innovatie

Ontwikkelingslanden worden traditioneel gezien als armoedige plekken waar we technologie naartoe moeten brengen. Maar ontwikkelingslanden innoveren ook zelf. Het is tijd om ons beeld bij te stellen.

Er lijkt nauwelijks een sterker contrast mogelijk tussen de steriele laboratoria vol dure apparaten die we associëren met innovatie, en de toestand van gebrek en tekort waarin de meeste armen zich in ontwikkelingslanden bevinden. Wetenschap, technologie en innovatie zijn zaken uit het Westen, zo is het beeld. Ga maar na: als u zich een innovatieve wetenschapper of techneut voorstelt, ziet u deze persoon dan aan het werk in de Sahara, in de jungle?

De tijd dat ontwikkelingslanden enkel ontvangers waren van innovatieve producten ligt echter achter ons (als die tijd er ooit al was). Opkomende economieën als China, India en Brazilië worden nog altijd geconfronteerd met grote armoede en andere ontwikkelingsproblematiek maar ze investeren ook fikse bedragen in onderzoek en ontwikkeling. Hun aandeel in het wereldwijde totaal aan publicaties en patenten groeit gestaag en ook westerse bedrijven ontdekken stukje bij beetje het innovatieve potentieel van deze landen. Naast productiewerk verplaatsen steeds meer westerse multinationals delen van hun onderzoekswerk naar deze landen.

Arm en innovatief
Ook minder in het oog springende landen innoveren er op los. Uit een onlangs gepubliceerd rapport kwam naar voren dat een aantal van de allerarmste ontwikkelingslanden zelfs tot de meest efficiënt innoverende landen ter wereld behoren.

De ‘Global Innovation Index’ is een ranglijst van innovativiteit die jaarlijks wordt gepubliceerd door de wereldorganisatie voor intellectueel eigendom en een aantal toonaangevende universiteiten. De top van deze ranglijst wordt steevast gedomineerd door West-Europese en Noord-Amerikaanse landen. Zij investeren het meest in wetenschap en technologie en zij hebben de beste omstandigheden waarin innovatie kan opbloeien.

Maar wanneer de innovatieve prestaties worden gecorrigeerd voor de middelen waarmee die innovaties tot stand moeten worden gebracht, dan blijken ontwikkelingslanden het helemaal niet zo slecht te doen. Sterker nog, ontwikkelingslanden bezetten acht plaatsen in de top tien van deze ranglijst – Mali, Guinea, Swaziland, Indonesië, Nigeria, Koeweit, Costa Rica en Venezuela.

Moeilijke omstandigheden
Vaak investeren deze landen maar weinig geld in innovatie, en moet onderzoek en ontwikkeling worden uitgevoerd in moeilijke omstandigheden, waarbij kennisinstellingen en bedrijven elkaar maar moeilijk kunnen vinden. Maar ondanks deze tekortkomingen weten deze landen waardevolle innovaties te creëren.

Dit suggereert dat ze met weinig middelen veel weten te bereiken. En dat is niet alleen mooi voor hen, het is ook interessant voor landen als Nederland. In de eerste plaats kan het geen kwaad om in tijden van crisis eens te kijken hoe we met minder middelen innovatief kunnen blijven. Omdat we ontwikkelingslanden echter nooit serieus hebben genomen als innovatoren, weten we eigenlijk niet goed hoe innovaties in dergelijke omstandigheden tot stand komen.

De weinige kennis die hierover bestaat, wijst erop dat de creatieve oplossingen juist voorkomen uit de bijzondere omstandigheden in ontwikkelingslanden. Een bekend voorbeeld hiervan is een elektrocardiogram machine die in India werd ontwikkeld. Veel Indiase ziekenhuizen worden geteisterd door de uitval van elektriciteit en kunnen daarom geen normale ECG machine gebruiken. Daarnaast was het onmogelijk om een dergelijke groot apparaat naar landelijke gebieden te slepen. Geconfronteerd met deze omstandigheden ontwikkelde een bedrijf daarom een goedkopere machine die op batterijen werkt en die bovendien draagbaar is; deze machine wordt inmiddels ook in Amerikaanse ambulances gebruikt.

Dit toont de tweede reden waarom innovaties uit ontwikkelingslanden ook voor Nederland interessant zijn: net zoals innovaties uit het Westen nuttig kunnen zijn voor ontwikkelingslanden, kunnen innovaties uit ontwikkelingslanden nuttig zijn voor landen als Nederland.

Maar dan moeten we eerst ons beeld bijstellen. Zolang we ontwikkelingslanden uitsluitend blijven zien als landen waar we technologie naartoe moeten brengen, zullen we veel nuttige innovaties over het hoofd blijven zien. Het wordt tijd dat we ontwikkelingslanden serieus gaan nemen. Ontwikkelingslanden zijn innovatief en daar kunnen wij wat van leren.