oor2

Oren zijn niet onze mooiste lichaamsdelen. De schelpvormige verzameling van vreemde bobbels en rondingen weet ongetwijfeld effectief geluiden naar ons gehoororgaan te leiden, maar verdient zeker geen schoonheidsprijs. Eerlijk is eerlijk, het zijn niet de rondingen van het oor die door dichters worden gevierd.

Het is daarom des te opmerkelijker dat wetenschappelijk onderzoek naar oren keer op keer in het oog springt. Eerder wisten onderzoekers al een heel oor op de rug van een rat te groeien, nu zijn onderzoekers er in geslaagd om een oor te printen. De meest recente ontwikkeling op dit vlak vond plaats in China, waar een groep wetenschappers aan de Hangzhou Dianzi universiteit een aantal oorschelpen wisten uit te printen met een speciaal daartoe ontwikkelde 3D printer.

Het interessante aan de printer is dat het niet met plastic werkt, zoals de 3D printers die we kennen uit discussies over printbare wapens, maar dat de ‘inkt’ van de printer uit levend weefsel bestaat. Het proces begint met een laag hydrogel, waar de printer dan een laagje cellen op deponeert. Net als met een normale 3D printer stapelt de printer vervolgens laagje op laagje totdat het eindresultaat zichtbaar is: een levend oor.

Het onderzoek naar printbare lichaamsdelen beperkt zich niet tot China en het oor. Eerder wisten onderzoeksteams aan Princeton en Cornell oorprinters te produceren en onderzoekers in heel de wereld werken momenteel aan ‘bio-printers’ die niet alleen kraakbeen, maar ook spieren, pezen, en zelfs organen kunnen recreëren. Op termijn wordt het dan wellicht mogelijk om naast oren bijvoorbeeld ook kaken en nieren uit de printer te laten rollen. De eerste levers die een aantal functies van ‘echte’ levers kunnen uitvoeren zijn al uitgeprint.

De hoop is dat niet alleen mensen met misvormde oren geholpen kunnen worden, maar dat allerlei kwalen verholpen kunnen worden door simpelweg een nieuw lichaamsdeel te produceren, dat wachtlijsten voor orgaandonaties worden verkort, en dat het testen van nieuwe medicijnen op proefdieren overbodig wordt omdat men dit direct op een geprint lichaamsdeel kan uitvoeren.

Zo ver zijn we echter nog lang niet. Ook het relatief simpele proces om kraakbeen voor het oor te produceren is nog niet helemaal geperfectioneerd. Een van de uitdagingen is dat het lastig is om in te schatten hoeveel ruimte er tussen de cellen leeg moet blijven. Wil je met een normale 3D printer een mok printen dan vul je de vorm van het object geheel met plastic. Bij levend materiaal werkt dit echter niet omdat het materiaal zich blijft ontwikkelen. De onderzoekers moeten er bijvoorbeeld voor zorgen dat er voldoende ruimte is tussen de cellen voor de groei van bloedvaten en spierweefsel.

Daarnaast is celsterfte een belangrijke uitdaging. Momenteel overleeft zo’n negentig procent van de cellen de procedure en lukt het de Chinese onderzoekers om hun printjes vier maanden in leven te houden. Toch is dit niet slecht, als we ons bedenken dat het momenteel 50 minuten duurt om een oor ter grootte van een duim te printen. Vervolgens moet het oor ook nog even stollen, maar al met al is een nieuw oor dus zo geprint. Iemand een oor aannaaien zal nooit meer hetzelfde betekenen.

En als ze dan toch aan het printen gaan, zou het dan ook niet mogelijk zijn om hele mooie oren te printen, met rondingen zo elegant dat het dichters aan het schrijven zet?