankelijk van enig overheidsorgaan. Het idee voor zo’n valuta werd voorgesteld op een cryptografie-mailinglijst en is door een groepje geïnteresseerden verder ontwikkeld. De bitcoin blijkt het erg goed te doen: één bitcoin is tegenwoordig zo’n 700 euro waard. Producten van dergelijke samenwerkingen zonder enige verplichting doen het vaak goed: denk aan Wikipedia of Linux. Vanwaar dit succes? Heeft het te maken met de komst van het internet? Of zijn mensen gewoon voldoende altruïstisch om zoiets te laten slagen? In een recent artikel in het tijdschrift Organization Science namen wetenschappers zulke open samenwerkingen onder de loep, en vroegen zich af welke eigenschappen bepalend zijn voor succes. De onderzoekers kwamen tot de conclusie: open samenwerkingen zijn zeer robuust, reken er maar op dat we hier in de toekomst nog veel meer van gaan zien.

Een doelgerichte samenwerking zonder vaste structuur met een waardevol product dat vrij beschikbaar is voor iedereen, dat is wat Sheen Levine van Columbia University in New York en Michael Prietula van de Emory University in Atlanta een open samenwerkingsverband noemen. De onderzoekers ontwikkelden een zogenaamd agentmodel, waarin een computer nabootst hoe verschillende personen (agenten) samenwerken en/of profiteren van zo’n open samenwerkingsverband. Op basis van dit model konden ze evalueren hoe succesvol een samenwerkingsverband functioneert in termen van een standaard economische maat: hoe efficiënt de samenwerking input in output omzet. Door vervolgens kleine variaties in het model aan te brengen konden Levine en Prietula nauwkeurig bestuderen welke factoren mogelijk het succes van open samenwerkingsverbanden verklaren of voorspellen.

Eén verklaring voor het succes van open samenwerkingen heeft te maken met de opkomst van het internet. Doordat het internet een grote diversiteit aan gebruikers samenbrengt, kan een platform als Wikipedia zeer succesvol worden. Zo kan een sterrenkundige schrijven over zijn of haar eigen vakgebied, terwijl hij of zij misschien zelf wil lezen over geschiedenis. De geschiedkundige die daarover heeft geschreven is misschien weer in heel iets anders geïnteresseerd. Maar, laat het model van Levine en Prietula zien: ook bij minder diversiteit blijft een open samenwerkingsverband robuust.

Een andere belangrijke eigenschap van digitale producten is de volgende: heel veel mensen kunnen er gebruik van maken, zonder dat de productiekosten omhoog gaan. In het geval van Wikipedia zijn de productiekosten hoofdzakelijk de tijd die iemand steekt in het schrijven van een lemma. Dat hoeft maar één keer te gebeuren, en talloze mensen kunnen er vervolgens gebruik van maken. Het computermodel van Levine en Prietula laat zien dat het inderdaad helpt als een product deze eigenschap heeft, maar dat het niet noodzakelijk is voor een succesvol open samenwerkingsverband.

Tenslotte is een open samenwerking hoe dan ook afhankelijk van de coöperatie van de gebruikers. Over het algemeen wordt gedacht dat zo’n 13% van de bevolking bereid is actief bij te dragen, ook zonder directe beloning, schrijven Levine en Prietula op basis van eerder onderzoek. Daarnaast is er ongeveer 63% die bijdraagt omdat ze zelf gebruik hebben gemaakt of hopen te maken van andermans bijdrage (je leest een stuk op Wikipedia en besluit iets terug te doen door over je eigen specialiteit te schrijven). Tenslotte is er nog 20% free riders, die niets bijdragen. Maar, zo schrijven Levine en Prietula, hun computermodel laat zien dat open samenwerkingsverbanden succesvol blijven, zelfs als het aantal gebruikers dat actief bijdraagt slechts een fractie is van het aantal free riders.

Het model van Levine en Prietula toont aan dat open samenwerkingen in allerlei situaties succesvol kunnen zijn, als er een klein groepje enthousiastelingen is dat het initiatief staande houdt. Dus: wie gaan er even vrijwillig aan de slag met een NS-dienstregeling zonder vertragingen, een geoliede huizenmarkt en een oplossing voor de economische crisis?