Antilichaam

Het tijdschrift Science kiest ieder jaar de belangrijkste wetenschappelijke doorbraak; voor het jaar 2013 werd kanker-immunotherapie gekozen. In 2013 bleek dat bij moeilijk te behandelen kankervarianten, een kwart van de patiënten langer leefde na behandeling met antilichamen.

Antilichamen kun je zien als een soort biologische wichelroedes die fragmenten, lichaamsvreemd of lichaamseigen, kunnen herkennen. Die herkenning kan leiding tot of activatie van een signaal (het opruimen van een geïnfecteerde cel) of tot blokkade van een signaal. Bij de kanker–immunotherapie wordt dat laatste principe gebruikt om ‘de rem’ van ons eigen immuunsysteem te halen. T-cellen, de opruimers van het immuunsysteem, moeten in principe tumoren kunnen herkennen en verwijderen. Maar dat doen ze niet.

In de laatste jaren is ontdekt dat als een bepaald eiwit op de oppervlakte van T-cellen met antilichamen wordt geblokkeerd, de ‘rem’ van de T-cellen gehaald wordt en zij zo vrij baan krijgen voor het opruimen van tumorcellen. In 2013 publiceerden onderzoekers veelbelovende resultaten bij de behandeling van huid-, nier- en longkanker, types van kanker die eerder nog niet zo goed te behandelen waren. Een nieuwe revolutionaire kankerbehandeling lijkt er snel te komen.

Antilichamen worden al lang succesvol gebruikt: voor het behandelen van nare virale infecties bij zieke pasgeborenen of tegen auto-immuunziekten zoals reuma of de ziekte van Crohn. Hoewel de kennis over de ontwikkeling en het produceren van antilichamen steeds groter wordt zijn er toch nog slechts een beperkt aantal farmaceutische producenten die de juiste infrastructuur hebben en aan de kwaliteitseisen kunnen voldoen om dergelijke antilichamen grootschalig te produceren. Dit heeft effecten voor de prijs: de therapieën zijn heel duur terwijl de productiekosten eigenlijk minimaal zijn (1-3% van de verkoopsprijs).  Ten tweede, deze innovatieve therapieën zijn (dus) exclusief en in groeiende en zich ontwikkelende economieën  zal de beschikbaarheid van deze medicijnen onder druk staan. Ook kanker-immunotherpie zal niet ‘immuun’ zijn voor deze prijs- en beschikbaarheidsproblemen.

Eén belangrijke discussie die nu ook in Nederland plaats moet vinden, is wanneer en voor wie de nieuwe immunotherapie vergoed zal worden. Het prijskaartje van rond de €100.000 per patiënt (volgens Science) zal die discussie aanzwengelen, zeker omdat het hier gaat om kanker met grote groepen patiënten, die allemaal graag de beste zorg willen inclusief de nieuwe revolutionaire therapie.

Daarnaast is het cruciaal om in andere delen van de wereld de kennis om dit soort producten te produceren beter te verankeren, zodat in de toekomst de beschikbaarheid van nieuwe innovatieve therapieën groter zal worden. Op de Universiteit van Utrecht zal in 2014 gestart worden met een nieuw instituut dat samen met de WHO gaat toezien op het ontwikkelen van betaalbare generieke  antilichaamtherapieën en het overbrengen van productiekennis (technologie transfer). Dit instituut zal zich richten op in groeiende en zich ontwikkelende economieën en de producten die voor die markten van belang zijn. Uiteindelijk is dat voor het Westen ook weer goed. Want als straks in India een kuur slechts 10% kost van wat hier betaald wordt, dan zal de Minister van VWS heel snel de telefoon oppakken en de verzekeraars en producenten om de tafel vragen.

Niet elke kanker kan met immunotherapie worden behandeld maar het succes van kanker-immunotherapie kan aan twee kanten snijden. Het geeft ons een nieuw wapen in de strijd tegen doodsoorzaak nummer één. En het biedt de mogelijkheid om op een positieve manier de kosten van innovatieve biotechnologische producten naar een natuurlijk en duurzaam niveau te brengen.