Geels en van Opijnen-Nederland in ideeen@5.indd

Op deze plek, een jaar geleden, schreef ik een stukje over mijn droom: een Nederlandse Salon. Een salon waar denkers en doeners (wetenschappers, kunstenaars, entrepreneurs) elkaar zouden kunnen treffen en kruisbestuiven. In het Angelsaksische deel van de wereld is daar meer aandacht voor, meende ik, in Nederland bestaat zo’n platform nog niet. Vandaag ligt in de winkel de eerste stap op weg naar die Nederlandse Salon: ‘Nederland in ideeën.’ In dit boek geven 101 Nederlandse wetenschappers, kunstenaars, entrepreneurs, politici en één Eurocommissaris antwoord op dezelfde vraag.  ‘Welk idee, inzicht of innovatie heeft Nederland veranderd – of zal dit in de toekomst gaan doen?’

Het idee is niet nieuw. De Salon der Salons, het Amerikaanse Edge, poneert ook elk jaar één vraag aan zijn leden. De reacties daarop worden gebundeld in een boek. Toen ik vorig jaar hierover in de Groene Amsterdammer had geschreven, vond ik een paar dagen later via de sociale media de Nederlandse uitgever van dat boek in mijn inbox. Of we niet eens konden praten. Snel bleek dat menselijk gedrag en de interactie van de mens met de wereld om ons heen een thema te zijn dat de uitgever en Sciencepalooza deelden. En de Edge.org formule van “één vraag, meerdere antwoorden” is een tot de verbeelding sprekend concept. Het uitbrengen van een vergelijkbaar boek leek ons de beste eerste stap voor de lancering van een Nederlands platform. Maar welke vraag kan men stellen zonder in platitudes te vallen of deuren die open staan in te trappen? En hoe kan je het concept ‘Nederland’ in de vraag verwerken zonder het risico ongemerkt de prinsenvlag te hijsen? Uiteindelijk kwamen we uit op de vraag “Welk idee, inzicht of innovatie heeft Nederland veranderd – of zal dit in de toekomst gaan doen?”

In de lente van 2013 vlogen vele e-mails door de glasvezel. Veel mensen waren te druk, of lieten niet van zich horen. Sommigen zeiden meteen ja en sommigen hadden wat overtuiging nodig.  Een enkeling was zo gepassioneerd  over de teloorgang van de Nederlandse fundamentele wetenschap, dat hij ons opriep onze energie niet in een boek te steken stoppen maar in een strijd tegen politieke uitholling van het Nederlandse wetenschapsbeleid.  Fair punt, maar niet het doel van deze exercitie.

De samenhang van de bijdrages die in het boek terecht zijn gekomen, laat zien dat alle expertises moeiteloos te bundelen zijn. Naast elkaar staan Boris van der Ham, Beatrice de Graaf en Henk van Os. Sommige essays in het boek gaan over typisch Nederlandse innovaties, zoals Big Brother, de flitspaal en de HBS, terwijl andere essays de impact van globale trends illustreren, zoals hoe Nederland voor de oprakende gasbel uit Slochteren kan compenseren. En een enkele keer bleek hetzelfde idee (‘de fiets’) inspiratie voor essayisten van verschillende achtergronden, zoals een neuromechanicus en een econoom. Entrepreneurs bleken het lastigste te enthousiasmeren voor dit project.  Misschien was het te vroeg en niet helemaal duidelijk wat voor hen de meerwaarde zou zijn? Want entrepreneurs, of ze nu in exacte, ICT- of sociale ondernemingen zitten, spelen een cruciale rol spelen in het testen en realiseren van ideeën en dromen.

Afgelopen week ontving misschien wel de meest tot de verbeelding sprekende Nederlandse ‘Doener’, André Kuipers, in de Ridderzaal het eerste exemplaar van het boek. De eerste stap naar een Nederlandse Salon is werd gezet. Mijn droom was voorspellend geweest.