Scale

Een nieuw jaar is tijd voor goede voornemens, met als meest populaire voornemen: afvallen. Grote kans dat ú het ook weer van plan bent. Na twee weken zijn echter veel mensen alweer met hun dieet gestopt. Maar wat is nu eigenlijk een goed dieet? Het populaire paleo-dieet, SonjaBakkeren, ouderwets caloriën tellen, koolhydraat-arm eten? Is er wetenschappelijk bewijs dat het ene dieet beter is dan het andere?

Dat vroegen de mensen van Lift, een platform dat mensen wil helpen met het bereiken van hun doelen, zich ook af. Zij starten dit jaar het Quantified Diet project waarmee ze mensen die willen afvallen willekeurig een dieet toewijzen, en ze door middel van een smartphone-app gedurende het project volgen. In samenwerking met de Universiteit van Berkeley willen ze uitzoeken welke diëten het beste werken, en ook hoe moelijk het is om ze vol te houden.

Paleo-dieet en de Voedselzandloper

Opde laatste hype op dieetgebied valt wetenschappelijk zeker wel iets af te dingen. In het boek De Voedselzandloper van de Belgische arts Kris Verburgh wordt voorgeschreven vooral veel groente, fruit en noten te eten, aangevuld met wat vlees; het ‘paleo-dieet’ van onze voorouders op de savanne. Volgens Verburgh en andere aanhangers van het paleo-dieet is de boosdoener van veel moderne gezondheidsproblemen  zetmeel, het belangrijkste bestanddeel van aardappelen, brood, pasta, rijst en granen.

 Wetenschappelijke missers

Het paleo-dieet blijkt inderdaad bij nader inzien helemaal niet zo wetenschappelijk. In juni van dit jaar verschenen vier studies die ontkrachtten dat wat nu doorgaat voor het paleo-dieet inderdaad was wat onze voorouders echt aten (zie goede blogs hierover op Discover Magazine, Wetenschap24, Scientific American en De Volkskrant. In deze studies gebruiken wetenschappers chemische analyse van onder andere fossiele tanden van oude mensachtigen. Ze lieten zien dat onze voorouders zo’n 3-4 miljoen jaar geleden al grassen en andere granen aten. Dit zijn exact de voedingsmiddelen die gelovers in het paleo-dieet ons willen verbieden, en waarvan zij beweren dat we die pas enkele tienduizenden jaren eten.

Door dergelijk onderzoek kwam ook een tweede hiaat bij de paleo-aanhangers boven: het uitbannen van zetmeel. Dit gaat namelijk voorbij aan het feit dat onze voorouders wél zetmeel aten, niet als aardappels of brood, maar in de vorm van allerlei soorten knollen (‘vergeten groenten’ zoals knolraap, pastinaak en selderijknol, zoals ook beschreven in de NRC van 21 december). Ook resultaten uit de genetica draagt hieraan bij: in 2013 werd ook ontdekt dat Homo sapiëns veel meer kopieën van het gen heeft dat zorgt voor een goede zetmeelvertering (het enzym amylase in ons speeksel) dan bijvoorbeeld chimpansees. Zetmeel was dus wel degelijk een belangrijk onderdeel van het oerdieet, in tegenstelling tot wat de aanhangers van het paleo-dieet beweren.

Deze wetenschappelijkinzichten sturen ook het paleo-dieet en De Voedselzandloper naar het rijtje dieet-hypes. Hetzelfde geldt voor andere modieuze diëten: niets blijft overeind als je het echt goed uitzoekt. Ieder dieet helpt een aantal maanden, omdat iedereen die zich bewust(er) bezig gaat houden met voedsel zal afvallen. Maar wanneer een dieet niet tot een structurele gedragsverandering leidt, vliegen de kilo’s er snel weer aan. Ik vermoed dan ook dat in de vier weken dat het Quantified Diet-project zal lopen, het duidelijk zal worden dat alle diëten wel wat effect hebben. Maar als het project langer zou lopen geef ik de ‘klassieke’ diëten de meeste kans om te gaan winnen. Want normaal eten, niet te vet, niet te zoet, en vooral niet te veel, in combinatie met voldoende beweging, is en blijft de enige wetenschappelijk onderbouwde manier om niet dik te worden.