darksideopenaccess

De opkomst van Open Access mag dan een revolutie zijn, maar helaas heeft ze ook een schaduwzijde: legitieme en minder legitieme organisaties maken slinks gebruik van dit nieuwe regime in de wetenschap. Tijd om kennis te maken met de onderwereld van het openbaar publiceren.

Als ik mijn inbox moet geloven heb ik het gemaakt als wetenschapper. Er gaat inmiddels geen dag meer voorbij zonder mail van allerhande uitgevers, allemaal met hetzelfde voorstel: of ik voor mijn volgende excellente publicatie misschien hun tijdschrift zou willen overwegen? Nog nat achter de oren na mijn promotie vermoed ik echter dat het de afzenders niet om de wetenschap te doen is, en al helemaal niet om mij. Nee, net als bij zoveel e-mail die inmiddels linea recta in de spamfolder verdwijnt gaat het de dames en heren uitgevers waarschijnlijk om de centjes.

Inderdaad: na een korte controle blijkt dat nagenoeg alle vleiende post, helaas voor mijn ego, een product is uit de industrie van de pseudo-academia. Die tiert welig in de tijd van het internet: publicatiekosten zijn miniem als je enkel in digitaal formaat drukt, maar de academicus (en zijn geldschieter) is gewend aan een flinke kostenpost als zijn artikel eenmaal het eindstadium heeft bereikt — denk rustig aan een paar duizend euro per paper. Dat geen enkele universiteit erover denkt om een abonnement te nemen op deze tijdschriften doet er niet toe: hun artikelen zijn zonder uitzondering met Open Access publiek beschikbaar.

Nepcongressen
Enige tijd geleden verscheen in de New York Times een uitgebreid artikel waarin deze duistere wereld aan het licht werd gebracht. Met behoorlijk schokkende onthullingen: het aantal ‘predatortijdschriften‘, zoals ze liefkozend worden genoemd, zou in de afgelopen jaren explosief zijn toegenomen. Een wetenschapper uit Colorado, die dit soort tijdschriften is gaan bijhouden, schat het totaal op 4000. Daarnaast is er een handel ontstaan in nepcongressen: echte bijeenkomsten die in naam lijken op de grote congressen in het vakgebied, maar dat helemaal niet blijken te zijn. Wel vragen ze een flinke bijdrage van de geëerde gast die op hun bijeenkomst het podium mag betreden.

En ook voor de scepticus liggen risico’s op de loer: een collega van mij liep laatst bijna een legitieme uitnodiging voor een belangrijk congres mis toen hij en masse alle uitgeversspam verwijderde. Met de enorme hoeveelheid academische congressen, tijdschriften en dergelijke om ons heen is het moeilijk om het kaf van het koren te scheiden, en die ene belangrijke e-mail zie je dan snel over het hoofd.

Van peer review en vakkundige kritiek is in de pseudo-academia, het zal geen verrassing zijn, weinig sprake. Toch vallen wetenschappers met een zekere regelmaat voor de trucjes, en blijkt het lastig om, eenmaal de uitnodiging geaccepteerd, de affiliatie te verbreken. Helaas valt het ook niet te ontkennen dat een beginnende wetenschapper baat kan hebben bij de diensten die aangeboden worden. Het CV wordt immers gespekt: ook twijfelachtige publicaties en lezingen passen daar op. Zowel de uitgevers als de auteurs maken zo dus handig gebruik van de cryptische titels van legitieme tijdschriften en congressen: de nabootsing is, in ieder geval in naam, soms nauwelijks van het echte werk te onderscheiden.

Intussen, in de schaduw van de pseudo-academia, slaat ook de gevestigde orde haar slaatje met Open Access. Academische uitgevers maken handig gebruik van de open copyright-vrije academische literatuur die beschikbaar is: er komen steeds meer boeken op de markt die enkel of grotendeels samengesteld zijn uit reeds gepubliceerde Open Access artikelen. Immers, de standaard licentie voor Open Access is een Creative Commons Attributions licentie, die zoveel wil zeggen als: zolang de uitgever de naam van de oorspronkelijke auteur erbij zet, mag hij alles doen wat hij wil. Dit mag dan volledig legaal zijn, maar ethisch gezien is het op zijn minst twijfelachtig, en het protest hiertegen is inmiddels begonnen.

Minst van alle kwaden
Is dit alles een reden om Open Access dan maar af te schrijven? Natuurlijk niet. Het open en zonder copyright publiceren van wetenschappelijke literatuur is in ieder geval het minst van alle kwaden, en een belangrijke revolutie in de academische pers. Wetenschap, zeker wetenschap die door overheden wordt bekostigd, moet vrij toegankelijk zijn — daar is steeds minder discussie over. Maar zoals bij alle revoluties, zoals met alle vooruitgang, zijn er ook hier genoeg mogelijkheden om misbruik te maken van het systeem. Daarover de kop in het zand steken is simpelweg dom.

Kortom, waakzaamheid is geboden. Heb je als niet-wetenschapper een leuk artikel gevonden? Wees kritisch over de bron, en zoek eerst uit of het tijdschrift te vinden is in academische databases, zoals PubMed. En wetenschappers, wees je bewust: van wat je leest, en voor wie je schrijft, en neem maar wat extra tijd om het CV van een sollicitant goed door te pluizen. Het tellen van publicaties heeft écht zijn langste tijd gehad. En voor je die mooie bundel koopt die jouw vakgebied zo goed samen lijkt te vatten? Trek er een halfuurtje voor uit en Google die hap. Het zou je zomaar behoorlijk wat geld kunnen schelen.

Noot BV 06.09.2013 22:55: Met dank aan Rob Hooft (zie zijn commentaar in de discussie hieronder) heb ik enkele zinnen in het stuk over copyright aangepast.