bloedopvang

Ik wilde even een bloedtestje laten doen, vorige week; ik voelde me niet echt lekker na de vakantie. Even checken of ik niks onder de leden had. Een Pfeiffertje is immers zó opgelopen. Zonder verder nadenken maakte ik een afspraak bij de huisarts. “Ik zou graag mijn bloed willen laten nakijken,” zei ik toen ik in de spreekkamer zat. Drie minuten later stond ik buiten, het aanvraagformuliertje in de hand. “Gewoon, een breed bloedbeeld,” had de huisarts geantwoord op mijn vraag wat ze eigenlijk ging aanvragen. “IJzer, suiker, dat soort dingen.”  Maar het was me nog steeds niet helder. En eigenlijk maakte het me ook niet zoveel uit; ik kon naar de prikpoli, en zou vier dagen later de uitslag krijgen.

 

Nip-Té

Over een simpel bloedtestje doet niemand moeilijk. Over andere gezondheidstesten wel, zo bleek in de afgelopen maanden. Allereerst was er natuurlijk de ‘verboden test’ op chromosomale afwijkingen bij foetussen – de non-invasieve prenatale test (NIPT). Een mooie test, die invasieve, risicovolle vruchtwaterpuncties overbodig maakt, maar verboden is in Nederland. En dus hebben veel aanstaande moeders de weg  naar België gevonden. Daar wordt de ‘Nip-Té-test’ namelijk wel aangeboden. “Wij zien per week een zeventigtal vrouwen, waarvan er veertig tot vijftig Nederlands zijn,” zegt Patrick Willems, directeur van het Belgische Gendia-lab, dat de test wel aanbiedt. Zijn het dan  vooral Nederlanders die zekerheid willen over hun ongeboren kind?

 

Full bodyscan

En dan was er nog het verzoek dat minister Schippers (VWS) eerder deze maand deed aan de Gezondheidsraad. Of de Raad haar kon adviseren over het toestaan van de full bodyscan als preventieve screeningsmethode. Ook die is namelijk verboden in ons land, en ook daarvoor gaan jaarlijks veel Nederlanders – inclusief een handvol bekende als Wolter Kroes – naar Duitsland. Eddy van Heel, oprichter van Prescan, zat in de commissie die de minister aanspoorde om dit verzoek te doen. Reden voor paniek bij de medisch specialisten, want – zo voorspellen zij – mensen gaan zich onnodig patiënt voelen.

 

Dat laatste is misschien waar voor een deel van die mensen, maar zijn we met zijn allen ook niet een beetje bang voor vernieuwing? Of op zijn minst voor broodroof? Ik kan me voorstellen dat er bij de introductie van de klinisch-chemische bepaling uit bloed (ergens halverwege de negentiende eeuw) ook behoorlijk wat ophef was. Ik zie witboordige politici elkaar te lijf gaan, besikte geleerden geïrriteerd hun ganzenveer in den inkt dopen, en mensenmassa’s op het zanderige marktplein “Boeoeh!” roepen, en “Je reinste kwakzalverij!”. Een beetje zoals nu ook gebeurt, eigenlijk.

 

Natuurlijk moeten we in Nederland goede zorg blijven leveren, en het liefst ook nog betaalbare zorg. Maar testen verbieden die een uurtje Thalys’en of ICE’en verderop wel worden aangeboden, is weinig effectief. Mensen willen nu eenmaal graag alles weten als het om gezondheid gaat. Het probleem ligt natuurlijk in het traject ná de scan of de prenatale test; als er iets gevonden wordt, mogen de patiënten gebruikmaken van het Nederlandse zorgsysteem. Dat dan vervolgens nog verder onder druk komt te staan.

 

Die druk moet eraf, en snel ook. Bijvoorbeeld door vervolgonderzoek na een full bodyscan slechts deels te vergoeden. Of door – inderdaad – de combinatietest bij risicogroepen te vervangen door NIPT. Of door te beginnen met langzame hervorming van het zorgstelsel, rekening houdend met een toenemende vraag naar preventieve testen voor allerlei toepassingen – van persoonlijke genetische profielen tot zelfgemeten slaapritmes. Mensen gaan nu in het buitenland shoppen voor testen die we in Nederland kunnen verzorgen.

 

Mijn bloedtest was overigens negatief. Ik ben weer gerustgesteld – nu de rest van Nederland nog.