The_Sense_of_Smell

Lange tijd dachten wetenschappers dat geuren niet in woorden te vatten zijn. Kleuren wel:

woorden zoals rood, blauw en wit duiden een bepaald bereik van kleurschakeringen aan. Melk, jasmijn en tarwebloem hebben niet precies dezelfde kleur, maar toch zeggen we van alle drie dat ze wit zijn. Voor geuren bestaat zoiets niet, dacht men. Dit is inderdaad waar voor het Nederlands, Engels en andere westerse talen, maar Asifa Majid, van de Radboud Universiteit in Nijmegen, en Niclas Burenhult, van de Lund Universiteit in Zweden, laten zien dat er wel degelijk talen zijn waarin geuren net zo makkelijk uit te drukken zijn als kleuren. Het Jahai, gesproken door een groep van zo’n 1000 nomaden langs de grens van Maleisië en Thailand, is zo’n taal.

 

Geuren spelen een belangrijke rol in de dagelijkse communicatie, inheemse ideologie en rituelen van de Jahai. De taal heeft meer dan een dozijn werkwoorden om een breed scala aan basisgeuren te beschrijven. Het werkwoord ltpɨt wordt bijvoorbeeld gebruikt om de geur van verschillende bloemen en rijp fruit te omschrijven, maar ook voor de geur van parfum, zeep, hout van de Aquilariaboom en de beermarter, een dier dat een geur verspreidt die een beetje op de geur van popcorn lijkt. Cŋɛs, een ander geurwerkwoord, wordt onder andere gebruikt voor benzine, rook, vleermuisuitwerpselen en -grotten, sommige soorten duizendpoten en de wortel van wilde gember. Één geurconcept verwijst dus naar de geuren van verschillende soorten voorwerpen.

 

Majid en Burenhult wilden wel eens weten hoe precies de geurconcepten van de Jahai nou eigenlijk zijn. Ze verzamelden een groep van 10 volwassen moedertaalsprekers van het Jahai en een even grote groep moedertaalsprekers van het Engels. Alle deelnemers kregen een serie geurmonsters onder hun neus uit The Brief Smell Identification Test, een test die sinds de jaren ’80 gebruikt worden om geurgevoeligheid te testen. Ze roken kaneel, terpentijn, citroen,

rook, chocolade, roos, verfverdunner, banaan, ananas, benzine, zeep en ui. Deze geuren moesten ze zo precies mogelijk beschrijven. Vervolgens kregen de deelnemers een serie kleuren te zien die ze ook zo precies mogelijk moesten benoemen.

 

De resultaten van het onderzoek laten een duidelijk verschil zien tussen de sprekers van het Engels en de sprekers van het Jahai. De Engelssprekenden waren prima in staat om de kleuren te benoemen, maar worstelden om woorden te vinden voor de geuren. Voor dezelfde geur gaven de deelnemers verschillende omschrijvingen. Kaneel omschreven ze onder anderen als pittig, zoet, snoep, rokerig of eetbaar. Bovendien waren de Engelse geuromschrijvingen gemiddeld genomen vijf keer zo lang als de kleuromschrijvingen. En terwijl de Engelssprekenden voornamelijk abstracte woorden gebruikten om de kleuren te omschrijven, deden ze dit nauwelijks voor de geuren. In plaats daarvan noemden ze een object dat ongeveer die geur heeft: ‘het ruikt naar banaan.’

 

De Jahai daarentegen waren ongeveer even goed in het benoemen van de geuren als in het benoemen van de kleuren, zelfs al waren niet alle geuren in de test bekend voor hen. Waar de Engelssprekenden allerlei verschillende woorden gebruikten om de geuren te beschrijven, gebruikten de Jahai over het algemeen dezelfde term om een bepaalde geur te benoemen. Daarnaast waren hun kleur- en geuromschrijvingen ongeveer even lang en gebruikten ze zowel voor de kleuren als voor de geuren abstracte termen. Gezien de belangrijke rol voor geur in de cultuur van de Jahai vermoeden de onderzoekers dat de mogelijkheden om geur uit te drukken in het Jahai zelfs nog gedetailleerder zijn dan hun onderzoek nu heeft laten zien.

 

Majid en Burenhult concluderen dat we met onze kennis van de talen in Europa geen uitspraken kunnen doen over de rest van de talen in de wereld. Hoewel je op basis van talen zoals het Nederlands en het Engels zou kunnen denken dat het onmogelijk is om in abstracte termen over geur te praten, laat het Jahai zien dat dit wel degelijk mogelijk is. “Geuren zijn prima uit te drukken in taal, zolang je maar de juiste taal spreekt,” aldus Majid en Burenhult.

 

Bron: Majid, A. and N. Burenhult 2014. “Odors are expressible in language, as long as you speak the right language”, Cognition 130: 266-270.