Sperm-egg

Sinds de introductie van in vitro fertilisatie, de techniek om een eicel in een laboratorium te bevruchten, kortweg IVF,  zijn er steeds minder ‘ongewild kinderlozen’- mensen die wel kinderen willen maar ze niet kunnen krijgen. Steeds meer dertigers en veertigers die langs de gewone weg niet (snel) zwanger worden, belopen de weg van vruchtbaarheidsbehandelingen en uiteindelijk IVF. Kinderloosheid wordt zo voor steeds meer mensen een keuze in plaats van een gevolg van ‘niet zwanger kunnen worden’.  In Nederland wordt momenteel 1 op de 40 kinderen uit IVF geboren: zo’n 4500 kinderen per jaar.

Maar al sinds het begin hebben onderzoekers vraagtekens gezet bij de gezondheid van IVF-kinderen. Meerdere studies hebben aanwijzingen gevonden dat kinderen geboren door middel van IVF een lager geboortegewicht hebben, grotere kans hebben op diabetes en hart-en vaatziekten en op latere leeftijd iets dikker zijn dan hun leeftijdgenootjes die op ‘normale’ wijze zijn verwekt. Dit zijn echter allemaal statistische correlaties, verbanden die gevonden worden als twee groepen met elkaar worden vergeleken, en de verschillen zijn zeer klein. Een aanwijzing dat IVF-kinderen gewoon gezond zijn, is dat de allereerste IVF-baby wereldwijd, Louise Brown, zelf kinderen heeft gekregen via de ‘normale’ weg. Maar, zeggen critici, de allereerste IVF-baby is pas 35, en de oudsten in Nederland zijn net 30 geworden. Er is dus nog veel onzekerheid, statistische correlaties zeggen niet heel veel, en langetermijn-studies ontbreken nog vanwege het gebrek aan oudere IVF-kinderen. Er is de afgelopen jaren veel onderzoek gedaan naar het optimaliseren van de bevruchtingsmethode in het laboratorium (met succes), maar verbazingwekkend weinig naar de effecten van deze medische ingreep bij de ouders op de gezondheid van kinderen die met IVF geboren worden.

Nieuw onderzoek naar de verborgen risico’s van IVF
Ook onderzoekers van het AMC in Amsterdam onderstrepen dit tekort (hier en hier). Zij kondigden begin deze maand aan een groot onderzoek te starten naar de gezondheid van IVF-baby’s. Ze gaan de gegevens van de 30.000 IVF-kinderen die de afgelopen tien jaar in Nederland zijn geboren opvragen bij de negen IVF klinieken in Nederland. In deze gegevens gaan ze op zoek naar verbanden tussen geboortegewicht, complicaties tijdens de zwangerschap, de laboratorium-omstandigheden tijdens het bevruchten van de eicel, en meer.

Hiermee hopen ze een aantal dingen goed uit te kunnen zoeken: ten eerste willen ze weten of de statistische correlaties tussen IVF en gezondheidsproblemen ook standhouden wanneer het onderzoek wordt uitgevoerd op een grotere groep IVF-kinderen. Verder hopen ze uit te vinden hóe het kan dat de gezondheidsverschillen optreden: komt het door de hormoonbehandeling van de moeder, door de laboratorium-technieken, of is het schadelijk dat de bevruchte eicel zich de eerste paar dagen niet in de baarmoeder bevindt? Allemaal vragen over fundamentele ontwikkeling van een embryo waarop tot nu toe nog geen antwoorden zijn.

De rol van onvruchtbaarheid
Het is goed dat er nu eens aandacht besteed wordt aan het grondig onderzoeken van deze effecten, want eerdere studies waren nog weinig overtuigend. Wat echter nog ontbreekt in deze discussie is de vraag waaróm deze stellen niet op de normale manier kinderen kunnen krijgen. Het feit dat zij niet (goed) vruchtbaar zijn, kan iets te maken hebben met hun persoonlijke gezondheid, een genetische variatie of een aangeboren ziekte die zich wellicht pas op latere leeftijd openbaart. Wellicht leiden deze aspecten op de leeftijd waarop zij kinderen willen krijgen nog niet tot ziektes, maar verhinderen ze al wel een normale zwangerschap, en hebben ze óók effect op de gezondheid van het kind.

Er komt inderdaad steeds meer bewijs dat niet vruchtbaarheidsbehandelingen an sich, maar de verminderde vruchtbaarheid van mannen of vrouwen kan leiden tot  gezondheidsproblemen bij kinderen. In een groot Australisch onderzoek van vorig jaar werd inderdaad bewijs gevonden dat niet IVF, maar onvruchtbaarheid bij vrouwen correleerde met gezondheidsproblemen bij kinderen, net als in een onderzoek van Groningse onderzoekers eerder dit jaar. En zo zijn nog vele andere voorbeelden te noemen. Ook dit zijn statistische correlaties; vragen over waaróm onvruchtbaarheid tot problemen bij kinderen kan leiden blijven voorlopig nog onbeantwoord.

Voorlopig denk ik niet dat ouders van IVF-kinderen zich zorgen hoeven te maken over de gezondheid van hun kroost. In alle studies worden zeer kleine verschillen beschreven die de gezondheid van een kind nauwelijks beïnvloeden. Maar dat de effecten van een techniek die nu als ‘gewoon’ beschouwd wordt eens grondig wordt onderzocht, lijkt me na 30 jaar niet meer dan logisch. Het zou ook verstandig zijn nog een stap terug te doen, en te kijken naar de biologische aspecten waarom mensen niet op de ‘normale’manier zwanger kunnen worden. Ook dit zou een hoop onzekerheden rondom de gezondheid van IVF-kinderen kunnen wegnemen.