yoga

Regelmatig vallen flyers in zachte kleuren op mijn deurmat. Ze wijzen me de weg naar ‘rust en harmonie in lichaam en geest’.  Als ik regelmatig yoga beoefen komt alles goed, zo wordt me beloofd.

Ook ik ben af en toe op een yogamatje te vinden. Ik doe soms yoga in de hoop rugklachten te verminderen. Maar naast fysieke voordelen als een strak, slank, krachtig en lenig lichaam, schijnt yoga ook mijn spirituele, persoonlijke ontwikkeling goed te doen. Tijdens de lessen hoorde ik nog meer heilzame effecten van de Oosterse lichaamsvouwkunst. Zo zou je je organen activeren door ze te masseren, met een betere bloeddoorstroming als gevolg. De snellere en effectievere afvoer van afvalstoffen die dit moet opleveren zou je meer energie én een stralende huid geven. In combinatie met de innerlijke rust en focus op het heden moet dat een prettige toestand zijn. Oh, en dat alles vrij van slaaptekort, pijn en andere kwalen natuurlijk, met een ‘geactiveerd immuunsysteem’ en een goede spijsvertering.

Ik vind de beloftes niet allemaal even aannemelijk klinken. Voor veel mensen die vaak yoga beoefenen is het een soort geloof: zij zijn ervan overtuigd dat yoga goed voor hen – en dus voor jou – is, maar dat maakt het nog niet waar. Toch zien mensen die heel veel yoga beoefenen er op hoge leeftijd er vaak opvallend kwiek uit. Dus vroeg ik me af of yoga echt zo speciaal en zo heilzaam is; of de geclaimde gezondheidseffecten van yoga aan wetenschappelijke criteria zijn getoetst, en of ze die test hebben doorstaan.

De kwaliteit van de informatie over de wetenschappelijke onderbouwing van de effecten van yoga varieert nogal. Veel zelfbenoemde wetenschappelijke studies hadden bijvoorbeeld geen controlegroep: dan heb je bijzonder weinig aan de uitkomsten, omdat je dan niet kunt weten of een eventuele verbetering aan yoga is toe te schrijven, of dat de kwaal met de tijd ook was verdwenen.

Maar steeds vaker worden niet-westerse praktijken volgens systematische, wetenschappelijke methodes onderzocht. De Amerikaanse National Institutes of Health blijken in 1998 een National Center for Complementary and Alternative Medicine (NCCAM) te hebben opgezet. Dit overheidsinstituut verricht wetenschappelijk onderzoek naar het nut en de veiligheid van aanvullende en alternatieve geneeswijzen. Dat wekt vertrouwen.

De NCCAM vat de huidige wetenschappelijke inzichten over het nut van yoga samen. Eén studie toonde aan dat zorgvuldig geselecteerde yogaposes lage rugpijn kunnen verminderen. Overigens bleek uit een andere door de NCCAM gefinancierde studie dat dit effect ook te behalen was met regelmatige rek- en strekoefeningen, maar niet met een zelfhulpboek met oefeningen. Een overzichtsartikel dat diverse studies kritisch op kwaliteit beoordeelde en samenvatte, concludeerde dat yoga – net als andere vormen van regelmatige lichaamsbeweging trouwens – gunstige effecten lijkt te hebben op de kwaliteit van leven: het vermindert stress, angst, depressie en slapeloosheid, verlaagt de bloeddruk en de hartslag, en verbetert de algehele fitheid, kracht en lenigheid. Maar voorzichtigheid is volgens de auteurs geboden bij deze conclusies: vaak rammelde de methodologie van de studies. Toekomstige, beter gecontroleerde studies moeten meer inzicht geven in het verschil tussen yoga en andere lichaamsbeweging, met name ten aanzien van effecten op de stressrespons.

Verder zijn er ook neutrale resultaten beschreven: een systematische analyse van klinische onderzoeken vond bijvoorbeeld geen aanwijzingen voor een effect van yoga op astma. Anderen onderzochten artritis, maar ook hier werd geen duidelijke effect gevonden. De NCCAM ondersteunt momenteel onderzoek naar een effect van yoga op bijvoorbeeld het risico op diabetes, HIV, het functioneren van het immuunstelsel, menopausale symptomen, multiple sclerose, en posttraumatische stressstoornis. Dat betekent dat de NCCAM niet tevreden is over de wetenschappelijke kwaliteit van de beschikbare informatie over eventuele effecten van yoga hierop.

Een site van Harvard Medical School gaat iets dieper in op het ontspannende effect van yoga, in relatie tot angststoornissen en depressie. In kwalitatief goede klinische studies werd overmatige angst of stress door yoga getemperd, met gunstige gevolgen voor bloeddruk en hartslag. De kalmerende effecten zijn overigens vergelijkbaar met die van andere rustgevende activiteiten als ontspanningstechnieken, sporten of gewoon gezellig samen zijn met vrienden.

Yoga lijkt dus niet veel meer of specifiekere voordelen te bieden dan andere vormen van lichaamsbeweging en ontspanning. Nergens wordt met een wetenschappelijk woord gerept over de gunstige effecten van het ‘masseren van organen’ of een geactiveerd immuunsysteem. Dat is waarschijnlijk ook lastig te onderzoeken. Maar juist daarom mogen de gezondheidsclaims wat mij betreft wel worden afgezwakt.

Wie het prettig vindt om georganiseerd wat te rekken en te strekken, moet het vooral doen. Meestal  kan yoga weinig kwaad. Voor velen werkt het ontspannend. Dat lijkt me genoeg.


Foto: myyogaonline op Flickr.